De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Op welke wijze kunnen huidtherapeuten bijdragen een de combinatie van oedeemtherapie en hyperbare zuurstoftherapie ter vermindering van oedemateuze klachten als gevolg van late radiatieschade na een mammacarcinoom?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Op welke wijze kunnen huidtherapeuten bijdragen een de combinatie van oedeemtherapie en hyperbare zuurstoftherapie ter vermindering van oedemateuze klachten als gevolg van late radiatieschade na een mammacarcinoom?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Aanleiding: In 2014 is de vernieuwde richtlijn ‘lymfoedeem’ uitgebracht. Deze multidisciplinaire richtlijn dient als leidraad om de kwaliteit van zorg rondom patiënten met lymfoedeem te verbeteren. In deze richtlijn is de mogelijkheid van hyperbare zuurstoftherapie door hyperbare artsen niet benoemd. In de praktijk wordt hyperbare zuurstoftherapie echter wel toegepast ter vermindering van oedemateuze klachten bij late radiatieschade.
Doelstelling: Het doel van dit onderzoek is om een advies uit te brengen aan huidtherapeuten inzake de rol die hyperbare zuurstoftherapie kan spelen in de huidtherapeutische praktijk in combinatie met oedeemtherapie. Het betreft patiënten met oedemateuze klachten als gevolg van late radiatie-schade na een mammacarcinoom.
Vraagstelling: ‘’Op welke wijze kunnen huidtherapeuten bijdragen aan een combinatie van oedeemtherapie en hyperbare zuurstoftherapie ter vermindering van borstgerelateerde oedemateuze klachten als gevolg van late radiatieschade na een mammacarcinoom?’’
Methode: Er is gekozen voor een getrianguleerde onderzoeksmethode door een kwalitatief literatuuronderzoek te combineren met een kwalitatief praktijkgericht onderzoek onder huidtherapeuten en hyperbare artsen middels interviews. Het literatuuronderzoek heeft gediend ter onderbouwing van het kwalitatieve praktijkonderzoek en om antwoorden te vinden op de hoofd- en deelvragen. De interviews bevatten een semigestructureerd aspect door het gebruik van vooropgestelde topiclijsten met voorbeeldvragen. De interviews met de huidtherapeuten vonden ’face-to-face’ plaats. De interviews met hyperbare artsen vonden plaats middels telefonisch contact.
Resultaten: De wetenschappelijke bewijsvoering vanuit de literatuur voor oedeemtherapie en hyperbare zuurstoftherapie ter vermindering van LRTI bleek beperkt. Tevens is er geen richtlijn gevonden omtrent de behandeling van patiënten met LRTI na een mammacarcinoom. Uit de resultaten van het praktijkonderzoek bleek dat hyperbare artsen de combinatie van hyperbare zuurstof therapie en oedeemtherapie bij patiënten met late radiatieklachten wel adviseren. Dit advies berust op klinische praktijkervaring waarbij de effectiviteit van de combinatie niet wetenschappelijk is onderzocht. De therapieën worden gezien als twee afzonderlijke therapieën die in dezelfde periode toegepast kunnen worden, waarbij de huidtherapeut en hyperbaar arts individueel werken aan de vermindering van late radiatieklachten. Huidtherapeuten bleken een gebrek aan kennis over de inhoud en effectiviteit van hyperbare zuurstoftherapie te hebben.
Conclusie: Ondanks de beperkte literaire onderbouwing over het effect van oedeemtherapie en hyperbare zuurstoftherapie bij late radiatieschade, kunnen huidtherapeuten alsnog bijdragen aan de combinatie van hyperbare zuurstoftherapie en oedeemtherapie bij late radiatieschade aan de mamma. Hyperbare artsen staan open voor een samenwerking met huidtherapeuten omdat zij ervaren dat hyperbare zuurstoftherapie en oedeemtherapie elkaar aanvullen en verwijzen patiënten met late radiatieschade, standaard naar oedeemtherapie. Huidtherapeuten kunnen bijdragen aan de combinatie middels het continueren van de integrale oedeemtherapie. Daarnaast kunnen huidtherapeuten bijdragen door kennis op te doen over de inhoud en effecten van hyperbare zuurstoftherapie ter vermindering van late radiatieklachten. Zo kunnen huidtherapeuten in staat zijn om patiënten volledig te informeren over hyperbare zuurstoftherapie en indien nodig indirect door te verwijzen, waardoor een wederzijdse flow van patiënten kan ont-staan. Een bijdrage van huidtherapeuten aan de combinatie van hyperbare zuurstoftherapie en oedeemtherapie streeft een goed afgestemde zorg na bij patiënten met late radiatieschade.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGVS Huidtherapie
Jaar2019
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk