De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Determinanten in lichaamssamenstelling en spronghoogte

De test-hertest betrouwbaarheid van de Optogait bij het meten van de spronghoogte en de relatie tussen gewicht, lengte, vetpercentage en de maximale spronghoogte.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Determinanten in lichaamssamenstelling en spronghoogte

De test-hertest betrouwbaarheid van de Optogait bij het meten van de spronghoogte en de relatie tussen gewicht, lengte, vetpercentage en de maximale spronghoogte.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Springen is een bekende bewegingsvorm voor fysiotherapeuten en wordt dan ook vaak ingezet als evaluatiemiddel op interventies. Om de spronghoogte te meten kan er gebruik gemaakt worden van verschillende meetinstrumenten. In dit onderzoek wordt ingegaan op het meetinstrument de Optogait. Op dit moment is er weinig bekend over de test-hertest betrouwbaarheid van de Optogait voor het meten van de verticale spronghoogte. Daarnaast zijn er in de literatuur uiteenlopende resultaten van onderzoek naar de relatie van het vetpercentage, het gewicht en de lengte met de spronghoogte. In dit onderzoek staat de vraag centraal wat de test-hertest betrouwbaarheid van de Optogait is bij het meten van de verticale spronghoogte bij gezonde mensen van 18 tot en met 30 jaar. Ook wordt de relatie en daarmee de invloed van lengte, gewicht en vetpercentage op de spronghoogte bij gezonde mensen van 18 tot en met 30 jaar onderzocht. Om antwoord te kunnen geven op deze vragen is er een transversaal prospectief onderzoek gedaan bij 103 proefpersonen. Bij deze proefpersonen is het gewicht en de lengte gemeten en is het vetpercentage berekend aan de hand van een vier-punts huidplooimeting. Daarnaast zijn er twee metingen uitgevoerd van elk drie countermovement sprongen voor de maximale spronghoogte. Na het uitvoeren van de metingen kon de Pearson correlatiecoëfficiënt bepaald worden tussen meting één en twee, deze bedroeg 0,983 (p=0,000). Meting twee was gemiddeld 0,52 (SD:1,66) centimeter hoger dan meting één (IC: -0,84—0,19) (p=0,002). De correlatiecoëfficiënt tussen de spronghoogte en het vetpercentage bedroeg bij mannen -0,348 (p=0,010), tussen de spronghoogte en het gewicht bij mannen bedroeg de correlatiecoëfficiënt 0,019 (p=0,892) en tussen de spronghoogte en de lengte bij mannen bedroeg de correlatiecoëfficiënt 0,074 (p=0,596). De correlatiecoëfficiënt tussen de spronghoogte en het vetpercentage bij vrouwen bedroeg -0,297 (p=0,038), de correlatiecoëfficiënt tussen het gewicht en de spronghoogte bij vrouwen bedroeg -0,007 (p=0,961) en tussen de lengte en de spronghoogte bij vrouwen bedroeg de correlatiecoëfficiënt 0,026 (p=0,857). Uit deze resultaten is geconcludeerd dat de Optogait een betrouwbaar meetinstrument is om in te zetten bij het meten van de verticale spronghoogte. Daarnaast is er geconcludeerd dat het vetpercentage een matig negatief verband heeft met de spronghoogte bij zowel mannen als vrouwen. Gewicht en lengte hadden een zwak verband met de spronghoogte bij mannen en vrouwen.
Samenvatting ook in het Engels

Toon meer
OrganisatieHanzehogeschool Groningen
OpleidingFysiotherapie
AfdelingAcademie voor Gezondheidsstudies
Jaar2017
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk