De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Een zwart gat in de roze wol

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Een zwart gat in de roze wol

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In Nederland krijgt 10% van de zwangere vrouwen te maken met een prenatale depressie. Een prenatale depressie kan door ongunstige maternale en neonatale uitkomsten een gevaar vormen voor moeder en kind. Uit onderzoek blijkt dat tijdens een verloskundig consult niet routinematig gescreend wordt op mogelijke psychische klachten, terwijl routinematig screenen de maternale en neonatale uitkomst kan verbeteren. Mogelijk komt dit doordat verloskundigen te weinig kennis hebben over het onderwerp prenatale depressie.
DOEL: Het doel van dit praktijkonderzoek is om inzicht te krijgen in de kennis over, het signaleren van en het handelen bij een prenatale depressie onder Nederlandse eerstelijns verloskundigen.
METHODE: Na het uitvoeren van een literatuurstudie is gedurende vier weken een kwantitatief onderzoek gedaan. Voor dit onderzoek is een online enquête opgesteld aan de hand van de hoofdvraag en de deelvragen. De kennisvragen in deze enquête zijn opgesteld aan de hand van de richtlijn ‘Depressie tijdens de zwangerschap’, een bijlage van de KNOV-standaard. Per email en sociale media zijn 300 verloskundigenpraktijken aangeschreven om deel te nemen aan het onderzoek. Hiervan hebben 142 verloskundigenpraktijken deelgenomen aan het onderzoek.
RESULTATEN: Net iets meer dan de helft van de verloskundigen heeft zes of meer kennisvragen goed beantwoord. De meerderheid van de verloskundigen geeft aan van mening te zijn dat hun kennis onvoldoende is en behoefte te hebben aan effectieve scholing. Voor het signaleren van een prenatale depressie omschrijven verloskundigen 93 verschillende klachtencombinaties van gemiddeld vijf klachten. De meeste verloskundigen gebruiken geen protocol en instrument om te screenen op een prenatale depressie. Een groot deel van de verloskundigen geven aan behoefte te hebben aan een eenduidig en digitaal instrument, specifiek voor het screenen op een prenatale depressie. Bij het signaleren van een prenatale depressie gaat de meerderheid van de verloskundigen eerst in gesprek met de zwangere vrouw en biedt eventueel coaching, alvorens de zwangere door te verwijzen.
DISCUSSIE: De kennis van de verloskundigen over het onderwerp prenatale depressie is onderzocht aan de hand van zelf opgestelde vragen waardoor niet met zekerheid gezegd kan worden dat juist deze vragen aangeven of iemand voldoende kennis bezit of niet. Omdat er weinig onderzoek in Nederland gedaan is over dit onderwerp, kan dit niet vergeleken worden. Resultaten uit dit praktijkonderzoek die overeenkomen met de literatuur is het ontbreken van protocollen, de behoefte aan scholing en de voorkeur die verloskundigen aangeven voor een therapeutische behandeling. Het percentage verloskundigen dat af en toe tot altijd screent valt lager uit dan beschreven in de literatuur.
CONCLUSIE: De mate van kennis kan nog verbeteren. Verloskundigen zijn van mening dat hun kennis onvoldoende is en hebben behoefte aan meer scholing. Over de combinatie van klachten is geen unanimiteit. Vijf klachten vormen de belangrijkste indicatoren. Niet alle verloskundigen gebruiken een instrument om te screenen. Het hebben van persoonlijk contact is essentieel bij het signaleren van een prenatale depressie. De voorkeur van behandeling is het voeren van gesprekken.
AANBEVELINGEN: De mate van kennis kan bevorderd worden door de KNOV door een E-learning te ontwikkelen over depressie tijdens de zwangerschap en de bestaande richtlijn hierover meer bekendheid te geven door publicatie. Verloskundigen kunnen door middel van cursussen en trainingen meer kennis ontwikkelen. De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) en het Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap (LKPZ) zijn de aangewezen instanties om een eenduidig en digitaal instrument te ontwikkelen. Hiervoor is wel aanvullend onderzoek nodig. Om de mate van kennis te kunnen beoordelen is ook aanvullend onderzoek nodig.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingVerpleegkunde
AfdelingAcademie voor Zorg & Welzijn
PartnersHZ University of Applied Sciences / Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Datum2015-03-18
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk