De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Tinybot

Het nieuwe hulpmiddel voor mensen met Autisme Spectrum Stoornis?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Tinybot

Het nieuwe hulpmiddel voor mensen met Autisme Spectrum Stoornis?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In de laatste jaren is veel veranderd in de samenleving. In de troonrede van 17 september 2013 heeft Koning Willem-Alexander een van de veranderingen genoemd: “...leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving” (Rijksoverheid, 2013). Bovendien heeft Koning Willem-Alexander benadrukt dat mensen in deze tijd hun eigen keuzes willen maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen (Rijksoverheid, 2013). Dat betekent onder andere dat de mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, mensen de wens hebben om de regie en controle over hun leven en zorg te willen houden en er een nieuwe ‘cliënt-professional relatie’ is, waarbij de cliënten een actievere en grotere rol krijgen in het zorgproces (Peeters, Wiegers, Bie & Friele, 2013). Door de huidige transformatie krijgt elke burger de kans om in de maatschappij mee te doen door zijn of haar krachten in te zetten en hierdoor een bijdrage te leveren aan de maatschappij, in de mate waarop het voor hem of haar mogelijk is (Movisie, 2015). Het uitgangspunt is streven naar een actievere deelname aan de samenleving en er wordt verwacht dat de burgers hun eigen omgeving of netwerk gebruiken voor ondersteuning en begeleiding. De focus ligt niet meer op ‘ziekte en zorg’ maar op ‘gezondheid en gedrag’, waarbij preventief handelen het aandachtspunt is (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2010).

In de komende jaren zal de vraag naar zorg steeds meer toenemen, als gevolg van onder andere de stijgende groei van de Nederlandse bevolking en de vergrijzing in combinatie met chronische aandoeningen (Boer red., 2007). Naast de toename van de zorg gaat de complexiteit van de problemen op fysiek, psychisch, sociaal en financieel gebied stijgen. Kwetsbare burgers kunnen hierdoor een verhoogd risico op een achterstand in de maatschappij krijgen en/of sociaal geïsoleerd raken. Hierdoor zal de gezondheidszorg meer preventieve maatregelingen moeten aanbieden. Bovendien heeft de gezondheidszorg het vooruitzicht dat het personeel en financiële middelen steeds beperkter worden, aangezien de intensiteit en duur van de benodigde zorg toe zal nemen (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2010). Er wordt verwacht dat in 2030 140.000 mensen in de zorg extra nodig zijn om de vraag op te vangen (Peeters, et al., 2013). Dit betekent dat het aandeel werkenden in de zorg van 13% naar 20% zou moeten stijgen. Het tekort aan personeel kan gevolgen hebben voor de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg (Peeters, et al., 2013). De vraag naar extra zorg in de toekomst kan maar beperkt of helemaal niet opgevangen worden. In de toekomst zal de zorg effectiever moeten worden, om de vraag naar extra zorg op te kunnen vangen (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2010).

Om de extra zorg in de toekomst aan te kunnen bieden, kan sociale technologie ingezet worden. Sociale technologie wordt omschreven als “een technologie met als doel ondersteuning te bieden in de sociale en psychologische situatie van (kwetsbare) mensen en daarmee hun participatie in de maatschappij te bevorderen en hun kwaliteit van leven te verbeteren of in stand te houden” (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, 2016). In de zorg wordt steeds meer bezuinigd (Rijksoverheid, 2016). Door technologie in te zetten, kan op termijn een kostenbesparing worden bereikt. De arbeidsbesparing ontstaat doordat de hulpverlener minder of geen hulp hoeft te verlenen en/of de cliënten en mantelzorger de zorg zelf kunnen verrichten (Peeters, et al., 2013). Het inzetten van de technologie heeft als effect dat de zorgverlener een coachende rol aanneemt en de cliënt een medebehandelaar wordt. Hierdoor ontstaat een gelijkwaardige relatie (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, 2009), wordt de kwaliteit van de behandeling versterkt en kan er meer zelfregie plaatsvinden.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingErgotherapie
AfdelingInstituut Paramedische Studies
PartnersZorginstelling Siza
Datum2017-01-01
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk