De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het gebruik van intergetijdengebieden in de Oosterschelde door steltlopers

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het gebruik van intergetijdengebieden in de Oosterschelde door steltlopers

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit onderzoek is gericht op de vraag of er een relatie bestaat tussen de grootte van steltlopers en de droogvalduur van de gebieden waar de steltlopers foerageren. Het onderzoek heeft plaats gevonden in de Oosterschelde. Sinds de bouw van de Oosterscheldewerken (de Stormvloedkering en de compartimenteringdammen) is de Oosterschelde in dynamiek achteruit gegaan: stroomsnelheden zijn verminderd en daarmee ook het zandtransport tussen de intergetijdengebieden en de geulen dat nodig is om de slikken en platen op hoogte te houden. Dit fenomeen wordt de zandhonger genoemd. Dit heeft als gevolg dat de intergetijdengebieden geleidelijk in hoogte afnemen, waardoor de tijd dat deze droog komen te liggen steeds korter wordt.

Om genoeg voedsel binnen te krijgen, hebben steltlopers hebben een bepaalde hoeveelheid tijd nodig voor het foerageren. Eerder onderzoek toont aan dat kleine steltlopers over het algemeen meer tijd nodig hebben voor het foerageren. Daarom wordt verwacht dat kleine steltlopers over het algemeen in gebieden met een lange droogvalduur zullen foerageren en minder in gebieden met een korte droogvalduur. Dit duidt op een relatie tussen de grootte van steltlopers en de droogvalduur van de foerageergebieden. Om deze relatie aan te tonen in dit onderzoek zijn laagwatertellingen gedaan in hoge en lage foerageergebieden, en zijn data van Hoogwatervluchtplaatstellingen gebruikt. Daarnaast is onderzoek gedaan naar het voedselaanbod in de verschillende telgebieden.

Uit dit onderzoek is gebleken dat het aandeel kleine steltlopers in hoger gelegen gebieden groter is in vergelijking met lagere gebieden. Uit het onderzoek naar het voedselaanbod bleek dat het voedselaanbod in geen van de gebieden een limiterende factor vormt en dat dit dus geen motivatie zou moeten zijn voor steltlopers om in bepaalde gebieden niet te foerageren. Dit gegeven maakt het aannemelijker dat het de lange droogvalduur is die een positieve bijdrage levert aan de geschiktheid van het foerageergebied voor kleine steltlopers, terwijl een korte droogvalduur een limiterende invloed heeft. Dit kan echter niet los gezien worden van factoren als bereikbaarheid van de bodemfauna voor de steltlopers en de mate van verstoring tijdens het foerageren. Dit betekent dat wanneer de oppervlakte van hoog areaal terugloopt door de zandhonger, het aantal kleine steltlopersoorten in de toekomst ook terug zal lopen of dat de kleine steltlopers zelfs helemaal zullen verdwijnen uit de Oosterschelde. Verwacht wordt dat wanneer dit punt wordt bereikt, het verdwijnen van de kleine steltlopers vrij plotseling zal plaatsvinden en mogelijk onomkeerbaar zal zijn.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingWatermanagement/ Aquatische Ecotechnologie
InstituutDelta Academy
PartnersRijkswaterstaat Zee & Delta
Gepubliceerd in
Jaar2014
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk