De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Interne Consistentie, interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en concurrente validiteit van de jeugdversie van de PsyMot Hogeschool

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Interne Consistentie, interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en concurrente validiteit van de jeugdversie van de PsyMot Hogeschool

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Achtergrond: De concept jeugdversie van de PsyMot (PsyMot-J) is een diagnostisch instrument om
psychomotorisch functioneren van jeugdigen in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar in kaart te
brengen en tot passende behandeldoelstellingen te komen. Het instrument is recent beschikbaar
gekomen en is gebaseerd op de kindversie van de PsyMot. Dit onderzoek richtte zich op de interne
consistentie, de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en de concurrente validiteit van de PsyMot-J.
Methode: De jeugdigen voor het onderzoek (n = 26) werden geworven uit zowel de klinische als
dagklinische populatie van twee kinder- en jeugdpsychiatrische ziekenhuizen. Deelnemers voor het
onderzoek naar de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid (IBB) (n = 11) werden geworven binnen de
gehele kinder- en jeugdpsychiatrie in Nederland. De PsyMot-J als geheel en de clusters afzonderlijk
werden op interne consistentie onderzocht met behulp van Cronbach's alpha coëfficiënt. De IBB
werd onderzocht aan de hand van twee casussen (A en B) die respectievelijk door negen en acht
therapeuten werden beoordeeld, waarna de analyse met behulp van de DOMENIC methode werd
uitgevoerd. Het onderzoek naar de concurrente validiteit werd uitgevoerd met behulp van de
Spearman correlatie coëfficiënt en de Pearson correlatie coëfficiënt. Hierbij werden de clusters van
de PsyMot-J en de probleemschaal 'sociale problemen', alle DSM- schalen en de beide brede band
syndromen van de CBCL (n = 10) en YSR (n = 11) geanalyseerd.
Resultaten: De PsyMot-J bleek een hoge interne consistentie te hebben (α varieerde van .75 tot .95) .
De IBB voor de gemiddelde totale overeenstemming bleek voor beide casussen 'excellent' te zijn
(90,47% voor casus A en 92,03% voor casus B). Ook was de IBB 'excellent' voor de gemiddelde totale
overeenstemming van de beoordelaars die ervaring hadden in het werken met de kindversie van de
PsyMot (90,68% voor casus A en 92,37% voor casus B). Er werden significant negatieve correlaties
gevonden tussen de clusters van de PsyMot-J en de DSM- schalen en brede band syndromen van de CBCL: Cluster B (bewegingsplezier) correleerde negatief met DSM-schaal 'lichamelijke problemen' (r
= -.73, p = .01). Cluster D (motoriek) correleerde negatief met de DSM-schaal 'lichamelijke
problemen' (r = -.64, p= .02). Cluster E (zelfcontrole) correleerde negatief met de DSM-schaal
'lichamelijke problemen' (r = -.62, p = .03). Cluster G (spel en interactie) correleerde negatief met de
DSM-schalen 'angstproblemen' (r = -.60, p = .03) en 'lichamelijke problemen' (r = -.56, p = .05) en met
het brede band syndroom 'internaliseren' (r = -.62, p = .03). Tevens werden er significante correlaties
gevonden tussen de clusters van de PsyMot-J en de DSM- schalen en brede band syndromen van de
YSR. Cluster B (bewegingsplezier) correleerde negatief met DSM-schaal 'lichamelijke problemen' (r =
-.71, p = .01). Cluster C (competentiebeleving) correleerde positief met de DSM-schaal 'affectieve
problemen' (r = .56, p = .04). Cluster E (zelfcontrole) correleerde negatief met de DSM-schalen 'affectieve problemen' (r = -.67, p = .01) en 'lichamelijke problemen' (r = -.63, p = .02) en met het
brede band syndroom 'internaliseren' (r = -.68, p = .01). Cluster G (spel en interactie) correleerde
negatief met de DSM-schaal 'lichamelijke problemen' (r = -.67, p = .01) en met het brede band
syndroom 'internaliseren' (r = -.58, p = .03).
Conclusies: Over het geheel genomen zijn de psychometrische kwaliteiten van de conceptversie van
de PsyMot-J, hoewel nog niet optimaal, toch hoopgevend. De interne consistentie op clusterniveau is
'acceptable' tot 'excellent' en voor de test in zijn geheel goed. De IBB is voor beide casussen voor
zowel de totale gemiddelde overeenstemming als voor de clusterscores afzonderlijk 'good' tot
'excellent'. Meer onderzoek is nodig om betrouwbare uitspraken te doen over de concurrente
validiteit tussen de clusters van de PsyMot-J en andere betrouwbare en valide meetinstrumenten die
de clusters van de PsyMot-J beter representeren.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Windesheim
AfdelingHuman Movement & Sports
Jaar2012
TypeMasterscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk