De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Karakterisatie en full-length sequentie bepaling van een Nederlandse Coxsackievirus A21 patiëntenstam

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Karakterisatie en full-length sequentie bepaling van een Nederlandse Coxsackievirus A21 patiëntenstam

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

De World Health Organization streeft onder andere naar polio-eradicatie. Het wild-type poliovirus veroorzaakt poliomyelitis, een infectie in motorneuronen waardoor er verlamming van het centrale zenuwstelsel optreedt.
Omdat poliomyelitis niet kan worden genezen, wordt de wereldbevolking beschermd tegen het poliovirus door middel van vaccinatie. Er zijn sinds 1955 twee verschillende vaccins ontwikkeld die bescherming bieden tegen het poliovirus; het Inactivated Polio Vaccine (IPV), een niet-levend vaccin en het Oral Polio Vaccine (OPV), een verzwakt levend vaccin. OPV is goedkoper om te produceren en om toe te passen, zodat bijna alleen ontwikkelde landen IPV kunnen toepassen. Het is echter wenselijk om de gehele wereldbevolking te vaccineren met IPV, omdat één van de nadelen van OPV ervoor zorgt dat polio-eradicatie tot op heden nog niet is bereikt.
Door een instabiel genoom kan OPV namelijk zijn opgelegde mutaties kwijtraken, waardoor het zijn virulentie kan herkrijgen. Ook kunnen OPV en het poliovirus recombineren met andere, soortgelijke virussen. Poliovirus en Coxsackie virussen A (CAV) zijn geclassificeerd als enterovirussen. Deze virussen hebben veel overeenkomsten in aminozuur sequentie waardoor er recombinatie kan voorkomen.
Er is een kans dat er in Nederland poliomyelitis uitbraken kunnen voorkomen, ook al komt het wild-type poliovirus er niet meer voor en wordt er met IPV gevaccineerd. OPV kan in Nederland terecht komen door reizigers, waar het, na recombinatie met circulerende CAV virussen, poliomyelitis kan veroorzaken.

Het doel van dit onderzoek is het karakteriseren en recombineren van een Nederlandse CAV 21 patiëntenstam met poliovirus, zodat er bepaald kan worden of recombinatie mogelijk is.
CAV 21 is gekarakteriseerd door serumneutralisatie test, CPE en titer bepaling op drie verschillende cellijnen en door het analyseren van de sequentie van het genoom.
De serumneutralisatie test is in duplo uitgevoerd, waar beide keren CAV 21 als serotype naar voren kwam. Uit de CPE en virustiter bepaling kan worden geconcludeerd dat de Nederlandse CAV 21 patiëntenstam het best groeit op Hep-2c cellen ten opzichte van Gabi- en Rd cellen.

De consensussequentie van de Nederlandse CAV 21 patiëntenstam zou worden bepaald aan de hand van drie onafhankelijke reverse transcriptase samples. Het is van twee onafhankelijke reverse transcriptase samples gelukt om, na amplificatie, het dsDNA genoom in een E. coli plasmide te ligeren waarna de sequentie is bepaald. De sequentie van kloon 1 komt voor 90% overeen met een gepubliceerde CAV 21 stam en de sequentie van kloon 2 komt voor 89% overeen met deze stam. De aminozuur sequentie van kloon 1 en kloon 2 komt voor 97% overeen met een gepubliceerde CAV 21 stam. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het sample, gebruikt voor alle experimenten, een CAV 21 virus is.
Door tijdsgebrek is er geen derde kloon verkregen van CAV 21 NL waardoor de consensussequentie niet in zijn geheel is bepaald van het sample. Een derde kloon kan opheldering geven van de vier nucleotiden die verschillend zijn tussen kloon 1 en kloon 2.
Met dit onderzoek is de basis gelegd voor het uitvoeren van recombinatie experimenten tussen poliovirus en CAV 21.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
OpleidingBiologie en Medisch Laboratorium Onderzoek
AfdelingLife Sciences en Chemistry
PartnersRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Jaar2007
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk