De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Onderzoek naar de polymeerdosering in de centrifuge van de rwzi Willem Annapolder

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Onderzoek naar de polymeerdosering in de centrifuge van de rwzi Willem Annapolder

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Een optimale slibontwatering is voor elke rwzi van groot belang. Hoe optimaler dit proces verloopt, hoe minder polymeer er moet worden toegevoegd om een zo hoog mogelijk percentage drogestof gehalte van het ontwaterde slib te verkrijgen. Dit scheelt in de inkoop van het polymeer, maar vooral in de transportkosten van het ontwaterde slib naar de verbrandingcentrale. Deze kosten zijn immers de grootste kostenpost van een rwzi. Hoe droger het ontwaterde slib is, hoe minder ruimte het in beslag neemt, waardoor ook de transportkosten minder zullen worden.

De reden van dit onderzoek ligt bij het elk jaar toenemende polymeerverbruik op de centrifuge van de rwzi Willem Annapolder van waterschap Scheldestromen. Dit terwijl het percentage drogestof gehalte van het ontwaterde slib gelijk blijft. De centrale vraag binnen dit onderzoek is dan ook "Welk polymeer is het meest optimaal en in welke dosering wordt deze toegevoegd voor een zo effectief mogelijke slibontwatering en zijn er andere factoren die de slibontwatering beïnvloeden?". Er is binnen dit onderzoek gekeken naar verschillende polymeren en daarbij verschillende doseringen. Tevens is er een test gedaan met verschillende slibvrachten. Een ander aandachtspunt waar naar is gekeken zijn de doseerpunten van het polymeer en de doseerverhoudingen hierbinnen. Als laatste is onderzocht naar het effect van het orthofosfaat in het vrije water van het uitgegiste slib op de slibontwatering. De verwachting was dat het orthofosfaat een negatieve invloed heeft op de effectiviteit van het polymeer en daardoor een minder effectieve ontwatering plaats zou vinden.

Het polymeer Kemira C-1598 wat momenteel wordt gebruikt voor de slibontwatering bleek met een dosering van vijftien gram polymeer per kilo drogestof de beste resultaten te geven. Hierbij is niet enkel naar de percentages drogestof in het ontwaterde slib gekeken, maar tevens naar de stabiliteit van de centrifuge. Wanneer deze dosering wordt gecombineerd met een slibvracht van 425 kilo drogestof per uur, wordt er een drogestof gehalte van het ontwaterde slib verkregen van 24,75 procent. Dit percentage ligt 0,75 procent boven de eis in het afdelingsrapport. Dit is echter een kostenloze aanpassing, waardoor er makkelijker aan de eis voldaan kan worden. De centrifuge moet echter wel 112 uur per jaar langer draaien. Het aanwezige orthofosfaat in het vrije water van het uitgegiste slib blijkt een negatieve invloed te hebben op de slibontwatering. Het polymeer verwijderd 75 procent van het orthofosfaat, waardoor het polymeer zich minder aan de slibdeeltjes kan hechten wat nodig is voor de ontwatering. Met een voorbehandeling van het slib, door middel van toevoeging van magnesium in de vorm van een 32 procents MgCl2 oplossing, wordt er reeds 80 procent orthofosfaat verwijderd. Wanneer het polymeer vervolgens wordt toegevoegd, ten behoeve van de slibontwatering, blijkt dat er ongeveer 93 procent orthofosfaat is verwijderd. Het polymeer bindt zich nog maar met dertien procent orthofosfaat in tegenstelling tot 75 procent zonder de toevoeging van magnesium. Het polymeer zal zich meer met de slibdeeltjes gaan binden wat resulteert in een hoger percentage drogestof en een mogelijke vermindering in polymeerverbruik.

Na afloop van dit onderzoek wordt er aanbevolen om met een constante slibvracht te gaan draaien van 425 kilo drogestof per uur. Dit is een kosteloze aanpassing wat zich resulteert in een optimale slibontwatering met hogere drogestof gehaltes. Hiernaast is het aan te raden om een praktijkproef te starten met de toevoeging van magnesium. Hierdoor wordt er een beter beeld verkregen in de daadwerkelijk te verkrijgen hogere drogestof gehaltes van het ontwaterde slib en de vermindering van het polymeerverbruik. Wanneer de magnesiumtoevoeging in het proces wordt toegepast, zal er zich een mogelijke kostenbesparing van ongeveer €45.432 per jaar voordoen.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingWatermanagement/ Aquatische Ecotechnologie
InstituutDelta Academy
PartnersWaterschap Scheldestromen, Terneuzen
Gepubliceerd in
Datum2011-06-29
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk