De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Zorgprogramma Vasculair Risicomanagement

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Zorgprogramma Vasculair Risicomanagement

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In dit onderzoek is onderzocht aan welke eisen een zorgprogramma voor vasculair risicomanagement
moet voldoen. Hiervoor is een meetinstrument ontwikkeld en vervolgens is het zorgprogramma
vasculair risicomanagement van Gezondheidscentrum X. hiermee gecontroleerd.
Doel van het onderzoek: In januari 2011 is, gebruikmakend van een te ontwikkelen meetinstrument,
duidelijk geworden of het schriftelijke zorgprogramma en de huidige praktijk voor VRM in
Gezondheidscentrum X. voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de zorgstandaard voor VRM en is
aan de hand van de resultaten een passend advies gegeven ter verbetering van de kwaliteit van het
des betreffende zorgprogramma.
Methode: Het onderzoek betreft een mixed design. Het eerste deel van het onderzoek is kwantitatief
van aard. De minimale eisen die gesteld worden aan een zorgprogramma VRM zijn verwerkt in een
checklist. Vervolgens is het zorgprogramma VRM van Gezondheidscentrum X. hiermee vergeleken,
waarna een uitspraak kon worden gedaan over de mate waarin het zorgprogramma en de checklist
overeenkomen.
Het tweede deel van het onderzoek is kwalitatief van aard. Hier is door middel van een
semigestructureerd interview inzicht verkregen in de huidige praktijk rondom VRM in
Gezondheidscentrum X. De verzamelde data uit het onderzoek zijn verwerkt in een beschrijvende
analyse.
Resultaten: De minimale eisen aan een zorgprogramma VRM zijn beschreven in de zorgstandaard
VRM die is ontwikkeld door Platvorm Vitale Vaten. De belangrijkste elementen zijn zelfmanagement
van de patiënt, ontwerp van het zorgproces, beslissingsondersteuning en informatiesystemen. De
patiënt speelt de centrale rol. Hij dient zelf verantwoording voor het zorgproces te nemen, waarin hij
ondersteuning krijgt van het behandelteam. Ten aanzien van het ontwerp van het zorgproces moet er
een goede organisatie en samenwerking zijn. Dit wordt bereikt door het aanstellen van een centrale
zorgverlener die de regie voert over het zorgproces. Daarnaast moet per patiënt een individueel
zorgplan opgesteld worden. Het behandelteam moet hun beslissingen baseren op de CBO richtlijn
VRM en er moet gebruik worden gemaakt van een informatiesysteem waarin zowel individuele als
groepsgegevens worden opgeslagen.
Deze minimale eisen zijn verwerkt in een meetinstrument, waarin ze zijn opgesplitst in 36 onderdelen
die een zorgprogramma VRM moet bevatten. In het schriftelijke zorgprogramma VRM van
Gezondheidscentrum X. zijn 20 van deze onderdelen aanwezig. Er ontbreken 10 onderdelen en 6
onderdelen zijn onvolledig of onduidelijk beschreven. Het zorgprogramma VRM is nog niet
geïmplementeerd in de praktijk, maar er worden al wel activiteiten rondom VRM uitgevoerd in
Gezondheidseiscentrum X. Inhoudelijk worden deze activiteiten gebaseerd op de CBO richtlijn VRM
en op eigen inzicht van de desbetreffende discipline. Er zijn verschillende gezondheidsprogramma’s
die VRM patiënten kunnen volgen zoals ‘stoppen met roken’. De regie over het zorgproces wordt
gevoerd door de huisarts. De rol van de patiënt is niet duidelijk vastgelegd, maar er wordt wel
aangestuurd op zelfmanagement en eigen verantwoordelijkheid. Ten aanzien van de organisatie is er
nog niets vastgelegd. Er is weinig communicatie tussen de disciplines. Er wordt gebruik gemaakt van
een informatiesysteem per discipline, waarin zij de voor hun relevante gegevens registreren. Deze
informatiesystemen staan niet onderling in verband met elkaar.
Discussie: Er zijn enkele kritische kanttekeningen bij dit onderzoek. Er zijn twee punten die het meest
van belang zijn. Ten eerste betreft dit de keuze voor een semigestructureerd interview om de huidige
praktijk bij Gezondheidscentrum X. in beeld te brengen. Doordat er één persoon is geïnterviewd, zijn
de resultaten mogelijk gekleurd door persoonlijke ervaringen van de respondent. Meerdere interviews
of een observatie van de praktijk had beter onderbouwde resultaten gegeven. Het gevolg is dat de
resultaten ten aanzien van de zorg rondom VRM in de praktijk (deelvraag drie) met enige
voorzichtigheid geïnterpreteerd dienen te worden.
Het tweede punt betreft de ontwikkeling van de checklist. Het waarborgen van de betrouwbaarheid
bleek lastig en vroeg meer tijd dan gepland. Door aanpassing van de checklist is de betrouwbaarheid
verbeterd, echter zal hier nog verdere ontwikkeling in mogelijk zijn. De grotere tijdsinvestering in de
ontwikkeling van de checklist heeft geen nadelige invloed gehad op de planning, omdat er ruimte was
voor eventuele uitloop.

Conclusie: De conclusie is dat het schriftelijke zorgprogramma VRM van Gezondheidscentrum X. nog
niet geheel voldoet aan de gestelde eisen in de zorgstandaard VRM. De interventies die in de praktijk
al uitgevoerd worden voor VRM voldoen deels aan de zorgstandaard VRM. Zorginhoudelijk komt de
zorg voor VRM overeen met de eisen uit de zorgstandaard VRM, omdat interventies gebaseerd
worden op de CBO richtlijn VRM. De organisatie en samenwerking verlopen niet zoals volgens de
zorgstandaard VRM moet. Dit komt vooral doordat er nog geen vaste afspraken en richtlijnen worden
gebruikt en iedere discipline zelfstandig werkt, zonder regelmatig overleg met andere betrokken
disciplines.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
InstituutInstituut Verpleegkundige Studies
Gepubliceerd in
Datum2010-12-01
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk