De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Cognitief beloop na een bypassoperatie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Cognitief beloop na een bypassoperatie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Inleiding. In 2017 werden in het UMCG 420 bypassoperaties uitgevoerd. Postoperatieve cognitieve dysfunctie (POCD) wordt veelal geassocieerd met hartoperaties. Het voorkomen hiervan na een bypassoperatie is tussen de 30-60%. POCD bemoeilijkt herstel na een operatie en zorgt voor langdurige ziekenhuisopnames, verhoogde kans op morbiditeit en mortaliteit. Cognitieve achteruitgang heeft mogelijk invloed op het vermogen tot zelfzorg van de patiënt. Individuele factoren als hoge leeftijd, eerdere cerebrovasculaire aandoeningen en een laag opleidingsniveau lijken een grotere kans te geven op neurologische problemen waaronder POCD. Omdat het aantal openhartoperaties in het UMCG en de bevolking vergrijst is het belangrijk dat de hoog risicogroepen in kaart worden gebracht samen met de impact van POCD op de ervaren kwaliteit van leven. Hierdoor kan de patiëntengroep beter worden geïnformeerd tijdens het proces van gezamenlijke besluitvorming. Doelstelling: Het cognitief beloop van patiënten op korte termijn na de bypassoperatie in kaart brengen. Methode: In dit kwantitatieve observationele onderzoek wordt met twee metingen gekeken of er cognitieve verandering optreedt tussen één dag voor en na drie dagen na de bypassoperatie en naar het optreden van POCD. Daarnaast wordt onderzocht of er sprake is van een verschil bij patiënten >80 jaar in vergelijking met patiënten <80 jaar. Ook wordt er gekeken naar de relatie tussen POCD en een laag opleidingsniveau. De metingen worden verricht met de CogState welke snelheid, aandacht, het werk- en langetermijngeheugen kan meten. Resultaten: Bij alle respondenten was er sprake van cognitieve verandering. Eén enkele respondent heeft een betere score behaald op drie domeinen. Bij 18 van de 28 patiënten (64,3%) werd korte termijn POCD vastgesteld. Van de laagopgeleide participanten hadden 10 van de 14 (71,4%) signalen van POCD. Van de hoogopgeleide participanten waren dit 6 van de 11 (54,5%). Discussie: In een recente studie die verricht is bij dezelfde populatie was de incidentie van POCD op korte termijn (4-6 dagen na de operatie) 62%. Dit lijkt overeen te komen met de prevalentie in deze studie. POCD drie maanden na de operatie werd hier geassocieerd met lange termijn POCD (15 maanden na de operatie.) Patiënten die beter scoorden na de operatie ontwikkelden hier geen POCD na 15 maanden. Volgens een andere onderzoeker herstellen de meest mensen weer binnen 1-3 maanden. Er is nog geen unanieme overeenstemming over de diagnose POCD. Recente studies adviseren om de richtlijnen rondom POCD af te stemmen op de DSM-5. Conclusie: Op korte termijn is er bij meer dan de helft (60%, exclusief delier) POCD ontstaan. Bijna driekwart van de laagopgeleide participanten hadden POCD. De resultaten van deze studie kunnen bijdragen aan verder inzicht in de oorzaken, incidentie en prognostische factoren rondom POCD. Aanbevelingen: Er wordt aanbevolen de inclusieperiode te verlengen om zo een grotere steekproefomvang te verkrijgen. Hier lijkt een longitudinaal design op aan te sluiten. Dit maakt het mogelijk om het cognitief beloop van de populatie in kaart te brengen en te kijken naar de prevalentie van POCD op lange termijn. Het zou goed zijn om een plan op te zetten voor consequente monitoring van hoog-risicogroepen om vroegtijdig interventies in te kunnen zetten. Tot slot zou het goed zijn om een rustig moment in te plannen waarbij verstorende omgevingsfactoren zoveel mogelijk worden vermeden.

Toon meer
OrganisatieHanzehogeschool Groningen
OpleidingHBO-Verpleegkunde
AfdelingAcademie voor Verpleegkunde
Jaar2019
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk