De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Karakteristieke tunnelincidentscenario's

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Karakteristieke tunnelincidentscenario's

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

De Nederlandse wetgeving voor wegtunnels (Warvw, Barvw en Rarvw) schrijft voor dat een risicoanalyse moet worden uitgevoerd om de veiligheid van wegtunnels te toetsen. Deze bestaat uit een scenarioanalyse (SceA) en een kwantitatieve risicoanalyse (QRA).
De bij de SceA te volgen werkwijze is beperkt uitgewerkt. Zo ontbreken eenduidige en transparante beslisregels voor de selectie van te analyseren scenario’s. In opdracht van de Commissie tunnelveiligheid heeft dit onderzoek aan de hand van acht onderzoeksvragen de mogelijkheid van het formuleren van beslisregels onderzocht.
QRA en SceA toetsen de veiligheid van een tunnelsysteem vanuit verschillende invalshoe-ken. De QRA-tunnels is een rekenmodel dat de prestaties van een tunnelsysteem op het gebied van de interne veiligheid (sterfte) toetst aan een getalsnorm en zo een beeld geeft van de gemiddelde veiligheid van een tunnelsysteem. Een SceA wordt uitgevoerd om de veiligheidsgrenzen van het tunnelsysteem te bepalen of de werking ervan te toetsen. De SceA analyseert locatiespecifiek de tunnelprocessen in reactie op incidenten en toetst het voorzieningenniveau op toereikendheid.
Beide toetsinstrumenten hebben hun eigen merites, maar ook belangrijke onvolkomenhe-den, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de uitkomsten van de toetsing. De QRA-tunnels toetst eendimensionaal, op basis van beperkte parameters en met uit vereen-voudigingen afkomstige invoerwaarden. De SceA is diffuus en beperkt uitgewerkt, biedt ruimte voor eigen interpretatie van toetscriteria en geeft aanleiding tot discussie.
Alleen de SceA met het doel om de werking van het tunnelsysteem te toetsen blijft in de te wijzigen Warvw bestaan. De scenarioselectie daarvoor moet een in type en ernst gevarieerd scala aan scenario’s bevatten. Bij uitgevoerde SceA’s is de voorgeschreven lijst met onge-valtypen beperkt gehanteerd en werden vooral klassieke scenario’s met inzet van hulpdien-sten geselecteerd. De lijst met ongevaltypen behoeft herziening.
Van de vele parameters van Nederlandse wegtunnels is uit bestaand onderzoek van een beperkt aantal de waarden bekend. Tussen de waarden van vijf parameters bestaan grote verschillen, de waarden van drie parameters verschillen beperkt.
Het aantal factoren dat invloed heeft op het ontstaan en het verloop van tunnelincidenten is zowel bij ongevallen als bij brand beperkt. De factoren van invloed op ongevallen kunnen grotendeels worden herleid tot tunnelparameters. Factoren die van invloed zijn op branden zijn deels te herleiden tot tunnelparameters. Bij de invloed die factoren hebben op ongevallen gaat het voornamelijk om ongevalfrequentie, bij de invloed op brand gaat het om brandvermogen, de uitbreidingssnelheid van de brand en het kunnen controleren van de brand/ernst van de gevolgen.
Onderzoek heeft veel nieuwe inzichten in het verloop van tunnelbranden voortgebracht. Brandvermogens van HGV’s met conventionele lading blijken veel hoger dan werd aangenomen. Pechbranden bij HGV’s kunnen zich atypisch snel ontwikkelen. Branduitbreiding (brandoverslag) is de meest bepalende factor voor de gevolgen (wel of niet rampzalig) van een tunnelbrand. De tijd tussen ontstaan en de blussing van een tunnelbrand bepaalt of de branduitbreiding kan worden gestopt. Er zijn kwantificeerbare limieten aan de bestrijdbaar-heid van tunnelbranden.
Het afleiden van beslisregels voor de scenarioselectie is niet mogelijk gebleken, evenmin als het aanwijzen van karakteristieke incidentscenario’s voor tunnelkenmerken of tunneltypen. Gehele of gedeeltelijke standaardisatie van de te analyseren scenarioset is daarom mogelijk en biedt een mate van eenduidigheid en transparantie bij de scenarioselectie. Op basis van de informatie uit dit onderzoek zijn bepaalde typerende kenmerken van letselongevallen en branden te benoemen. Deze kennis is van waarde bij de ontwikkeling van een standaard scenarioset, met een plausibele schets van scenarioverloop.

Toon meer
OrganisatieHanzehogeschool Groningen
OpleidingTechnische Bedrijfskunde
InstituutInstituut voor Engineering
Gepubliceerd in
Jaar2013
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk