De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het effect van single nucleotide polymorfismes in Trim5α op pathogenese van HIV-1 infectie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het effect van single nucleotide polymorfismes in Trim5α op pathogenese van HIV-1 infectie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Acquired Immune Deficiency Syndrome (AIDS) wordt veroorzaakt door het Humaan Immunodeficientie Virus (HIV). Dit virus behoort tot de familie van de retrovirussen. Wereldwijd zijn er ongeveer 40 miljoen mensen besmet met HIV-1. De HIV-1 replicatie kan geremd worden door Trim5α. Trim5α is een cellulair eiwit dat in staat is HIV-1 replicatie in een vroege stap na entry, maar voor reverse transcriptie te remmen.

Het doel van het onderzoek is het bestuderen van de invloed van single nucleotide polymorfismes in het Trim5α gen op de gevoeligheid van personen met de verschillende SNPs voor HIV-1 infectie en het verloop van de HIV-1 infectie. In totaal komen er 5 coding SNPs voor in het Trim5α gen: H43Y, V112F, R136Q, G249D en H419Y. Deze 5 SNPs worden in drie verschillende groepen getest, namelijk 104 HIV-1 negatieve controles, 170 HIV-1 geïnfecteerde individuen en 46 High Risk Seronegative individuen. Om de SNPs aan te tonen werd eerst PBMC geïsoleerd uit bloed of uit een buffy coat, vervolgens werd hier het DNA uit geïsoleerd. Op dit DNA werd een PCR uitgevoerd en de SNP werd aangetoond door middel van een digestie met een restrictie-enzym of een sequentie reactie. Individuen uit de drie groepen werden geanalyseerd op de aanwezigheid van de H43Y, V112F, R136Q en H419Y SNP en het effect van deze SNPs op HIV-1 ontvankelijkheid en HIV-1 ziekte progressie werd bestudeerd. Voor de G249D SNP is de detectie methode opgezet en deze wordt getest in de drie verschillende groepen.

In zowel de allel als de genotype frequenties van de verschillende SNPs in het Trim5α gen werden er geen significante verschillen gevonden tussen de HIV-1 negatieve controles, HIV-1 geïnfecteerde en HRSN individuen. Dit betekent dat geen van de SNPs in het Trim5α gen invloed heeft of de gevoeligheid van een persoon voor HIV-1 infectie. Verder werd er gevonden dat de H43Y, V112F en de H419Y SNP geen effect hebben op ziekte progressie. Alleen voor de R136Q SNP werd er een effect op het verloop van de infectie gevonden. In de totale groep werd er geen effect op het verloop van de infectie gevonden. Vervolgens werd de groep gesplitst in mensen die AIDS krijgen met alleen CCR5 gebruikende virussen (R5- progressors) en mensen die tijdens het verloop van de infectie CXCR4 gebruikende virussen ontwikkelen (X4-progressors). In de R5-progressors werd er ook geen effect van de R136Q SNP op ziekte progressie gevonden. In de X4-progressors werd er gevonden dat mensen die hetero- of homozygoot zijn voor de R136Q SNP een gunstiger ziekte verloop hebben. Er werd gevonden dat deze mensen er langer over deden om CD4 aantal beneden de 400 en 200 cellen per μl te bereiken. Ook werd er gevonden dat het aantal CD4 cellen op 1,5 en 5 jaar hoger waren in vergelijking met de CD4 aantallen van mensen die de R136Q SNP niet hebben. Verder werd er gevonden dat de virale RNA load op 5 jaar na infectie significant lager is in mensen die homozygoot voor de R136Q SNP zijn. Hieruit werd geconcludeerd dat de R136Q SNP geassocieerd is met een langzamer ziekte verloop in X4-progressors en dat dit mogelijk samenhangt met het CXCR4 gebruik van het virus.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
OpleidingBiologie en Medisch Laboratorium Onderzoek
AfdelingLife Sciences en Chemistry
PartnersSanquin
Jaar2007
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk