De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Dramatherapie bij angst- en dwangstoornissen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Dramatherapie bij angst- en dwangstoornissen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Binnen de zorglijn angst- en dwangstoornissen van het UMC Utrecht (Universitair Medisch Centrum Utrecht) bestond de wens een pilot voor dramatherapie te starten waar in spel aan de problematiek van patiënten gewerkt kon worden. Belangrijke doelen hierbij waren onder andere risico’s nemen en gedragsrepertoire uitbreiden.
Tijdens deze pilot is een kwalitatief ontwikkelingsonderzoek uitgevoerd met als vraagstelling:
1. Welke functie kan dramatherapie innemen in de behandeling van angst- en dwangstoornissen binnen het gedragstherapeutische kader van het UMC?
2. Wat is een geschikt dramatherapeutisch aanbod (doel, spelvormen, interventies en technieken) dat aansluit bij de behandeling van patiënten met angst- en dwangstoornissen van het UMC?

Er is voor verschillende dataverzamelingsmethoden gekozen: participerende observatie, beoordeling door patiënten, interviews met deskundigen en bestudering van literatuur. De resultaten worden in verschillende hoofdstukken aangeboden.
Uit de literatuurstudie blijkt dat de verschillende angststoornissen een gemeenschappelijke noemer hebben: als je bang bent voor je eigen angstgevoelens ga je vermijdings-, vlucht- en veiligheidsgedrag ontwikkelen om de angst de baas te worden. Op korte termijn voel je je gerustgesteld, maar op lange termijn werken dit soort gedragingen averechts omdat ze de angstgedachten versterken en omdat ze je bewegingsvrijheid ernstig kunnen inperken.
De functie van dramatherapie ligt in het bewerken van het probleemgedrag binnen spel waardoor het vermijdings- en vluchtgedrag doorbroken wordt en de angst vermindert. Vanuit de participerende observatie wordt het probleemgedrag als volgt getypeerd: perfectionisme, faalangst, schaamte en schuldgevoelens, geringe frustratietolerantie, controle behoefte, vermijding gevoelens, overmatige focus op zichzelf en verantwoordelijkheid.
Als dramatherapeutische aanpak worden fasen beschreven die een opbouw in moeilijkheidsgraad laten zien om aan de gestelde einddoelen, als gedragsrepertoire uitbreiden en emoties uiten, toe te komen. De fasen worden bij de resultaten samenvattend getypeerd waarbij per fase verschillende casus uitgelicht worden. In de bijlage worden de fasen als product aangeboden waarbij ze nader geconcretiseerd worden.
Patiënten beoordelen het vrijplaatskarakter van dramatherapie (gebruik van fictie, geen consequenties) positief waardoor ze risico’s durven te nemen en gedragsalternatieven uitproberen.
Deskundigen binnen het UMC zien vooral winst in het eigen kader van dramatherapie waar in een groepsgewijze aanpak de doelen en thema’s van patiënten bewerkt kunnen worden.
In de aanbeveling wordt de positie van dramatherapie als ondersteunende interventie (Richtlijn Angststoornissen, 2003) bestreden. Dramatherapie zou als onderdeel van een multidisciplinaire behandeling gezien kunnen worden waarbij het een deel van de behandeling voor zijn rekening neemt. Deze uitspraak wordt onderschreven door dramatherapeuten die ook met angststoornissen werken.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
InstituutInstituut Sociale Studies
Gepubliceerd in Nijmegen
Datum2011-11-21
TypeBoek
ISBN90-807568-0-6
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk