De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Hulpmiddel voor roeien

sticky row

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Hulpmiddel voor roeien

sticky row

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Tijdens mijn vierdejaars stage bij de Delftse Studenten Roeivereniging Proteus-Eretes ben ik in aanraking gekomen met Loes Kamer uit Gouda. Haar persoonlijke verhaal heeft mij op het idee gebracht voor dit afstudeeronderzoek, met het doel om haar en lotgenoten te helpen. Loes Kamer roeit namelijk graag, maar heeft al geruime tijd het carpale-tunnelsyndroom aan beide polsen. Door deze aandoening kan ze haar polsen niet optimaal gebruiken, waardoor het roeien niet naar haar tevredenheid gaat. Er is sprake van krachtverlies in beide handen. Bij het roeien is knijpkracht van de vingers nodig om de riemen vast te kunnen houden en meerdere halen te kunnen maken. Voor iemand die minder kracht met de vingers kan leveren, is een hulpmiddel nodig dat de vingers in een passieve knijphouding zet.
De doelstelling van dit project is om het huidige hulpmiddel (zie hoofdstuk 2.7.) te optimaliseren of een nieuw hulpmiddel te ontwerpen en te vervaardigen, zodat mensen die geen of onvoldoende kracht kunnen leveren in hun vingers kunnen roeien.
Er zijn in de analysefase zeven deelvragen opgesteld om tot een correct werkend hulpmiddel te komen. Deze deelvragen geven antwoord op de vragen: wat het carpaal-tunnelsyndroom is, hoeveel kracht er nodig is om een roeihaal te maken, waar de druk komt te staan in de vingers tijdens de roeihaal en waaraan het uiteindelijke hulpmiddel moet voldoen. Uit deze deelvragen is een lijst van eisen en wensen gekomen. Na de analysefase zijn in de ontwerpfase vijf concepten ontworpen, waarvan één tot het eindontwerp heeft geleid. Om tot een eindontwerp te komen zijn van twee concepten een mock-up gemaakt. Met behulp van de kardinale methode en het toetsen van de vijf concepten aan de lijst van eisen en wensen, is bepaald dat van concept 1 (handschoen voor vingertoppen met een veertje) en 2 (de buis met klittenband en een handschoen) een mock-up is vervaardigd en getest. Na de test is gekozen om met concept 2 verder te gaan, omdat deze de meeste punten in de kardinale methode kreeg en de meeste voordelen en de minste nadelen bleek te hebben.
Vervolgens is in de materialisatiefase het te gebruiken materiaal bepaald, een marktonderzoek gedaan naar sporthandschoenen, een kostenplaatje opgesteld, tekeningen en bouwtekeningen in SolidWorks gemaakt en tenslotte het eindontwerp vervaardigd. Het resultaat is te zien in Figuur 1. De opzetstukken bovenin de foto zijn gemaakt van PVC, klittenband en rubber. De sporthandschoenen zijn van polyester en elastaan, waarop het klittenband is vastgenaaid. Daarna is er getest of er met het vervaardigde hulpmiddel kan worden geroeid en is dit getoetst aan de lijst van eisen en wensen.
Vervolgens zijn op basis van het voorgaande de volgende conclusies getrokken. Het hulpmiddel kan worden gebruikt om te roeien zonder dat de vingers kracht moeten leveren om het handvat vast te houden. Het is te gebruiken voor beide handen en het kan tegen water. Of het hulpmiddel losschiet als de boot omslaat, is niet getest. Dit is niet getest omdat de test in een roeibak plaatsvond in plaats van in een roeiboot op het water. Het is wel gelukt om de handen los te trekken van het opzetstuk. Over de duurzaamheid van het hulpmiddel kan vooralsnog onvoldoende conclusies worden getrokken, omdat dit pas kan als het hulpmiddel voor een langere tijd wordt gebruikt. Wel kan er wat worden gezegd over de duurzaamheid van de gebruikte materialen. Gezien de toepassing van de gebruikte materialen (PVC in regenbuizen, type klittenband Mushroom voor de bevestiging van plafondplaten, wandpanelen en radiatorbekleding en het rubber verwerkt in dakplaten) kan gezegd worden dat het duurzame materialen zijn. Het hulpmiddel kan op lange termijn voor (nieuwe) polsklachten zorgen. Dit komt doordat tijdens het klippen meer dorsaalflexie in de pols optreedt.
Als belangrijkste aanbevelingen voor verbetering van het hulpmiddel voor de betreffende gebruiker met CTS worden gegeven:
- Zorg dat het stuk grof klittenband smaller is, zodat de ruimte tussen de stukken grof klittenband breder wordt en de vingers er tussen passen. Eventueel het klittenband inzinken in de buis, zodat de diameter overal gelijk wordt en dat het opzetstuk zo klein en dun mogelijk kan worden gemaakt.
- Pas het hulpmiddel zodanig aan, dat de pols in neutrale stand blijft tijdens een volledige roeihaal of ontwerp en vervaardig een nieuw hulpmiddel waarbij dit gebeurt.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
OpleidingGVS Mens en Techniek | Bewegingstechnologie
AfdelingFaculteit Gezondheid, Voeding & Sport
Jaar2017
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk