De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Wat is het effect van botuline toxine type A op het looppatroon bij kinderen met spasme in de onderste extremiteit als gevolg van een cerebrale parese?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Wat is het effect van botuline toxine type A op het looppatroon bij kinderen met spasme in de onderste extremiteit als gevolg van een cerebrale parese?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Achtergrond: Spasticiteit is een veelvoorkomend beperkend klinisch symptoom bij kinderen met een cerebrale parese. Behandeling van spasticiteit met botuline toxine bij kinderen met een cerebrale parese werd voor het eerst gerapporteerd in 1993. De huidige literatuur wijst erop dat botuline toxine type A zorgt voor een gecontroleerd spierzwakte en afname van spasticiteit.
Vraagstelling: Wat is het effect van botuline toxine type A (BtA) op het looppatroon bij kinderen met spasme in de onderste extremiteit als gevolg van een cerebrale parese?
Methode: Om artikelen met betrekking tot het effect van BtA op spasme op het looppatroon bij kinderen met spasme in de onderste extremiteit als gevolg van een cerebrale parese te vinden, is er gebruik gemaakt van de volgende databases; Google wetenschap, Pubmed en PEDro.
Er is gezocht met de volgende trefwoorden; cerebral palsy, physical therapy, botulinum toxin A, lower limb, spasticity, gait.
Er zijn 22 artikelen gevonden, waarna deze op methodologische kwaliteit zijn beoordeeld aan de hand van de scorelijst van Koes et al. (1991) en PEDro score. (Verhagen AP. The Delphi list: a criteria list for quality assessment of randomized clinical trials for conducting systematic reviews developed by Delphi consensus. J Clin Epidemiol. 1998;51(12):1235-41)
Na selectie zijn er 12 artikelen overgebleven welke gebruikt zijn voor het schrijven van dit artikel.
Conclusie: Onderzoek laat zien dat injecties met BtA een positief effect kunnen hebben op het verlagen van spasme in musculatuur, en vergroten van de actieve mobiliteit in enkel, knie en heupgewricht. Over de duur van dit effect bestaat geen eenduidigheid. Uit verschillende klinische parameters blijkt dat injecties met BtA een positief effect kunnen hebben op het looppatroon, wat toegeschreven wordt aan een afname van pes equinus en een toename in dorsaalflexie van de enkel, wat resulteert in een beter contact van de voet met de grond.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
OpleidingFysiotherapie
AfdelingBewegingsstudies
Jaar2009
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk