De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De samenwerking tussen de Raad voor de Kinderbescherming & de Stichting Bureau Jeugdzorg

Rechten: Alle rechten voorbehouden

De samenwerking tussen de Raad voor de Kinderbescherming & de Stichting Bureau Jeugdzorg

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In hoofdstuk één en twee wordt uitgelegd wat de Raad voor de Kinderbescherming en de St. Bureau Jeugdzorg voor staan en wat zij doen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft vier verschillende taken, verdeeld onder bescherming, scheiding en omgang, straf en adoptie, afstand en afstamming. De St. Bureau Jeugdzorg werkt met vier verschillende afdelingen, verdeeld onder aanmelding en preventie, begeleiding en bescherming, jeugdreclassering en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling(AMK). De Raad voor de Kinderbescherming kan men omschrijven als de onderzoekende instantie en de St. Bureau Jeugdzorg als de hulpverlenende instantie.

In hoofdstuk drie wordt beschreven wat ketenmanagement is en waarom dit begrip in dit verslag wordt gebruikt. De Raad voor de Kinderbescherming en de St. Bureau Jeugdzorg zijn namelijk beiden onderdeel van de jeugdzorgketen.
Een keten is een samenwerkingsverband van partijen die zowel zelfstandig als afhankelijk van elkaar functioneren omdat ze samenhangende handelingen uitvoeren gericht op een gemeenschappelijk doel. De belangrijkste kenmerken van een keten zijn:
· De keten kenmerkt zich door het heel zijn en het deel zijn;
· Er is sprake van onderlinge afhankelijkheid;
· Een zekere machtsdistributie heeft plaatsgevonden;
· Er is geen hiërarchie kenbaar.
Aan de hand van het INK-model wordt de praktijksituatie toegelicht.

In hoofdstuk vier wordt samenwerking in het algemeen omschreven, dit wordt tevens verwerkt voor de praktijksituatie tussen de Raad voor de Kinderbescherming en de St. Bureau Jeugdzorg. Samenwerking hangt onder andere af van de houding iemand aanneemt, waarmee men moet samenwerken. Als mensen niets van iemand anders willen aannemen, zit het al niet goed in de samenwerking. Het is daarom heel belangrijk om te luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. Als iemand een ander verkeerd begrijpt, of de boodschap verkeerd opvat, is dit ook al geen succes voor de samenwerking.
Ook omschrijf ik in dit hoofdstuk de twee themamiddagen die georganiseerd zijn, in het kader van de samenwerking tussen de beide ketenpartners. Het doel van deze twee middagen was om de samenwerking in de praktijk te verbeteren. Tijdens deze middag zijn ook de frustraties van beide instellingen naar boven gekomen. Aansluitend in hoofdstuk vijf, wordt beschreven welke bevindingen in de praktijk zijn gedaan met betrekking tot de samenwerking tussen beide instellingen. Wat als erg positief ervaren werd, was de mogelijkheid tot overleg die aanwezig is en de informatie-uitwisseling.
Wat erg negatief naar voren kwam, was ten eerste het visieverschil. Dit is met name van toepassing op de gevraagde VOTS'en, die niet altijd gevraagd kunnen worden. Ten tweede is er nog een negatief vooroordeel wat bij beide instellingen vastligt. "Bij de Raad voor de Kinderbescherming moet je op vrijdagmiddag geen VOTS aanvragen, want die krijg je toch niet" en "De St. Bureau Jeugdzorg vraagt altijd op vrijdagmiddag een VOTS aan"

In hoofdstuk zes bespreek ik de samenwerking tussen de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering. Voor deze partners is een casusregie opgesteld, maar deze is nog niet vastgesteld. Wel heb ik aan de hand van deze casusregie werkprocesbeschrijvingen opgesteld en daarbij stroomschema's opgesteld. Deze zijn wel in het kwaliteitshandboek verwerkt.

In hoofdstuk zeven vermeld ik de aanbevelingen die ik kan doen aan de hand van de gehouden interviews en de verstuurde vragenlijsten bij beide instellingen. De belangrijkste aanbevelingen die ik kan doen zijn de volgende:
· Medewerkers zouden meer naar elkaar toe moeten komen tijdens overleg, men zou beter naar elkaar moeten luisteren;
· Er moet duidelijkheid komen over wat er precies in analyseverslagen hoort te staan, omdat daar ook nogal wat onduidelijkheid over bestaat;
· Men moet geen dubbel werk meer verrichten;
· Men zou meer sociale activiteiten moeten organiseren, waar beide instellingen aan meedoen, zodat dit de samenwerking toch verbetert in de praktijk.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingBedrijfskunde - MER
AfdelingAcademie voor Economie & Management
PartnersRaad voor de Kinderbescherming, Middelburg
Datum2006-06-30
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk