De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Alternatieven voor het keren van een foetus in stuitligging

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Alternatieven voor het keren van een foetus in stuitligging

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In 3% van alle zwangerschappen presenteert een kind zich in stuitligging. Een liggingsafwijking
waaraan verschillende risico's verbonden zijn, vooral bij de vaginale partus. Ter afsluiting van de
HBO-v/vroedkunde is een onderzoek gehouden naar de kennis van verloskundigen over eventuele
alternatieven die zij een zwangere vrouw met een foetus in stuitligging kunnen aanbieden en in
hoeverre verloskundigen dit toepassen.
In de literatuurstudie is gezocht naar verschillende methoden voor een veilige geboorte van het kind
en wat de voor- en nadelen van deze methoden zijn.
Gevonden methoden om het kind veilig geboren te laten worden zonder het te keren is een sectio
caesarean. Andere methoden beschrijven dat het kind gekeerd wordt en op deze wijze vaginaal
geboren kan worden. Wetenschappelijk onderzochte methoden waarbij dit bewerkstelligd wordt zijn
external cephalic version (ECV) en moxa-therapie. Waarbij moxa-therapie het hoogste
slagingspercentage heeft,namelijk tussen de 53% en 75% bovendien brengt deze methode geen
risico's met zich mee.
De vraagstelling van het onderzoek luidt: "Wat is de kennis van verloskundigen met betrekking tot
alternatieven om een foetus in stuitligging te keren en zouden zij deze alternatieven aan hun
zwangeren met een foetus in stuitligging adviseren?" Om deze vraag te beantwoorden is een
kwantitatief survey onderzoek uitgevoerd. Er is een enquête afgenomen onder verloskundigen
werkzaam in zowel de 1e als de 2e lijn. Er waren 46 respondenten. Van de respondenten is 87%
(n=40) werkzaam in de 1e lijn, 11% (n=5) in de 2e lijn en 2% (n=1) is zowel in de 1e als 2e lijn
werkzaam.
De respondenten zouden als volgt handelen als zij in aanraking kwamen met een zwangere vrouw
van 34 weken met een foetus in stuitligging; 60% (n=22) van de verloskundigen in de 1e lijn
antwoordt dat zij de vrouw zouden adviseren rondom alternatieven, in de 2e lijn was dit slechts 20%
(n=1). Van de ondervraagde verloskundigen is 70% (n=32) bekend met de techniek external cephalic
version. 15% (n=7) is bekend met gerichte yoga oefeningen, 9% (n=4) met het aanbrengen van een
rijstkorrel of gember op de kleine teen en 61% (n=28) met het aannemen van bepaalde houdingen.
63% (n=29) van de verloskundigen is bekend met het alternatief acupunctuur en 63% (n=29) met
moxa-therapie. Van de ondervraagde verloskundigen zou 70% (n=32) external cephalic version toe
passen of adviseren aan de zwangere vrouw. 4% (n=2) zou de zwangere vrouw over gerichte yoga
oefeningen adviseren en 46% (n=21) over het aannemen van bepaalde houdingen. 54% (n=25) van
de verloskundigen adviseert de zwangere vrouw over moxa-therapie en 33% (n=15) over
acupunctuur. Geen van de verloskundigen adviseert de zwangere vrouw om een rijstkorrel of gember
op de kleine teen aan te brengen gedurende de nacht.
Aan de hand van deze gegevens mag geconcludeerd worden dat de ondervraagde verloskundige een
redelijke kennis hebben van alternatieve methoden die zij kunnen aanbieden aan een zwangere met
een foetus in stuitligging. Ook adviseert de verloskundige de zwangere over alternatieve methoden.
Tot slot van dit onderzoek zijn aanbevelingen ten aanzien van de praktijk, de theorie en tot verder
onderzoek gedaan.

Toon meer
Trefwoorden
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingVerpleegkunde
InstituutAcademie voor Zorg & Welzijn
PartnersHogeschool Zeeland, Vlissingen & Artesis hogeschool, Antwerpen
Gepubliceerd in
Datum2010-02-15
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk