De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Emissie van (koel)waterchemicaliën in het Sloegebied, Vlissingen-Oost

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Emissie van (koel)waterchemicaliën in het Sloegebied, Vlissingen-Oost

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Voor het verlenen van een Wvo1-vergunning worden (koel)waterchemicaliën getoetst aan de Algemene Beoordelingsmethodiek (verder genoemd ABM), hieruit volgt een waterbezwaarlijkheid c.q. saneringsinspanning. Dit geeft aan of de stof toegepast mag worden op basis van stofintrinsieke eigenschappen. Bij het vertalen van een saneringsinspanning naar concrete maatregelen spelen naast de waterbezwaarlijkheid van een stof of preparaat ook andere aspecten een rol, zoals kosten van de maatregelen, het productieproces, beschikbare zuiveringstechnieken of de vracht aan verontreinigde stoffen in het afvalwater.
Nadat op grond van de eigenschappen van een stof of preparaat de saneringsinspanning is bepaald moet de toelaatbaarheid van de restlozing worden beoordeeld. De toelaatbaarheid van deze restlozing wordt beoordeeld met de emissie-immissietoets. Bij deze toets wordt een verdunningsfactor gehanteerd die berekend is voor de Westerschelde ter hoogte van het Sloegebied. Deze verdunningsfactor wordt in het Sloegebied toegepast, terwijl deze voor de Westerschelde is berekend. Aangezien het Sloegebied een complex havensysteem met verschillende zijhavens is, bestaat de mogelijkheid tot ophoping van stoffen als gevolg van lage stroomsnelheden. Hierdoor is het mogelijk dat de verdunningsfactor niet of in aangepaste vorm toegepast dient te worden.
Om te toetsen of deze verdunningsfactor ook toepasbaar is in het Sloegebied is er aan de hand van de gebruikte (koel)waterchemicaliën in het Sloegebied een lijst opgesteld van geschikte stoffen voor een meting. Aan de hand van deze meting zal duidelijk worden of de verdunningsfactor toepasbaar is op het Sloegebied. Uit de inventarisatie bleek dat er geen stoffen voldeden aan de eisen o.a. omdat de stoffen bestaan uit zouten, een te lage detectiegrens hebben of niet geloosd worden in het Sloegebied. Om dit probleem op de lossen zijn er meerdere alternatieven belicht. Het beste alternatief voor dit onderzoek is het gebruik maken van een tracer. Een tracer is een stof die gevolgd kan worden in het water, maar geen toxicologische of andere nadelige gevolgen mag hebben op de waterkwaliteit. Er is hiervoor een stoffenlijst opgesteld van de meest voorkomende tracers met bijbehorende eigenschappen. Rhodamine-WT is de meest geschikte tracer voor het bepalen van de verdunningsfactor in het zoute milieu.
Vervolgens is er een meetplan opgesteld, welke in dit rapport gepresenteerd wordt. Hierin wordt gedetailleerd beschreven hoe de verdunningsfactor gecontroleerd kan worden aan de hand van een tracer-studie. Na uitvoering van deze tracer-studie is het mogelijk om zowel de verdunningsfactor voor de huidige emissie-immissietoets als de nieuwe emissie-immissietoets voor getijdewateren te verifiëren.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingWatermanagement/ Aquatische Ecotechnologie
InstituutDelta Academy
PartnersRijkswaterstaat Zeeland, Middelburg
Gepubliceerd in
Datum2009-06-30
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk