De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Prevalentie van ondervoeding binnen de Geestelijke Gezondheidszorg

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Prevalentie van ondervoeding binnen de Geestelijke Gezondheidszorg

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit onderzoek gaat over de prevalentie van het zorgprobleem ondervoeding binnen de Geestelijke Gezondheidszorg. De algemene Nederlandse gezondheidszorg heeft veel oog voor het zorgprobleem ondervoeding, de screening en de behandeling er van. Door verschillende onderzoeken en studies is aangetoond dat de prevalentie van ondervoeding binnen de gezondheidszorg hoog is en dat het zorgprobleem ondervoeding verschillende complicaties met zich mee brengt voor zowel de betrokken patiënt als de instelling. Er zijn echter nog geen studies en onderzoeksresultaten bekend betreffende de prevalentie van ondervoeding binnen de GGZ. Vanuit deze ontbrekende gegevens zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:
I. In hoeverre komt ondervoeding voor bij patiënten tussen de 18 en 65 jaar die opgenomen worden binnen een opnameafdeling van een psychiatrisch ziekenhuis?
II. Wat is een betrouwbare en valide methode voor het screenen en vroegtijdig signaleren van ondervoeding bij de patiënten populatie van een opnameafdeling van een psychiatrisch ziekenhuis?

Voor de uitvoering van dit onderzoek zijn twee doelstellingen geformuleerd. De eerste doelstelling is inzicht krijgen in de mate waarin ondervoeding voorkomt bij patiënten die opgenomen worden binnen Emergis middels verschillende meetinstrumenten. De tweede doelstelling richt zich op het inzicht krijgen in welk meetinstrument het meest betrouwbaar is voor het screenen en vroegtijdig signaleren van ondervoeding binnen de patiënten populatie van een GGZ instelling. Na de uitvoering van een literatuurstudie naar het zorgprobleem ondervoeding is er gekozen voor een survey onderzoek. Het onderzoek is kwantitatief en exploratief van aard. De duur van het onderzoek besloeg een periode van drie maanden. Dataverzameling vond plaats middels afname van een vragenlijst bij de patiënt of diens naasten door de verpleegkundige discipline. De samenstelling van deze vragenlijst is in samenspraak gegaan met Dr. H.M. Kruizenga, ontwikkelaar van bestaande meetinstrumenten SNAQ en SNAQrc. De vragenlijst gebruikt voor dit onderzoek bevat elementen uit deze beide bestaande en valide meetinstrumenten.

De verkregen data zijn middels het data analyse programma SPSS17.0 geanalyseerd. Ondervoeding en/of het risico lopen op ondervoeding komt bij éénvijfde tot éénderde van de gemeten patiënten populatie voor. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat 6% van de populatie ondervoed is als het actuele risico op ondervoeding (het BMI) gemeten wordt. Als het retrospectieve risico op ondervoeding (onbedoeld gewichtsverlies) gemeten wordt, neemt dit percentage toe tot 25%. Bij het meten van het actuele risico op ondervoeding loopt 15% een risico op ondervoeding, dit percentage is bij het retrospectieve risico 9%. Bij beide metingen is de grootste groep patiënten onder te verdelen in de categorie 'normaal gewicht'. Opvallend is de grootte van de categorieën 'overgewicht', 'obesitas' en 'ernstige obesitas'. In totaal bevatten deze drie categorieën 34% van alle patiënten.

De prevalentie van ondervoeding en/of het risico van ondervoeding komt landelijk bij 10% - 60% voor onder patiënten. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de prevalentie van ondervoeding en/of het risico op ondervoeding binnen de GGZ na meting van het actuele risico (het BMI) 21% is en na meting van het retrospectieve risico (onbedoeld gewichtsverlies) 34% is. Beide percentages vallen binnen het landelijke gemiddelde. Het verschil tussen de resultaten na meting van het actuele risico (het BMI) en na meting van het retrospectieve risico (onbedoeld gewichtsverlies) is groot. Hieruit blijkt dat een combinatie van beide methoden noodzakelijk is wil men een concreet en volwaardig beeld krijgen van de voedingstoestand van de patiënt. Vervolgonderzoek binnen de GGZ, zal de werkelijke grootte van het zorgprobleem ondervoeding aan tonen. Het invoeren van een valide en betrouwbaar meetinstrument voor de patiënten populatie van een GGZ-instelling zal screening, vroegtijdige signalering en behandeling van ondervoeding ten goede komen. Het bestaande meetinstrument SNAQrc bevat het meten van zowel het actuele als het retrospectieve risico naar ondervoeding en/of het risico van ondervoeding.

Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingVerpleegkunde
InstituutAcademie voor Zorg & Welzijn
PartnersEmergis, Psychiatrisch ziekenhuis Zeeland, Kloetinge
Gepubliceerd in
Datum2010-02-15
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk