De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De rol van voeding in relatie tot prestatieverbetering bij turnsters van GTV de Hazenkamp

Een onderzoeksrapport

Rechten: Alle rechten voorbehouden

De rol van voeding in relatie tot prestatieverbetering bij turnsters van GTV de Hazenkamp

Een onderzoeksrapport

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Het doel van dit onderzoek is om de turnsters van GTV de Hazenkamp in de voorbereidingsgroep door middel van een interventie de juiste voedingsadviezen te geven en hun vragen over voeding in relatie met hun sport te beantwoorden. Met behulp van een interventie wordt geprobeerd het voedingsgedrag van de turnsters in de huidige en toekomstige ontwikkelingsfase van de Long Term Gymnastics Development positief te beïnvloeden, zodat mogelijke gezondheidsproblemen in relatie tot voeding in de toekomst voorkomen worden.
Uit de literatuur blijkt dat een inadequate voeding invloed heeft op de prestatie als turnster. Bij turnsters komt vaak energiedeficiëntie voor, waarbij specifiek voor koolhydraten een lage inname is te zien. Een risico op tekort aan vitamines en mineralen komt in de meeste gevallen voor als gevolg van een te lage energie-inname. Om goed te kunnen presteren is voeding rondom inspanning eveneens van belang, zoals het aanvullen van koolhydraten en eiwitten na inspanning om herstel te bevorderen. Veranderingen ten aanzien van de voedingsbehoefte bij de huidige en toekomstige ontwikkelingsfase is de verhoging van energie en koolhydraten, gezien het vermeerderen van de trainingsuren.
Als gevolg van een inadequaat voedingsinname kan op korte termijn vermoeidheid, concentratieverlies en onvoldoende herstel na inspanning plaatsvinden. Op lange termijn kan vertraagde groei optreden en is de kans op het ontwikkelen van de Female Athlete Triad bij turnsters groter. De oorzaken die ten grondslag liggen aan een inadequaat voedingspatroon zijn: onvoldoende kennis over gezonde en sportspecifieke voeding, laag risicoperceptie aangezien turnsters erg gedreven zijn om gewicht te verliezen, de overtuiging “Thin is Going to Win”, de sociale druk van ouders, trainers, juryleden en turngenootjes, lage eigen effectiviteit, lage intentie en de aanwezige barrières, zoals trainingsschema’s en gevoel van misselijkheid na inspanning.
Om te bepalen of deze factoren ook een rol spelen bij de turnsters van de voorbereidingsgroep, is met behulp van een meerdaags voedingsdagboek en vragenlijst, het voedingspatroon en het voedingsgedrag achterhaald. Hierbij zijn de oorzaken (determinanten) die ten grondslag liggen aan een inadequaat voedingspatroon getoetst onder de respondenten. De steekproef betrof een select samengestelde populatie, omdat de respondenten op basis van bepaalde kenmerken zijn samengesteld.
Bij de onderzoekspopulatie blijkt dat de energie-inname en de inname van koolhydraten minimaal te zijn. De gemiddelde inname van de hoeveelheid vocht, vitamine D en ijzer liggen onder de minimale behoefte. De gemiddelde inname van eiwit en vet is volgens behoefte, waarbij de inname van de hoeveelheid verzadigd vet te hoog is. Kennis over algemene voeding, gezonde voeding, aanbevolen hoeveelheden op voedingsmiddelenniveau en specifieke voeding in relatie tot prestatie is nog onvoldoende aanwezig bij de respondenten. Daarnaast is de risicoperceptie van de gevolgen van een inadequate voedingsinname bij de turnsters laag. De intentie om te letten op goede voeding in combinatie met het turnen is daarentegen goed. Ook is het merendeel bereid hun voeding aan te passen als hierdoor de prestatie zou verbeteren. De ouders hebben de meeste invloed op het eetgedrag, maar de trainers worden wel genoemd als bron van informatie bij voeding in relatie tot het turnen. Mogelijke barrières zoals te weinig tijd om te eten en trainingsschema kunnen een rol spelen bij het tot stand komen van een inadequate voedingsinname. Het zelfbeeld van de turnsters was bij allen goed. Over het algemeen vonden zij zichzelf mooi en hadden geen intentie om gewicht te verliezen.
Om effectief een interventie op te zetten blijkt onder andere uit de literatuur dat interventies gericht op kennis en risicoperceptie als eerste uitgevoerd moeten worden, om gedragsverandering plaats te laten vinden. Daarnaast hebben programma’s met meerdere sessies meer effect dan een sessie. Ook blijken interactieve programma’s effectiever dan alleen voorlichting. Deze punten zijn meegenomen bij het ontwikkelen van de interventie. Zo is er gekozen voor vier sessies in het jaar en is er gekozen voor een interactief programma. De ouders zijn eveneens betrokken bij de interventie gezien hun grote invloed op wat de turnsters qua voeding innemen. Door doelen te stellen gericht op knelpunten van het voedingspatroon en gericht op de opvallende gedragingen, kunnen na de interventie deze doelen worden getoetst. Hiermee kan worden bepaald of de interventie effect heeft gehad op het voedingsgedrag van de onderzoekspopulatie, wat als hoofddoel is geformuleerd voor dit onderzoek. Procesevaluatie vindt gedurendede sessies plaats, om verbeteringen mee te nemen in een volgende sessie.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingVoeding en Diëtetiek
AfdelingAcademie Paramedische Studies
Datum2012-07-10
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk