De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het vergentie aanpassingsvermogen bij het kijken naar televisie beelden in 2D en in 3D verschilt niet

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het vergentie aanpassingsvermogen bij het kijken naar televisie beelden in 2D en in 3D verschilt niet

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Door middel van driedimensionale televisie kunnen televisiebeelden nog realistischer worden
weergegeven. In het werkelijke leven zien mensen namelijk ook alles in drie dimensies (3D).
Het is belangrijk om te weten of het visuele comfort vermindert door het kijken naar
driedimensionale televisie in vergelijking met de huidige tweedimensionale televisie. In dit
onderzoek is het vergentie aanpassingsvermogen bij het kijken naar televisiebeelden in twee
dimensies (2D) en in drie dimensies (3D) onderzocht. De vraag daarbij is of er verschil is in
het vergentie aanpassingsvermogen tijdens het kijken naar televisie beelden in 2D en in 3D.
Er hebben in totaal 35 proefpersonen aan het onderzoek deelgenomen met een leeftijd van
16 tot 40 jaar. Op het scherm van de 3D televisie wordt een rij met letters getoond. Om de
mate van visuele uitputting te testen worden prisma flippers gebruikt. De prisma flippertest
wordt uitgevoerd bij het kijken naar een beeld in 2D, en vervolgens naar een beeld in 3D
(naar voren en naar achteren komend). De resultaten worden genoteerd in cycli per minuut
(cpm). Nadat er voor een bepaalde diepte-instelling een minuut lang geflipperd is, vult de
proefpersoon een vragenlijst in. Deze vragenlijst is bedoeld om de mate van visueel
(dis)comfort vast te stellen (8 items op een 5 puntsschaal). Tevens wordt de oogstand
gemeten. Het aantal cycli per minuut dat de proefpersonen behalen in 2D en 3D verschilt
niet significant (p = 0,505 voor de 8 prdpt flipper en p = 0,634 voor de 4 prdpt flipper).
Mensen met een exoforie halen een hoger aantal cycli per minuut dan mensen met een
ortho- of eso- forie (p = 0,003 voor de 8 prdpt flipper en p = <0,001 voor de 4 prdpt flipper).
Bij mensen met een esoforie is het aantal cycli per minuut het laagst. Deze relatie tussen
oogstand en het aantal cycli per minuut is volgens de t-toets (ANOVA) significant (p = 0,003
voor de 8 prdpt flipper en p = <0,001 voor de 4 prdpt flipper). Het aantal cycli per minuut dat
iemand haalt is afhankelijk van de oogstand van die persoon en onafhankelijk van de
dimensie (2D of 3D). De comfort scores zijn niet statistisch significant voor de dimensie (2D
of 3D, p = 0,528) en ook niet voor de oogstand (eso, exo, orhto; p = 0,338). Aan de hand van
dit onderzoek kan niet worden gesteld dat visuele vermoeidheid optreed bij het kijken naar
een 3D televisie gedurende één minuut. Uit de gegevens van dit onderzoek blijkt dat het
vergentie aanpassingsvermogen gemeten in 2D en 3D vrijwel niet verandert.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
AfdelingParamedische Studies
Jaar2010
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk