De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Verhuizen met het kind na einde relatie

toestemming bij verhuizingen met het kind

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Verhuizen met het kind na einde relatie

toestemming bij verhuizingen met het kind

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Wigman, Sardjoe & Van Weegberg Advocaten (hierna WSW Advocaten). Het onderzoek gaat over het verzoek tot vervangende toestemming bij verhuizingen met minderjarige kinderen. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: “Welk advies kan er op basis van geldende wet- en regelgeving, literatuuronderzoek en jurisprudentieonderzoek aan het advocatenkantoor WSW Advocaten gegeven worden met betrekking tot een verzoek om vervangende toestemming bij verhuizing ex. artikel 1:253a lid 1 BW?” Om antwoord te kunnen geven op de hoofdvraag zijn vijf deelvragen opgesteld. Dit onderzoek is uitgevoerd door eerst te kijken naar alle artikelen van titel 14 van het boek 1 van BW. Daarnaast is er een jurisprudentieonderzoek gedaan.
Volgens de wet staan alle minderjarigen onder gezag. In het beginsel ligt het gezag over het kind bij de ouders van het kind. Op grond van artikel 1:247 lid 1 BW omvat het ouderlijk gezag de plicht en het recht voor de ouder zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Tevens moeten de ouders alle beslissingen over de kinderen gezamenlijk nemen. Dit noem je het gezamenlijk ouderlijk gezag. Volgens lid 4 van artikel 1:247 BW moeten de ouders ook nadat zij uit elkaar zijn met elkaar in overleg treden om beslissingen over de kinderen te nemen. Als één van de ouders naar een andere woonplaats binnen of buitenland wil verhuizen met de kinderen, dan dient er in verband met het gezamenlijk uitoefenen van het gezag toestemming te worden gevraagd aan de andere ouder. Als de andere ouder geen toestemming voor de verhuizing verleent, dan is er sprake van een geschil met betrekking tot de uitoefening van het gezamenlijke gezag. Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Volgens artikel 1:253a lid 1 BW dient de rechter bij het nemen van beslissing rekening te houden met het belang van het kind.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Leiden
OpleidingHBO-Rechten
AfdelingFaculteit M&B
AfstudeerorganisatieWigman, Sardjoe & Van Weegberg Advocaten
Datum2019-03-06
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk