De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Zien doet begrijpen?!

Een onderzoek naar het effect van beeldende therapie, middels storytelling en geleide fantasie, op het leesbegrip van één leerling uit speciaal basis onderwijs De Triade in Wolvega.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Zien doet begrijpen?!

Een onderzoek naar het effect van beeldende therapie, middels storytelling en geleide fantasie, op het leesbegrip van één leerling uit speciaal basis onderwijs De Triade in Wolvega.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Binnen het speciaal basisonderwijs (SBO) zitten veel kinderen niet op het juiste niveau van begrijpend lezen (Cito, 2007; Cito 2014). Bij SBO de Triade in Wolvega is dit ook het geval, zij zijn daarom op zoek gegaan naar een interactieve methode, die het leesbegrip en het leesplezier bij de kinderen bevorderd. Graag wil de school ervoor zorgen dat de kinderen succesvol worden en dat het maximale uit het kind gehaald wordt. SBO de Triade wil dat er onderzoek gedaan wordt naar het effect van beeldende therapie bij het verbeteren van tekstbegrip (persoonlijke communicatie, 22 maart, 2016). Beeldende therapie is een behandelmethode waarbij beeldende activiteiten worden aangeboden om veranderings-, ontwikkelings-, leer-, stabilisatie- en/of acceptatieprocessen te bewerkstelligen (Beeldende therapie, n.d.; Schweizer, 2009; Smeijsters, 2008). Bij het leren van begrijpend lezen heeft een kind de volgende dingen nodig: verbeelding, focus, fantasie, zintuigelijke prikkeling en verhalen binnen hun eigen belevingswereld (Davis, 2003; Epcacan et al., 2010; Robbe, 2007). Binnen de beeldende therapie zijn er twee methodes, namelijk storytelling en geleide fantasie, die het beste aansluiten bij deze thema’s. In dit onderzoek is daarom gewerkt met de methodes storytelling en geleide fantasie (Budde 2011; Buma, 2001; Cattanach, 1997; Malchiodi 2012; Schreurs, 2001).
Rond groep 6, als het kind het technisch lezen onder de knie heeft, begint meestal het begrip te komen en wordt begrijpend lezen belangrijk (Bos van den et al., 2008; Broersma et al., n.d.; Robbe 2007). Dit onderzoek heeft daarom plaats gevonden bij een leerling uit groep 6 van De Triade in Wolvega. Leerling M. uit groep 6 loopt het meest achter wat betreft begrijpend lezen en leest nu op een midden groep drie niveau (lager is niet mogelijk).
Het doel van dit onderzoek is aantonen aan de opdrachtgever (SBO De Triade) of de methodes storytelling en geleide fantasie effectief zijn bij het verbeteren van tekstbegrip bij leerling M. uit groep 6 van SBO de Triade.
Bovenstaande probleemstelling en doelstelling hebben tot de volgende centrale onderzoeksvraag en de daarbij behorende deelvragen geleid:
Onderzoeksvraag
Welk effect hebben de methodes storytelling en geleide fantasie op het verbeteren van het tekstbegrip van leerling M. binnen SBO De Triade?
Deelvragen
1. Op welke wijze laat leerling M. verandering zien in zijn toetsresultaten met betrekking tot zijn tekstbegrip door beeldende therapie middels storytelling en geleide fantasie?

2. In welke mate is er door de leerkracht, de moeder van leerling M. en door leerling M. zelf verandering te zien met betrekking tot het tekstbegrip bij leerling M. door middel van storytelling en geleide fantasie?

3. In welke mate is er door de beeldende therapeut van leerling M. binnen de therapiesessies, verandering te zien met betrekking tot het tekstbegrip door middel van storytelling en geleide fantasie bij leerling M?

Om antwoord te geven op de hoofdvraag wordt er eerst antwoord gegeven op de deelvragen. Deelvraag 1 is beantwoord aan de hand van leerling M. zijn resultaten bij zijn klassikale lessen uit de reguliere onderwijsmethode tekstverwerken en via zijn Citoresultaten op begrijpend lezen. Deelvraag 2 is beantwoord aan de hand van de afgenomen interviews met de groepsleerkracht, de moeder van leerling M. en leerling M. zelf. Deelvraag 3 is beantwoord aan de hand van de observaties van de beeldend therapeut. Deze kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes zorgen ervoor dat er in dit onderzoek triangulatie heeft plaatsgevonden, wat de validiteit van het onderzoek vergroot
Uit de resultaten van deelvraag 1 is te zien dat leerling M. een zichtbare groei doormaakt in zijn begrijpend lezen lesboek, uit de reguliere onderwijsmethode Tekstverwerken. Daarentegen is er verslechtering zichtbaar bij leerling M. zijn Cito resultaten. Leerling M. verklaart dat hij de Citotoetsen teveel vindt en moeilijk vindt, waardoor hij de antwoorden op de vragen van de Citotoetsen heeft gegist en de teksten helemaal niet heeft gelezen.
Uit de resultaten van deelvraag 2 is zichtbaar dat de groepsleerkracht en leerling M. vorderingen zien voor wat betreft zijn leessnelheid, woordenschat, leesplezier en onthouden van de gelezen tekst. De groepsleerkracht ziet alleen geen verandering in leerling M. zijn motivatie voor begrijpend lezen.
De moeder van leerling M. daarentegen ziet weinig verschil. Mogelijke oorzaak is dat zij tijdens het onderzoek niet tot nauwelijks met haar zoon heeft gelezen. Doordat de moeder van leerling M. tijdens het onderzoek niet met haar zoon heeft gelezen en geen reëel beeld kan geven van M. zijn veranderingen, worden haar resultaten niet in de conclusie meegenomen.
Uit de resultaten van deelvraag 3 is te zien dat leerling M. vorderingen maakt voor wat betreft leessnelheid, woordenschat, leesplezier en het onthouden van de gelezen tekst.

In dit onderzoek blijkt uit de resultaten van de lesmethode Tekstverwerken, de interviews met de groepsleerkracht en leerling M. en de observaties van de beeldend therapeut, dat de methode storytelling en geleide fantasie effect hebben op de lesprestaties, de leessnelheid, de woordenschat en het leesplezier van M. Ook is er een klein effect zichtbaar voor wat betreft het vermogen van leerling M. om de tekst te kunnen onthouden.

Toon meer
Organisatiestenden
OpleidingCreatieve Therapie
InstituutSchool of Social Work and Arts Therapies
PartnersSpeciaal basisonderwijs De Triade
Datum2016-12-02
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 27 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk