De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Kijk wat ik kan! : sociale vaardigheidstraining voor kleuters

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Kijk wat ik kan! : sociale vaardigheidstraining voor kleuters

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In de kleuterklas leren kinderen hoe ze op een prettige manier met elkaar kunnen omgaan. Sommige kleuters hebben hier echter moeite mee, ze zijn sociaal niet helemaal vaardig. Deze kinderen zouden de sociale vaardigheidstraining Kijk wat ik kan! aangeboden kunnen krijgen. De training Kijk wat ik kan! is gebaseerd op de SoVa-training
TUM-TUM, welke ontwikkeld is door Marina van de Pas en Marian Staps.

Wanneer er een sociale vaardigheidstraining wordt ontwikkeld voor kleuters, zijn er een aantal aspecten in de sociaal-emotionele ontwikkeling van deze kinderen waar rekening mee gehouden moet worden.
Voor de autonomieontwikkeling van kleuters is het belangrijk dat hij niet te veel geremd wordt in het nemen van initiatieven, maar dat hij hierin juist ondersteund en gestuurd wordt.
Voor de ontwikkeling van het zelfvertrouwen en de zelfwaardering is het van belang om de kleuter positief te benaderen: in principe is hetgene wat het kind zegt of doet juist of zit er altijd een kern van waarheid in. Naast deze beloning is ook veiligheid van belang voor de ontwikkeling van het zelfvertrouwen en zelfwaardering.
Kleuters overschatten ook vaak hun eigen capaciteiten en kennis. Daarnaast kunnen ze hun emotionele reacties enigszins sturen, maar wisselen deze emoties sterk. Het is belangrijk dat er over deze emoties gesproken wordt. Op deze manier leren de kleuters hun eigen emoties te beschrijven en te erkennen en leren ze de emoties van anderen te begrijpen.
Verder hebben kleuters nog geen vastigheid in hun vriendschappen. Hierbij kunnen ze zich vaak nog moeilijk inleven in de ander. Ze zijn vaak egocentrisch: gericht op zichzelf.
Een ander aspect is dat een kleuter veel gebruik gemaakt van spel (fantasiespel en bewegingsspel) in het dagelijks leven. Hierbij probeert de kleuter de wereld na te bootsen.

Ook met betrekking tot de cognitieve ontwikkeling van kleuters zijn er een aantal aspecten waar rekening mee gehouden moet worden wanneer er een sociale vaardigheidstraining voor deze doelgroep ontwikkeld wordt.
Kleuters hebben vaak nog moeite om de samenhang tussen een handeling en het gevolg van deze handeling in te zien. Ze bevinden zich in de preoperationele periode. Deze samenhang kunnen kleuters wel in gaan zien door hier met hun over te praten.
Verder is het van belang om te weten dat kleuters vaak fantasie gebruiken om de wereld te begrijpen, angsten te overwinnen of om emotionele problemen te verwerken. Deze fantasie kunnen kleuters nog niet altijd scheiden van de werkelijkheid.
Een kleuter heeft ook nog enkele moeilijkheden met betrekking tot het onthouden van dingen en de mate van afleiding tijdens een taak. Het is belangrijk om oefeningen zo realistisch en concreet mogelijk aan te bieden. Daarnaast moet er voldoende afwisseling zijn tussen het behandelen van theorie en het doen van oefeningen.

Uit het praktijkonderzoek blijkt dat er vraag is naar een sociale vaardigheidstraining voor kleuters. Er blijken slechts enkele sociale vaardigheidstrainingen voor kleuters te zijn op dit moment. Deze trainingen hebben allemaal hun eigen kenmerken en uitstraling. Toch zijn er een aantal aspecten die in verschillende trainingen met elkaar overeenkomen: er wordt veel gebruik gemaakt van spel; het thema wordt concreet gemaakt door middel van een verhaal of sprookje of een tekening of pictogram; er is sprake van een vaste opbouw in de bijeenkomst en er vindt veel herhaling plaats in de bijeenkomsten. Deze aspecten zullen ook in Kijk wat ik kan! voorkomen. Ook zal er in Kijk wat ik kan! gebruik worden gemaakt van een stickerboekje (als beloningssysteem) en een portfolioboekje (als geheugensteun om thuis of in de klas te praten over de geleerde vaardigheden) en een praatstok (voor degene die iets wil zeggen. De rest luistert).

De SoVa-training Kijk wat ik kan! heeft als doelgroep kinderen van 4 tot 6 jaar die problemen ondervinden in de omgang met andere kinderen. Deze problemen uiten zich in verlegen, teruggetrokken gedrag of in druk, levendig gedrag.
De training wordt geleid door twee vaste trainers en de groep bestaat uit 4 of 6 kinderen die eens per week in hetzelfde lokaal bij elkaar komen.
Er zijn verschillende sociale vaardigheden die aan bod komen in Kijk wat ik kan!. Deze vaardigheden zijn samengesteld uit het literatuuronderzoek en het praktijkonderzoek.
Het aanleren van deze sociale vaardigheden gebeurt met behulp van klassieke conditionering, operante conditionering, shaping, imitatie en modeling.
In de training Kijk wat ik kan! zal er een nauwe samenwerking zijn met opvoeders, ouders en leerkrachten. Hierdoor zijn de ouders, opvoeders en leerkrachten betrokken bij de training en kan er thuis of op school herhaling plaatsvinden van de sociale vaardigheden die in de training aan bod komen.

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
AfdelingFontys Hogeschool Pedagogiek
Jaar2008
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk