De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

"The most important purpose of evaluation is not to prove, but to improve.”

Rapport van een beschrijvend onderzoek naar de evaluatie van de interprofessionele samenwerking in de ambulante context

Rechten: Alle rechten voorbehouden

"The most important purpose of evaluation is not to prove, but to improve.”

Rapport van een beschrijvend onderzoek naar de evaluatie van de interprofessionele samenwerking in de ambulante context

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Lectoraat Werkzame Factoren in de Jeugd- en Opvoedhulp en is tot stand gekomen in samenwerking met de IAG-opleiding van HAN VDO. De participanten aan dit onderzoek zijn professionals in de ambulante context en tevens deelnemers van de IAG-opleiding.
Vóór de invoer van de Jeugdwet in 2015 werd door verschillende hulpverleningsorganisaties begeleiding, opvang en ondersteuning geboden aan jeugd. Dit had versnippering van de zorg als gevolg (Bekker & Witte, 2014). De gevolgen van de versnippering en de niet toereikende effecten van de jeugdhulp hebben ertoe geleid dat er een veranderingsvraag ontstaan is. Deze is onder andere gericht op een omslag naar meer preventie en ondersteuning in de omgeving van de jongere en is gericht op een integrale aanpak met betere samenwerking. Naar aanleiding van deze veranderingsvraag is de Jeugdwet ingevoerd, welke sinds januari 2015 van kracht is (Bekker & Witte, 2017). Hierdoor raken hulpverleners eerder betrokken bij de problematiek in het gezin en vindt deze zorg vaak plaats in ambulante vorm.
Wanneer een gezin problemen ervaart op meerdere leefgebieden, betekent dit dat verschillende hulpverleners met verschillende disciplines en vaak vanuit verschillende organisaties, betrokken zijn bij een gezin. Dit vereist samenwerking, zodat de hulp op elkaar afgestemd kan worden (Bolt, 2017). De samenwerking tussen verschillende professionals in de zorg, wordt interprofessionele samenwerking genoemd. Volgens Barr (2013) is interprofessionele samenwerking een samenwerkingsvorm waarbij meerdere hulpverleners met verschillende professionele achtergronden hulpverlening bieden aan cliënten (in Van Zaalen, Deckers, & Schuman, 2018).
Uit onderzoek van Van der Sanden, Feringa, Peels en Linders (2017) blijkt dat de samenwerking tussen professionals in de praktijk niet altijd goed verloopt. Professionals werken individueel vanuit goede intenties, maar hebben moeite met het vertrouwen van andere professionals die bij een casus betrokken zijn.
Om interprofessioneel te kunnen samenwerken, dienen professionals aandacht te hebben voor het samenwerkingsproces. Wanneer professionals met elkaar communiceren, kunnen samenwerkingsproblemen voorkomen of verminderd worden (Tsakitzidis & Van Royen, z.d.). Het evalueren van de interprofessionele samenwerking is belangrijk (Bronstein, 2003; Van der Zijden en Diephuis, 2012; Van Hattum, 2018). Evalueren van de interprofessionele samenwerking wordt door Samenwerkend Toezicht Jeugd (2015) zelfs essentieel genoemd.
Op basis van de probleemanalyse, waaruit de urgentie van onderzoek naar het evalueren van interprofessionele samenwerking gebleken is, is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: “Wat hebben deelnemende professionals aan de open IAG-leergang nodig om interprofessionele samenwerking te kunnen evalueren en dit toe te passen in de praktijk?”.
Op basis van de literatuurstudie schalen de onderzoekers de volgende onderwerpen onder het evalueren van de interprofessionele samenwerking: het geven en ontvangen van feedback, het bespreken van stagnaties en verstoringen, het bespreken van standpunten en perspectieven en het bespreken van voortgangen en tegenslagen in de hulpverlening. Op basis van deze onderwerpen, hebben de onderzoekers individuele interviews afgenomen met zes participanten. Na deze individuele interviews is de verkregen informatie gecontroleerd door middel van een focusgroep interview.
Uit de resultaten is te concluderen dat er in de praktijk nauwelijks geëvalueerd wordt. Dit blijkt zowel uit interviews als uit gesprekken met een docent van de IAG-opleiding en met de coördinator van de IAG-opleiding. De geïnterviewde professionals geven aan dat ze het belangrijk vinden om de interprofessionele samenwerking te evalueren, maar dit wordt in de praktijk niet uitgevoerd. Dit heeft te maken met het feit dat het evalueren van de interprofessionele samenwerking geen standaard onderdeel is van de werkwijze van de hulpverleners en hierdoor is de evaluatie niet geprotocolleerd.
Om te kunnen evalueren dient, volgens professionals, aan een aantal randvoorwaarden te worden voldaan, namelijk: bereikbaarheid, tijd, kennis en vaardigheden, een format en bereidwilligheid van alle betrokkenen.
Professionals hebben behoefte aan kaders in de vorm van een format. In dit format dienen alle bovengenoemde onderwerpen met betrekking tot het evalueren van samenwerking verwerkt te worden, zodat al voor een evaluatie bekend is wat besproken zal worden. Op deze manier zijn alle betrokkenen voorbereid op dat ze feedback kunnen geven en ontvangen, waardoor professionals zich minder snel persoonlijk aangevallen zullen voelen. Hierdoor zullen professionals sneller feedback geven en ook gemakkelijker feedback kunnen ontvangen. Door alle onderwerpen in een format te verwerken, kunnen samenwerkingsproblemen direct verholpen en zelfs voorkomen worden.
Ook dienen er, bij de start van de hulpverlening, onderling afspraken gemaakt te worden, zodat de professionals binnen de samenwerking weten waar ze aan toe zijn. Indien dit gedaan wordt, is het voor professionals gemakkelijker om betrokkenen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden, omdat hier reeds afspraken over gemaakt zijn.
Het is belangrijk dat organisaties aan de randvoorwaarden voor evaluatie kunnen voldoen. Alleen op deze manier kan de evaluatie van de interprofessionele samenwerking in de praktijk worden geïmplementeerd en kan dit op een duurzame manier opgenomen worden in de standaard werkwijze van professionals en organisaties.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingPedagogiek
AfdelingInstituut voor Sociale en Pedagogische Studies
PartnersHAN Lectoraat Werkzame Factoren in de Jeugd- en Opvoedhulp
Datum2019-06-01
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk