De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Wet tijdelijk huisverbod en betrokken instanties. Een onderzoek naar de meerwaarde en mogelijkheden die de nieuwe wet tijdelijk huisverbod biedt voor de hulpverlening in de regio Utrecht.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Wet tijdelijk huisverbod en betrokken instanties. Een onderzoek naar de meerwaarde en mogelijkheden die de nieuwe wet tijdelijk huisverbod biedt voor de hulpverlening in de regio Utrecht.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

§ 4.1 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt alle informatie van de voorgaande hoofdstukken bijeengebracht. Dit zal leiden tot de beantwoording van de volgende vraagstelling:
‘In hoeverre biedt de wet tijdelijk huisverbod nieuwe en betere oplossingsmogelijkheden zoals het voorkomen van escalatie en het bieden van een afkoelingsperiode ter voorkoming van huiselijk geweld naast de al bestaande aanpak voor de betrokken hulpverleningsinstanties in Utrecht?’

Hoofdstuk 1
In dit hoofdstuk stond de deelvraag: ‘wat is de huidige aanpak van huiselijk geweld?’ centraal.
Naar voren is gekomen dat er binnen de hulpverlening aan een slachtoffer van huiselijk geweld een aantal belangrijke stappen zijn die genomen moeten worden. Deze stappen zijn: het eerste gesprek, psychosociale begeleiding, praktische ondersteuning, doorverwijzing en crisisinterventie en samenwerking met andere instanties.
De praktische ondersteuning bevat een noodplan voor het geval een slachtoffer zijn/haar woning moet ontvluchten. Vieja vrouwenopvang biedt deze slachtoffers verschillende soorten opvang en begeleiding aan.

Vervolgens zijn de verschillende instrumenten op het gebied van het aanpakken huiselijk geweld aan bod geweest.
Allereerst is het protocol VeiligHuis behandeld. Doel van het protocol is het bijdragen aan effectiever optreden van politie en het OM in reactie op huiselijk geweld. Zij fungeren als stok achter de deur voor de dader. Dit in samenwerking met de reclassering, daderhulpverleningsinstelling De Waag en slachtofferhulp.
Daarna is er aandacht besteed aan de daderhulpverlening binnen Utrecht. Binnen deze constructie werken politie en De Waag nauw samen. De geweldpleger wordt uitgenodigd voor een gesprek waarin hij aangesproken wordt op het plegen van huiselijk geweld. De behandeling bestaat uit intakegesprekken, individuele therapie, groepstherapie en/of partnertherapie.
Ten derde is het convenant samenwerkingspartners aanpak huiselijk geweld van het ASHG stad en regio Utrecht besproken. Het convenant heeft als doel een gemeenschappelijke aanpak van huiselijk geweld te organiseren voor de ketenpartners, hierdoor wordt een sluitend vangnet gecreëerd rond daders, slachtoffers en getuigen van huiselijk geweld
Tot slot wordt in Utrecht het Aware-systeem gebruikt. Dit is een elektronisch alarmeringssysteem dat geïnstalleerd wordt in de woning van het slachtoffer. Zodra het slachtoffer belaagd wordt door de ex-partner, kan met één druk op de knop de politie ter plekke komen. Voor de hulpverlening is hier een belangrijke rol weggelegd op het gebied van signaleren, voorlichten en hulpverlenen.

Hoofdstuk 2
In hoofdstuk 2 zijn twee deelvragen behandeld, namelijk: ‘wat heeft er toe geleid om de nieuwe wet in te voeren?’ en ‘wat zijn de beoogde effecten van de wet tijdelijk huisverbod?’.
Op maatschappelijk niveau is huiselijk geweld een groot probleem. Huiselijk geweld komt voor in alle sociaal-economische klassen binnen alle culturen in de Nederlandse samenleving. Doordat huiselijk geweld zich echter vaak afspeelt achter gesloten deuren, is het moeilijk om in voldoende mate op te treden tegen dit probleem. De bestaande instrumenten zijn ontoereikend gebleken en daarom is per 1 januari 2009 de wet tijdelijk huisverbod in werking getreden.
Op politiek niveau wordt sinds 2002 aangegeven dat huiselijk geweld effectief aangepakt moet worden. In opdracht van het Ministerie van Justitie zijn enkele studies uitgevoerd. Er werd gesignaleerd dat bij de betrokken instanties verschillende knelpunten waren in het aanpakken van escalaties van huiselijk geweld achter de voordeur. De mogelijkheid om een huisverbod op te leggen was daarom een wenselijke uitbreiding.
Binnen de hulpverlening werd geconstateerd dat er binnen het strafrecht vooral aandacht is voor het straffen van de dader. De politie kwam vaak in situaties terecht waar er sprake is van een dreigende situatie, maar men kon vanuit het strafrecht niet over gaan tot aanhouding. Het huisverbod is een maatregel ten behoeve van het slachtoffer, dit was een leemte binnen het strafrecht. Met de komst van het huisverbod kan er preventief ingegrepen worden en kan de nodige hulpverlening voor het slachtoffer (en de dader) opgestart worden.

De beoogde effecten van de wet tijdelijk huisverbod op maatschappelijk en politiek niveau zijn het uit huis plaatsen van een persoon waarvan een dreiging uitgaat van huiselijk geweld, de geweldsspiraal binnen een gezin verbreken, de veiligheid voor het slachtoffer vergroten en de nodige hulp inschakelen om (de dreiging) van huiselijk geweld weg te nemen.
Het voornaamste doel van het huisverbod binnen de hulpverlening is het stoppen van het geweld. Dit wordt bereikt doordat er rust gecreëerd wordt voor de betrokkenen en doordat men ingrijpt op het moment van de crisis.

Hoofdstuk 3
Het derde hoofdstuk worden de volgende deelvragen behandeld: ‘waar liggen en/of lagen in de oude situatie taken en verantwoordelijkheden voor de hulpverlening?’, ‘waar liggen in de nieuwe situatie taken en verantwoordelijkheden voor de hulpverlening?’. Hiermee wordt gelijk een antwoord gegeven op de vragen ‘welke verschillen er concreet te nomen zijn?’ en welke gevolgen dit heeft voor de hulpverlening.

Reguliere aanpak huiselijk geweld
De reclassering houdt toezicht op een dader van huiselijk geweld. Er worden doelen met de dader opgesteld die behaald moeten worden. Tijdens de uitvoering hiervan staan het protocol VeiligHuis en de daderhulpverlening bij De Waag centraal. Daarnaast is de reclassering een ketenpartner die deelneemt aan het casusoverleg waarin alle samenwerkingspartners op het gebied van huiselijk geweld rond de tafel gaan zitten om zaken te bespreken die reeds bekend zijn bij de instanties.
Slachtofferhulp Nederland richt zich binnen de hulpverlening aan slachtoffers van huiselijk geweld vooral op een correcte doorverwijzing naar de relevante instanties. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de politie en het ASHG.
Doenja Dienstverlening Kanaleneiland wordt door het ASHG op de hoogte gesteld van een melding van huiselijk geweld. Het slachtoffer wordt benaderd via de outreachende hulpverlening. Dit betekent dat de medewerkers de eerste stap nemen. Doenja stelt vervolgens een hulpverleningstraject op met het slachtoffer. Daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van het protocol Aanpak Huiselijk Geweld.
Binnen de reguliere aanpak van huiselijk geweld leeft de politie vooral de taken na die voortvloeien uit het protocol VeiligHuis.
Het ASHG is in het leven geroepen om één aanspreekpunt te creëren voor alle betrokken partijen bij huiselijk geweld. Hieronder vallen onder andere het slachtoffer, de dader, getuigen, hulpverleners en andere professionals. Men kan bij het ASHG terecht voor laagdrempelige hulp betreffende vragen, advies of het bieden van een luisterend oor. Daarnaast heeft het ASHG samenwerkingsafspraken met andere instanties uit de gehele regio Utrecht zodat men cliënten snel en gericht door kan verwijzen.

Het huisverbod
De wet tijdelijk huisverbod heeft inhoudelijk geen nieuwe taken of verantwoordelijkheden met zich meegebracht voor de reclassering. Dit komt doordat zij geen wettelijk vastgestelde rol hebben binnen de uitvoering van deze wet. De reclassering is momenteel echter bezig met het ontwikkelen van een aanbod aan de gemeente om een rol binnen de begeleiding van het huisverbod te verkrijgen.
Voor Slachtofferhulp Nederland zijn er ook geen nieuwe taken of verantwoordelijkheden bijgekomen. Binnen het huisverbod staat namelijk centraal dat de hulpverlening voor het gezin op gang moet komen. Een gevolg hiervan is, dat zij slachtoffers niet hoeven te motiveren wanneer zij te maken hebben met een huisverbod.
Volgens Doenja Dienstverlening is er inhoudelijk geen concreet verschil tussen de reguliere hulpverlening en de hulpverlening die geboden wordt binnen het huisverbod. Er is echter wel een verschil in werkdruk, een medewerker is namelijk ongeveer 20 uur per week extra kwijt aan één cliënt.
De taken van de politie binnen het huisverbod liggen vooral in het eerste stadium. De dienstdoende politiebeambten zullen de eersten zijn die naar een woning gestuurd worden na een melding van huiselijk geweld. Zodra zij bij de woning komen dienen zij een eerste inschatting te maken van de dreiging van het geweld. Achten zij de situatie te dreigend, dan wordt er contact opgenomen met de HOvJ. Deze komt ter plekke en neemt een risicotaxatie af van de dader.
Tot slot is de rol van het ASHG die van casemanager binnen de uitvoering van het huisverbod in en rondom de stad Utrecht. Zij zitten het districtoverleg met de samenwerkingspartners voor, ondersteunen andere instanties vanuit hun eigen ervaringen en verworven inzichten, waarborgen de structuur binnen het huisverbod zodat duidelijk is wat van elke instantie verwacht wordt en zien onder andere ook toe op de controle en de registratie van het huisverbod.

In het volgende hoofdstuk volgen de conclusies die naar aanleiding van het voorafgaande naar voren is gekomen.
Hoofdstuk 5: Conclusies
We kunnen dus stellen dat de wet tijdelijk huisverbod niet voor alle betrokken hulpverleningsinstanties nieuwe en betere oplossingsmogelijkheden biedt naast de al bestaande aanpak van huiselijk geweld.
Voor sommige instanties zoals Doenja Dienstverlening verandert er inhoudelijk niets binnen de hulpverlening en hun taken en verantwoordelijkheden, maar wordt enkel de werkdruk verhoogd.

De wet tijdelijk huisverbod is mede in het leven geroepen om opzettelijk een crisis te creëren waarbij de persoon waar een dreiging van huiselijk geweld uit gaat, uit zijn/haar huis wordt geplaatst. Hierdoor kan de hulpverlening al bij een dreiging van huiselijk geweld ingrijpen achter de voordeur. De reguliere aanpak van huiselijk geweld biedt deze mogelijkheid niet. Hier moet er eerst op strafrechtelijk gebied ingegrepen kunnen worden door de politie voordat de hulpverlening op gang gebracht kan worden. Een belangrijke toegevoegde waarde die de wet tijdelijk huisverbod is, dat in een crisissituatie direct hulp geboden wordt aan de gezinsleden.

Met het oogpunt op het strafrecht en het bestuursrecht is het van belang dat het huisverbod enkel en alleen ingezet wordt in zaken waar het voor bedoeld is. Dit wil zeggen dat hulp bieden aan het slachtoffer van essentieel belang moet zijn. Er zijn immers al verscheidene strafrechtelijke instrumenten (contactverbod, straatverbod) die op de dader gericht zijn, dus moet het een meerwaarde hebben om degene ook nog eens uit huis te plaatsen. Dit voorkomt dat de betrokken instanties onnodig dubbelwerk leveren.

Naast de bovengenoemde punten draagt het huisverbod bij aan een goede samenwerking tussen de ketenpartners. De reclassering gaf aan dat de regels binnen het protocol VeiligHuis niet door iedereen werden nageleefd, maar met de komst van het huisverbod is in alle interviews met de professionals naar voren gekomen dat de nieuwe wet de samenwerking ten goede komt. Hulpverleningsinstanties zijn wegens de druk die op hun schouders ligt verplicht om elkaar op de hoogte te houden van hun werkzaamheden en vorderingen. De rol van casemanager die het ASHG heeft bevorderd deze samenwerking. Zij zien er op toe dat alle betrokken instanties hun taken uitvoeren en de vorderingen terugkoppelen naar het ASHG.

Tot slot kan dus gezegd worden dat de reguliere (strafrechtelijke aanpak) aanpak van huiselijk geweld en het huisverbod (bestuursrechtelijke aanpak) een aanvulling op elkaar zijn. Het ene richt zich op de justitiële kant van het huiselijke geweld en de dader en het huisverbod is een prima middel die zaken die buiten het justitiële traject vallen opvangt en zo geweldsescalatie voorkomt. De maatregel biedt namelijk de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht.




Hoofdstuk 6: Aanbevelingen
De wet tijdelijk huisverbod is nog erg nieuw. Men kan van mening zijn dat het nog te vroeg is om aanbevelingen te kunnen doen, maar tijdens mijn onderzoek ben ik tegen een aantal punten aan gelopen die ik graag zou willen benoemen.

Het huisverbod is een erg ingrijpende maatregel. Mede hierdoor rust er een zware last op de schouders van de hulpverlening. Zij moeten binnen een relatief kort tijdsbestek, binnen tien dagen, inventariseren wat er binnen een gezin aan de hand is en waar het slachtoffer behoefte aan heeft. Een manier om dit te vergemakkelijken zou kunnen zijn om tijdens het huisverbod een systeemgerichte benadering te hanteren. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een familielid de reacties van het slachtoffer beter en sneller kan plaatsen dan een hulpverlener. Daarom moet de hulpverlening open staan voor een vergroting van het systeem, er moet breder gekeken worden. Zij adviseert de hulpverlening daarom ook om bijvoorbeeld een oom of een tante ook toe te laten tijdens een gesprek met een slachtoffer. Daarnaast kan het ook van belang zijn om de dader en het slachtoffer tegelijk te spreken. Men kan op deze manier zien hoe er op elkaar gereageerd wordt en men krijgt de gelegenheid om ook de andere kant van het verhaal te horen. Op deze manier wordt in elke aparte zaak in de gaten gehouden wat in het belang van het gezin is en wat hierin de toegevoegde waarde kan zijn van het huisverbod.

Ten tweede zal ik een aanbeveling willen doen over het Aware-systeem. Het geautomatiseerde alarmeringssysteem dat in contact staat met de politie. In de wijk Kanaleneiland in Utrecht beschikt men over zes alarmeringssystemen. Dit is erg weinig. Wanneer er een aantal van deze installaties gereserveerd worden voor het huisverbod kan men op deze manier sneller ingrijpen zodra een slachtoffer belaagd en/of bedreigd wordt door bijvoorbeeld de ex-partner. Dit is nu namelijk niet het geval.

De gemeente Utrecht heeft de reclassering geen aanbod gedaan om de medewerkers te scholen over de werking van het huisverbod. Dit kan mogelijk samenhangen met het feit dat de reclassering geen wettelijk vastgestelde rol heeft binnen de wet tijdelijk huisverbod, maar zij begeleiden dader die huiselijk geweld gepleegd hebben. Dit kan betekenen dat er daders zijn die ook een huisverbod opgelegd hebben. Binnen het begeleidingstraject van de toezicht kan het van belang zijn om hiervan op de hoogte te zijn zodat voorkomen wordt dat de verschillende instanties langs elkaar heen werken. Daarom zou het ASHG in de gaten moeten houden of een uithuisgeplaatst persoon naast het huisverbod ook te maken heeft met de justitiële aanpak van huiselijk geweld. Dit dient vervolgens doorgegeven te worden aan de betrokken instanties.

Tot slot dient men terughoudend te zijn met het opleggen van een huisverbod omdat dit een erg ingrijpende maatregel is. Het dient enkel ingezet te worden in zaken waar het voor bedoeld is. Dit wil zeggen dat hulp bieden aan het slachtoffer een doorslaggevend punt moet zijn. Binnen het strafrecht zijn er immers al verscheidene instrumenten die zich met de aanpak op de dader richten.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
OpleidingIvR Sociaal Juridische Dienstverlening
AfdelingRecht
Datum2009-05-25
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk