De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal voor hemodialysepatiënten

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Ontwikkeling van voorlichtingsmateriaal voor hemodialysepatiënten

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Zoals eerder geconcludeerd zijn het de volgende determinanten die bij de doelgroep
beïnvloed dienen te worden. Bij alle dieetonderwerpen kan de kennis zorgen voor het beter
uitvoeren van dieetadviezen. Voor alle onderwerpen, behalve eiwit, geldt dit ook voor het
determinant attitude. Aan de hand van het literatuur en veldonderzoek is dan ook passend
voorlichtingsmateriaal ontwikkeld.
Er wordt dan ook aanbevolen de twaalf opgestelde voorlichtingen uit te voeren zoals deze
omschreven staan in de handleiding. Op deze manier zullen ze het meest effectief zijn.
Indien de uitvoering van de voorlichtingen aangepast zal worden, bestaat de kans dat de
voorlichting niet meer het gewenst effect teweeg brengt. Ditzelfde geldt voor alle handelingen
rondom het voorbereiden en uitvoeren van de voorlichtingen, zoals beschreven in het
implementatieplan.
Om een effectieve voorlichting te geven is het belangrijk de werkgroep zelfmanagement op
een goede manier te instrueren. Aanbevolen wordt om dit te doen aan de hand van de
opgestelde klinische lessen. Deze klinische lessen zijn, los en in samenhang met het
voorlichtingsmateriaal, niet gepretest. Dit wordt wel aanbevolen, om te zorgen voor een
goede aansluiting bij de doelgroep. Dit kan gedaan worden wanneer bijvoorbeeld de
eiwitmaand geweest is. Hier kan gekeken worden naar de aansluiting van de klinische les op
het voorlichtingsmateriaal en de vragen van de patiënten. Hiermee wordt duidelijk of de
nurse praticioners en dialyseverpleegkundigen voldoende ingelicht zijn om de voorlichting
goed uit te voeren en vragen te kunnen beantwoorden.
Geadviseerd wordt om een proces- en effectmeting te doen om te kijken waar nog
verbeterpunten zitten en of het beoogde resultaat wordt behaald met de voorlichtingen. Na
iedere voorlichting kan als effectmeting bekeken worden of labuitslagen verbeterd zijn naar
aanleiding van een voorlichting. Na ongeveer één jaar kan er een effectevaluatie uitgevoerd
worden. Dan zijn alle voedingsonderwerpen een keer aan bod gekomen en kan het effect
gemeten worden. Het veldonderzoek kan dan gebruikt worden als nul meting. De
discussiepunten ten aanzien van het veldonderzoek verdienen hierbij nog extra aandacht.
Deze punten dienen aangepast of weggelaten te worden, omdat ze mogelijk voor andere
resultaten kunnen zorgen, waardoor deze niet meer vergelijkbaar zijn met de nulmeting.
Wellicht is het mogelijk de effectevaluatie wederom door junioradviseurs uit te laten voeren.
Ten aanzien van het voorlichtingsmateriaal wordt geadviseerd om de laatste ontwikkelingen
op wetenschappelijk gebied in de gaten te houden. Mochten er nieuwe inzichten worden
verkregen, dan kan dit doorgevoerd worden in de klinische les en het bijbehorende
voorlichtingsmateriaal. Let hierbij wel op dat de voorlichtingen niet gaan afwijken van hun
doel.
Vanuit het literatuur- en veldonderzoek zijn nog verschillende discussiepunten naar voren
gekomen. Deze punten meenemen in een nieuw onderzoek, zal ervoor zorgen dat de daar
uit volgende adviezen nog meer afgestemd zijn op de doelgroep en de probleemstelling, dan
dat ze nu zijn. Een aantal belangrijke punten die hiervoor aangepakt kunnen worden zijn:
Het meenemen van de fase van gedragsverandering in het veldonderzoek. Hiermee is in het
veldonderzoek nu niets gedaan, waardoor hier bij het opstellen van de voorlichtingen geen
rekening mee gehouden is. Door hier op in te gaan, zullen de patiënten beter begeleid
kunnen worden naar een volgende fase van gedragsverandering.
Lastige woorden in de enquête uitleggen of vereenvoudigen. Het gaat hierbij om ‘predialysefase’
en ‘natrium’. Hierdoor zijn vragen mogelijk anders beantwoord dan dat ze
bedoeld zijn. Ditzelfde geldt voor onduidelijke vragen zoals vraag 21.
Alle determinanten evenredig meenemen in het veldonderzoek. Nu zijn sommige
determinanten vaker als antwoordmogelijkheid gegeven als andere, waardoor de kans
24
bestaat dat deze ook vaker als antwoord zijn gegeven. Door deze gelijk te trekken zou de
kans dat een determinant het meeste invloed heeft meer met zekerheid vast te stellen zijn
dan nu.
Voor overige verbeterpunten, wordt verwezen naar hoofdstuk 7: Discussie, in het
onderbouwingsrapport.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
InstituutInstituut Paramedische Studies
Gepubliceerd in
Datum2013-02-19
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk