De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Natuurvriendelijke oevers in Zeeland

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Natuurvriendelijke oevers in Zeeland

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In 2027 moeten het grond- en oppervlaktewater in een goede chemische en ecologische toestand verkeren. Om aan een goede chemische en ecologische toestand te voldoen worden er door waterbeheerders verschillende maatregelen uitgevoerd. Een maatregel om de ecologische toestand van het waterlichaam te verbeteren is het aanleggen van natuurvriendelijke oevers.
Er zijn tal van onderzoeken die hebben aangetoond dat natuurvriendelijke oevers een positief effect hebben op de ecologie en de waterkwaliteit ten goede kan komen. Door het flauwere talud van de natuurvriendelijke oever ten opzichte van de cultuurlijke oever wordt er een geleidelijke overgang gecreëerd. Hierdoor wordt er een groter habitat gecreëerd voor de begroeiing van water- en oeverplanten. Door de toename aan planten neemt de structuur van de oever toe en hiermee ook het habitat voor andere organismen.
De studies naar natuurvriendelijke oevers zijn vooral op de zoetere watertypes in Nederland gericht (<300 mg/l chloride) en niet in relatie tot de maatlatten opgesteld voor de KRW. Doordat deze onderzoeken niet op brakke watertypes (>300 mg/l chloride) zijn uitgevoerd zijn er discussies ontstaan bij het Waterschap Scheldestromen. Het is niet duidelijk of de oevers in brakke wateren hetzelfde effect hebben als bij de zoetere wateren. Door de discussies binnen Scheldestromen wordt de vraag groter naar een onderzoek dat gericht is op de effecten van natuurvriendelijke oevers in de brakke wateren. Het onderzoek richt zich merendeels op de brakke wateren die in de KRW zijn aangeduid als het type M30 zwakke brakke wateren en M31 kleine brakke tot zoute wateren.
De hoofdvraag van dit onderzoek is: Welke relaties zijn er te zien tussen de waterplanten en de macrofaunagemeenschap in de brakke wateren van Zeeland?
Het doel is om met de beschikbare monitoringsdata de effecten van de waterplanten in beeld te brengen. Met behulp van de data zijn verschillende factoren zoals, de bedekkingsgraad van waterplanten, macrofauna soortenrijkdom, EQR-score, en voedselgildes en taxonomische groepen van de macrofaunagemeenschap vergeleken. Uit de resultaten blijkt dat de soortenrijkdom onder invloed van submergenten in zoete en licht brakke wateren significant toeneemt. Bij een hogere bedekkingsgraad wordt er een negatief verband bij het percentage soorten en individuen vergaarders waargenomen. Dit blijkt vooral een gevolg van de toename van de rovers en/of grazers. In matig- en brakke wateren is er geen toename van de soortenrijkdom aangetoond bij een toenemende
bedekkingsgraad. De verschillende voedselgildes en taxonomische groepen tonen wel een verandering. Vooral de kreeftachtigen worden dominant bij hogere chloridegehaltes.
De M30 macrofaunamaatlat blijkt niet geschikt voor het beoordelen van de brakke wateren of wateren waar natuurvriendelijke oevers zijn aangelegd. Naarmate de soortenrijkdom door verzoeting of hogere bedekkingsgraad toeneemt daalt de score. Dit veroorzaakt een probleem waarbij een hogere bedekkingsgraad van de waterplanten en hoge score levert op de waterplantenmaatlat maar een lagere score op de macrofaunamaatlat. Dit probleem kan verholpen worden door de huidige maatlat aan te passen en op te delen in drie deelmaatlaten

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingWatermanagement/ Aquatische Ecotechnologie
InstituutDelta Academy
PartnersWaterschap Scheldestromen
Gepubliceerd in
Datum2015-06-26
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk