De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Ondervoeding, een kwestie voor de wijkverpleegkundige?

over ervaringen, knelpunten en behoeften van wijkverpleegkundigen in de thuiszorg

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Ondervoeding, een kwestie voor de wijkverpleegkundige?

over ervaringen, knelpunten en behoeften van wijkverpleegkundigen in de thuiszorg

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Aanleiding: Ondervoeding is anno 2019 een veelal onopgemerkt, maar veelvoorkomend gezondheidsprobleem. Uit onderzoek van prof. dr. Navis (2018) is gebleken dat plusminus veertig procent van de ouderen die in het ziekenhuis worden opgenomen, ondervoed is. Ondervoeding kan ingrijpende gevolgen met zich meebrengen en daardoor hoge zorgkosten opleveren. Daarom vraagt ondervoeding om de nodige aandacht binnen de gezondheidszorg. In opdracht van Verpleegkundige Topzorg is een onderzoek gestart naar de huidige situatie van (wijk)verpleegkundigen wat betreft ervaringen met het signaleren, diagnosticeren en interveniëren bij ondervoede, thuiswonende ouderen.
Doelstelling: Door, in een tijdsbestek van tien weken, kwalitatief onderzoek te doen naar de ervaringen van (wijk)verpleegkundigen met betrekking tot hun verpleegkundige rol omtrent het signaleren, diagnosticeren en interveniëren bij ondervoeding bij ouderen in de thuissituatie, kan een advies worden uitgebracht dat aansluit op de behoeften en wensen van de (wijk)verpleegkundigen.
Probleemstelling: Hoe ervaren (wijk)verpleegkundigen hun verpleegkundige rol met betrekking tot het signaleren, diagnosticeren en interveniëren bij ondervoeding bij ouderen in de thuissituatie?
Methode: Er is kwalitatief onderzoek gedaan naar de ervaringen van (wijk)verpleegkundigen niveau vier en vijf. Er is ter verdieping literatuuronderzoek verricht naar beschikbare meetinstrumenten en verpleegkundige interventies betreffende ondervoeding. Er is praktijkonderzoek uitgevoerd door het afnemen van semigestructureerde diepte-interviews bij twaalf (wijk)verpleegkundigen op basis van een selectieve steekproef in de regio Noord-Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe). Het praktijkonderzoek vond plaats in de periode november en december 2018. De gegevens zijn met behulp van het softwareprogramma voor kwalitatieve data-analyse Atlas.ti geanalyseerd.
Resultaten: Zeven wijkverpleegkundigen geven aan onvoldoende kennis over (onder)voeding te hebben. De (wijk)verpleegkundigen zijn allen op de hoogte van de signalen van ondervoeding, maar pas in een vergevorderd stadium. Alleen de SNAQ/SNAQ 65+ is als meetinstrument bekend onder een groot deel van de (wijk)verpleegkundigen. Een meetinstrument ter diagnostisering wordt nauwelijks gebruikt. De (wijk)verpleegkundigen gebruiken daarvoor voornamelijk hun klinische blik en opmerkingen van de cliënt over voeding. De meest ingezette interventies zijn het inlichten van een huisarts, wekelijks wegen, in gesprek gaan met het netwerk van de cliënt, een diëtiste inschakelen en maaltijdvoorziening inzetten. Ervaringen met multidisciplinair samenwerken zijn erg divers. Tijdsdruk, een gebrek aan continuïteit, onvoldoende multidisciplinaire samenwerking, cliënten die het belang van goede voeding niet inzien en de onduidelijkheid over het aanvragen en het afwijzen van een indicatie voor maaltijdondersteuning door het WMO-loket van de gemeente en de zorgverzekeraar fungeren als grootste belemmeringen binnen de zorg rondom (onder)voeding voor een cliënt.
Conclusie: Allereerst kan geconcludeerd worden dat (wijk)verpleegkundigen ervaren dat het vroegtijdig signaleren van ondervoeding lastig is. Ervaringen met diagnosticeren van ondervoeding zijn divers, veelal vertrouwen de (wijk)verpleegkundigen op hun klinische blik. Het gebruiken van een meetinstrument ter diagnostisering wordt ervaren als een extra administratieve taak die veel tijd in beslag neemt. In een verder gevorderd stadium, wanneer de signalen duidelijk worden, zetten de (wijk)verpleegkundigen diverse interventies in. De (wijk)verpleegkundige is er van op de hoogte welke interventies ingezet kunnen worden en ervaart bij het opstellen hiervan geen moeilijkheden. Deze interventies worden voornamelijk gebaseerd op eigen kennis en ervaring. Een groot deel van de (wijk)verpleegkundige ervaart een kennistekort met betrekking tot ondervoeding en een gebrek aan tijd voor het zoeken naar informatie hierover. Ook worden belemmeringen ervaren bij het indiceren van tijd voor maaltijdondersteuning. De (wijk)verpleegkundigen ervaren het als bevordering wanneer er een goede multidisciplinaire samenwerking bestaat tussen huisarts en diëtiste. Er kan geconcludeerd worden dat de (wijk)verpleegkundigen wel degelijk een rol ervaart in de zorg rondom (onder)voeding, maar deze rol niet altijd even optimaal kan vervullen. De (wijk)verpleegkundigen hebben behoefte aan meer kennis, een beknopte, eenduidige richtlijn en duidelijkheid over de indicatie van maaltijdondersteuning.
Aanbevelingen: Op macroniveau is het van belang dat voeding een prominentere rol krijgt in de opleiding Verpleegkunde en er een duidelijk beleid komt binnen de wet- en regelgeving over het indiceren van maaltijdondersteuning. Daarnaast is het noodzakelijk om de diepgaande kennis over (onder)voeding bij (wijk)verpleegkundigen te vergroten middels een scholing, klinische les of symposium. Ook wordt het gebruik van een meetinstrument aanbevolen om vroegtijdig (het risico op) ondervoeding te screenen. Het raadplegen van de richtlijn van Stuurgroep Ondervoeding kan steun bieden in het behandelen van ondervoeding, echter is het wenselijk dat deze richtlijn ook in de vorm van een samenvatting wordt gepubliceerd.

Toon meer
OrganisatieHanzehogeschool Groningen
OpleidingHBO-Verpleegkunde
AfdelingAcademie voor Verpleegkunde
Jaar2019
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk