De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Veilig sporten zonder beperking?

heeft een profylactisch inversiebeperkend hulpmiddel gevolgen voor het gangpatroon?

Open access

Rechten:Alle rechten voorbehouden

Veilig sporten zonder beperking?

heeft een profylactisch inversiebeperkend hulpmiddel gevolgen voor het gangpatroon?

Open access

Rechten:Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Probleemstelling: Profylactische inversiebeperkende hulpmiddelen beperken behalve de inversiebeweging mogelijk ook de plantairflexie in dynamische situatie. In statische situatie is dit voor enkele hulpmiddelen eerder aangetoond. Een plantairflexiebeperking kan gevolgen hebben voor de spieractiviteit van de m. gastrocnemius en voor de spatiële en temporele parameters van het gangpatroon en daarmee prestaties negatief beïnvloeden en het blessurerisico verhogen. Hypothese: Een hulpmiddel beperkt significant de maximaal behaalde plantairflexiehoek. Ook wordt bij een plantairflexiebeperking een gereduceerde activiteit van de m. gastrocnemius in het been met hulpmiddel, een gereduceerde staplengte in het contralaterale been en een verhoogde stapfrequentie verwacht. Methode: In deze experimentele studie is in een bewegingslab met behulp van het OptiTrack 3D-meetsysteem en EMG bij zeven proefpersonen onderzocht wat de invloed is van verschillende hulpmiddelen op de maximaal behaalde plantairflexiehoek en de gevolgen voor staplengte, -frequentie en spieractiviteit van de m. gastrocnemius tijdens drie dynamische situaties: comfortabele hardloopsnelheid (CS), hoge hardloopsnelheid (HS) en maximale verticale sprong. Drie typen hulpmiddelen zijn gebruikt: de EXO-L Enkelband, ASO en Malleoloc. Resultaten: Repeated measures ANOVA toonde een significant verschil van de maximaal behaalde plantairflexiehoek tussen de verschillende situaties bij alle bewegingen aan (α < 0.05). Pairwise comparisons liet vervolgens op CS een gemiddelde beperking, in vergelijking met de situatie zonder hulpmiddel, bij EXO-L van 3,88° (± 1,00°), bij ASO 5,64° (± 1,42°) en bij Malleoloc 9,68° (± 0,54°) zien; Op HS bij EXO-L 5,28° (± 0,46°), bij ASO 7,01° (± 2,93°) en bij Malleoloc 9,61° (± 0,76°); Tijdens sprong bij EXO-L 2,21° (± 0,68°), bij ASO 4,34° (± 1,81°) en bij Malleoloc 4,23° (± 1,01°). Uit een vergelijking tussen verschillende hulpmiddelen is bovendien gebleken dat op CS en HS de Malleoloc significant meer beperkte dan de EXO-L, respectievelijk 5,81° (± 0,92°) en 4,33° (± 0,42°). Er is een verschil aangetoond in de staplengte van het been zonder hulpmiddel (α < 0.05). Er zijn geen significante gevolgen gemeten voor stapfrequentie en spieractiviteit. Conclusie: In dynamische situaties beperken profylactische inversiebeperkende hulpmiddelen de maximaal behaalde plantairflexiehoek. Er is wel een verschil in de mate waarin verschillende hulpmiddelen de plantairflexiehoek beperken. De beperkte plantairflexiehoek heeft invloed op de staplengte van het been zonder hulpmiddel, maar er is niet aangetoond dat dit invloed heeft op de activiteit van de m. gastrocnemius in het been met hulpmiddel en de stapfrequentie.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
OpleidingGVS Bewegingstechnologie
AfdelingFaculteit Gezondheid, Voeding & Sport
PartnerExo Ligament B.V., Delft
Jaar2015
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk