De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Evaluatie dualisme provincie Zeeland

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Evaluatie dualisme provincie Zeeland

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Elzinga gaan de provinciebesturen in maart 2003 werken met een dualistisch stelsel. De eerste vier jaar van het besturen met een dualistisch stelsel is een feit. Een aantal provincies hebben een evaluatierapport gemaakt. De provincie Zeeland beschikt nog niet over een dergelijk rapport. Dit rapport zal een beeld geven over hoe de afgelopen vier jaar zijn ervaren en hoe de provincie Zeeland invulling heeft gegeven aan het dualisme. Dat is gebeurd aan de hand van de volgende probleemstelling:

Hoe wordt het dualisme na invoering op provinciaal niveau in Zeeland uitgevoerd en komt dat overeen met de oorspronkelijke doelstellingen van het dualisme?

Om de probleemstelling te kunnen beantwoorden zijn er een aantal deelvragen opgesteld:

- Wat is het effect van de dualisering op de machtsbalans tussen Provinciale Staten (PS) en Gedeputeerde Staten (GS)?
- Hoe ervaart men het dualistische stelsel?
- Heeft men de indruk dat de kwaliteiten van het bestuur door de dualisering is verbeterd?
- Heeft PS voldoende instrumenten om GS effectief te controleren?
- Welke effecten heeft dualisme op de ambtelijke organisatie?

Om de bovenstaande vragen te beantwoorden is er eerst gekeken naar wat precies de verschillen zijn tussen monisme en dualisme. Het voornaamste verschil is dat de Gedeputeerden in een dualistisch stelsel geen lid meer mogen zijn van PS. De scheiding is tussen GS en PS is nu duidelijker afgebakend. Met het dualisme is beoogd om met een duidelijke afbakening van taken de politiek transparanter, leuker en aantrekkelijk te maken. GS hebben als taak het uitvoeren van het beleid. PS hebben een controlerende rol, volksvertegenwoordigende rol en een kaderstellende rol. Om deze rollen goed uit te kunnen voeren zijn een aantal nieuwe bevoegdheden ontstaan zoals het recht van amendement en het recht initiatief. Ook de komst van de rekenkamer en Statengriffie zorgt ervoor dat PS sterker is geworden.

De evaluatie is uitgevoerd door een enquête te verspreiden onder de Statenleden. Uit deze enquête blijkt dat de Statenleden over voldoende kennis beschikken over het duale stelsel. Echter, de uitvoering van het duale stelsel wordt niet altijd goed gevonden. De punten zijn:

- Geven aan dat dualisme niet het middel is om burger dichter bij de politiek te brengen;
- Het debat richt zich nog te veel op GS in plaats van tot elkaar;
- PS nog te volgzaam aan GS;
- Er wordt nog steeds informatie gevraagd die ook buiten de vergadering om beschikbaar is;
- Woordvoerders van de fracties zijn nog steeds te breedvoerig;
- Sommige onderwerpen hadden eigenlijk in een andere commissie plaats moeten vinden;
- Standpunten uit commissievergaderingen worden in Statenvergaderingen herhaald;
- De Statenlid zijn tijd tijdens de Statenvergaderingen niet goed kan besteden;
- PS is nog te veel naar binnen gericht. Men moet meer naar buiten;
- Volgens Statenleden moet de Volksvertegenwoordigende rol verder worden uitgebouwd;
- Het elkaar aanspreken op politieke keuzes, het doorvragen op argumenten en het debatteren over beargumenteerde keuzes moet nog plaats vinden in de Zeeuwse bestuurscultuur.

Ook is er veel onduidelijkheid over het voldoende naar buiten treden. Aan de ene kant wordt aangeven dat PS voldoende naar buiten gaat, aan de ander kant geeft PS aan dat de volksvertegenwoordigende rol nog verder moet worden uitgebouwd.

Naast de enquête zijn er interviews gehouden met de oud-commissaris van de Koningin Wim van Gelder, Gedeputeerden Toine Poppelaars en George van Heukelom en de griffier Breggina Allewijn. Uit deze interviews kwam duidelijk een positief beeld naar voren over hoe zij het dualisme hebben ervaren. De debatten in de Statenvergaderingen zijn levendiger geworden, zijn PS zelfbewuster geworden en PS hebben meer zelfvertrouwen gekregen. Als knelpunt kwam duidelijk de kaderstellende rol naar voren. Vooral de startnotitie levert nog de nodige discussie op. Ook wil PS nog wel eens op de stoel van de bestuurder zitten. De afgelopen vier jaar zijn PS proactiever geworden.

De rol van de commissies is qua verzamelen van informatie nuttig. Toch zou de opzet mogen veranderen. Er zou meer van de moderne technologische mogelijkheden, zoals e-mail, gebruik kunnen worden gemaakt. De tijd die de Statenleden kwijt zijn aan het vergaderen kunnen ze dan steken in het naar buiten gaan. Ook de optie van het afschaffen van commissie wordt als een mogelijkheid gezien. Er moet dan wel een podium zijn om informatie te verzamelen.

Uit de interviews blijkt dat de machtsbalans tussen GS en PS in het voordeel van PS is veranderd. GS zal altijd de sterkste blijven, maar met een sterker PS.
De burger krijgt voldoende gelegenheid om van zich te laten horen. Alleen is het vaak zo dat de burger pas interesse toont als men direct bij iets betrokken is.
Dualisme heeft er niet voor gezorgd dat de burger dichter bij de lokale politiek is gekomen. Daar is dualisme het middel niet voor. De provincie moet wel altijd proberen om de burger te betrekken. Uit de interviews blijkt tot slot dat de doelstellingen van het dualisme nog niet zijn behaalt, maar dat Zeeland op de goede weg is.

Het vergelijken met de provincie Friesland levert veel overeenkomsten op. In Friesland heerst er verdeeldheid over de volksvertegenwoordigende rol en richt PS zich nog te veel op GS.
De vergelijking met België levert niets concreet op. Qua uitvoering op provinciaal gebied lijkt Nederland veel op België, maar daar houdt ook elke vergelijking op. De Belgische structuur is veel ingewikkelder dan die van Nederland.

Om de probleemstelling te beantwoorden worden eerst de deelvragen beantwoordt:

Wat is het effect van de dualisering op de machtsbalans tussen Provinciale Staten (PS) en Gedeputeerde Staten (GS)? De machtsbalans is verschoven in het voordeel van PS. GS zullen altijd de sterkste blijven, maar met een sterker PS.

Hoe ervaart men het dualistische stelsel? Er heerst een positieve gedachte over het duale stelsel. Debatten zijn levendiger, PS is zelfbewuster en heeft meer zelfvertrouwen gekregen.

Heeft men de indruk dat de kwaliteiten van het bestuur door de dualisering is verbeterd? Dualisme heeft geen invloed gehad op de kwaliteit van besturen.

Heeft PS voldoende instrumenten om GS effectief te controleren? PS heeft voldoende instrumenten om GS te kunnen controleren.

Welke effecten heeft dualisme op de ambtelijke organisatie? In het begin was het even zoeken. Ambtenaren vroegen zich in het begin af wat zij nou precies aan PS mochten geven. Nu gaat dat goed. Men kan echter de vraag stellen of PS wel voldoende gebruik maakt van het ambtelijke apparaat.

Terugkomend op de probleemstelling is er nog geen antwoord gegeven op de vraag of de doelstellingen zijn behaald. De doelstellingen zijn:

Herstel van PS als belangrijkste politiek forum: De machtsbalans is verschoven in het voordeel van PS. Toch is PS niet het belangrijkste politiek forum. Dat zal altijd GS blijven. Met dualisme is beoogt om GS en PS los van elkaar te laten functioneren. PS zou dan onafhankelijk worden. Bij dualisme is dat een tweestrijd, want het college moet los van de fractiepartijen een coalitieprogramma opstellen, maar gaat er dan ook van uit dat PS automatisch meestemmen met hun voorstellen. Dat is niet dualistisch, maar tevens ook moeilijk om tegen te houden. Wat dat betreft is op dat gebied niet veel veranderd met het monisme.

Herstel van de volksvertegenwoordigende functie van de PS: De volksvertegenwoordigende rol is door de Statengriffie flink verbeterd. Er worden werkbezoek georganiseerd. Toch heerst er verdeeldheid of dat voldoende is. Er wordt nog steeds aangegeven dat de volksvertegenwoordigende rol verder moet worden uitgebouwd.

Herstel van de herkenbaarheid van het provinciebestuur: het college bestuurt, de PS controleert: Door het dualisme is herkenbaarheid van het provinciebestuur toegenomen. Er is nu een duidelijke afbakening van taken van GS en PS.

De conclusie die uit dit rapport kan worden getrokken is dat het dualisme in Zeeland goed is doorgevoerd. Alleen de uitvoering levert nog wel eens de nodige problemen op.

De aanbevelingen zijn:

Commissiestructuur: Als de huidige structuur gehandhaafd blijft is het aan te raden om een aantal commissievergaderingen buiten het provinciehuis te houden. Het verkleind de kloof tussen burger en politiek. Ook moet er meer gebruik worden gemaakt van bijvoorbeeld e-mail. De Statenlid hoeft dan niet altijd aanwezig te zijn bij een vergadering. Die tijd kan de Statenlid gebruiken om naar buiten te gaan.

Er kan ook worden gekozen voor een nieuwe structuur zonder commissies. Er moet dan wel een podium blijven om informatie uit te wisselen. De debatten zal zich verplaatsen naar de Statenvergaderingen en de Statenlid heeft meer tijd om naar buiten te gaan. Het is aan te raden om dit eerst met een experiment te doen.
Startnotitie: De startnotitie onderdeel maken van de cursussen voor ambtenaren. Ook bij de introductie van GS en PS een thema over de startnotitie maken.

Lange Termijn Agenda (LTA): Door middel van een LTA geven PS en GS een overzicht van het te ontwikkelen beleid van de komende jaren.

Volksvertegenwoordigende rol: De Statengriffie gaat uitzoeken op welke manier PS de volksvertegenwoordigende rol het best kan uitvoeren, zodat iedereen dat voldoende vindt. Dit communiceert de Statengriffie goed met GS en PS.

Grote Fracties: Fracties waarbij naar elke commissie meer dan een Statenlid naar toe gaat, kunnen in de toekomst afspreken om een Statenlid te gebruiken om een special onderwerp te onderzoeken. Kleinere fracties kunnen dit niet zo eenvoudig doen.

Burger dichter bij de politiek: Dualisme is niet het middel om de burger dichter bij de politiek te brengen. Toch moet de Statengriffie blijven zoeken naar nieuwe manieren om de burger te interesseren. De Statengriffie kan met een onderzoek te weten komen op welke manier de burger geïnteresseerd/betrokken raakt.

Debatteren: De debatten worden nog niet optimaal gehouden. Daarom moeten er meer trainingen komen en moet er vanuit de Statengriffie meer begeleiding komen.

Verder moeten de voorzitter en de Statengriffier er op toe zien dat standpunten uit de commissies niet worden herhaald in de Statenvergadering en dat de woordvoerders niet te breedvoerig worden.

Informatie: Voorzitter en Statengriffier moeten er op toe zien dat er geen informatie word gevraagd die ook buiten de vergadering om beschikbaar is.

Tijdsbesteding: De Statengriffie moet onderzoeken waarom de Statenleden hun tijd tijdens de Statenvergaderingen niet optimaal kunnen besteden.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingBedrijfskunde - MER
AfdelingAcademie voor Economie & Management
PartnersCDA statenfractie, Middelburg
Datum2007-06-27
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk