De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Uitval van cliënten met (risico op) hart- en vaatziekten; het perspectief van cliënt en diëtist

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Uitval van cliënten met (risico op) hart- en vaatziekten; het perspectief van cliënt en diëtist

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

De afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor het aantonen van (kosten)effectiviteit van de diëtetiek. Het aantonen van (kosten)effectiviteit in de diëtetiek zorgt ervoor dat de basis voor het vergoedingspakket voor de diëtist sterker wordt (zie bijlage 1). Met het aantonen van kwaliteit en effectiviteit van de dieetbehandeling door de diëtist staan diëtisten ook in een betere onderhandelingspositie met de zorgverzekeraars. Ze kunnen dan bijvoorbeeld onderhandelen over het uurtarief dat al jaren hetzelfde is. In de praktijk gebeurt dat nu weinig.

Verschillende groepen en instanties, zoals de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD), Paramedisch Platform Nederland (PPN) en de European Federation of the Associations of Dietitians (EFAD) zetten zich al in om de zichtbaarheid van de diëtist (en andere paramedici) en de kwaliteit van de behandeling (door o.a. registratie) te verbeteren, zodat de (kosten)effectiviteit van de behandeling verbeterd zal worden. Dit wordt verder uitgewerkt in het theoretisch kader (zie bijlage 1).

Door SEO Economisch Onderzoek is een onderzoek uitgevoerd naar de kosteneffectiviteit van de diëtist (Lammers & Kok, 2012). Hieruit bleek dat de behandeling van mensen met overgewicht en daaraan gerelateerde ziekten ervoor zorgt dat voor elke euro die aan de behandeling wordt besteed, de maatschappij er netto 14 tot 63 euro voor terugkrijgt; 56 euro aan gezondheidswinst, 3 euro aan netto besparingen op zorgkosten en 4 euro als productiviteitswinst. Bovendien is uit hetzelfde onderzoek gebleken dat meer consulten bij de diëtist een grotere gezondheidswinst (en dus een grotere effectiviteit) oplevert voor de cliënt. Cliënten die hun behandeling niet volledig afmaken, hebben minder profijt van de behandeling en zorgen ervoor dat de behandeling dus minder kosteneffectief wordt.

Ziektebeelden waarbij kosteneffectiviteit van de behandeling een duidelijke rol speelt zijn cardiovasculaire ziekten (CVD) of hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type II en obesitas. In 2016 was 58% van de cliënten bij de diëtist onder behandeling voor overgewicht of obesitas (NIVEL, 2016). Uit dit rapport blijkt eveneens dat 44,7% van de cliënten werd behandeld voor diabetes mellitus type II en cardiovasculaire ziekten. Deze percentages overlappen elkaar omdat cliënten die onder behandeling zijn voor overgewicht of obesitas tegelijk onder behandeling kunnen zijn voor DM II of cardiovasculaire ziekten. Van alle cliënten die dat jaar bij een diëtist onder behandeling waren stopte bijna de helft (44,8%) voordat hun behandeling was voltooid (NIVEL, 2016). Eén op de vier cliënten besloot op eigen initiatief te stoppen met de behandeling. Door het NIVEL worden voor deze groep geen verdere redenen voor deze uitval gegeven.

Om de effectiviteit van de dieetbehandeling (naast het SEO-onderzoek) ook in eigen praktijk aan te tonen werd er in 2013 een onderzoek gestart in eerstelijns diëtistenpraktijken (Leij, de van der Schueren & Verstappen, 2017). In dit onderzoek werden cliënten die behandeld werden voor overgewicht of obesitas, diabetes mellitus type II en cardiovasculaire ziekten twaalf maanden gevolgd. Tijdens de behandeling van deze cliënten werden na 3, 6 en 12 maanden enkele relevante parameters voor het effect van de behandeling vastgelegd. De diëtisten registreerden BMI, middelomtrek, bloeddruk en nuchter bloedglucose (Leij, de van der Schueren & Verstappen, 2017). Uit dit onderzoek bleek dat de dieetbehandeling bij DM II, CVD en obesitas effectief is. Dit werd voor de behandeling van obesitas ook aangetoond in een onderzoek van Tol, Swinkels, Bakker, Seidell & Veenhof (2014). Bij de analyse van dit eerste onderzoek (zie figuur 1) viel echter op dat er een grote drop-out van de onderzoekspopulatie was: van de 212 cliënten die (na uitsluiten van enkele onjuist geïncludeerde cliënten) over waren voor analyse bleven er slechts 48 cliënten over die twaalf maanden onder behandeling waren. Ook in het onderzoek van Tol et al. (2014) viel op dat er een grote uitval van cliënten was.



Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingInstituut Paramedische Studies
LectoraatVoeding en Gezondheid
PartnersLectoraat Voeding en Gezondheid
Datum2018-04-09
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk