De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

'50 is het nieuwe 100'

Moeite met maatwerk bij het opleggen van boetes voor schending van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet

'50 is het nieuwe 100'

Moeite met maatwerk bij het opleggen van boetes voor schending van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet

Samenvatting

Inleiding Op overtreding van de zogenoemde inlichtingenplicht uit de Participatiewet staat een bestuurlijke boete (hierna: boete). Die verplichting houdt in dat de belanghebbende het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging mededeling doet van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. De inlichtingenplicht vormt de keerzijde van het recht op bijstand. Overtreding van die verplichting, waardoor ten onrechte (te hoge) bijstand is ontvangen, wordt ook wel uitkeringsfraude genoemd. In kader van een strenge aanpak van fraude stond aanvankelijk een fikse boete op overtreding van de inlichtingenplicht, namelijk een boete van in beginsel 100 procent van het bedrag dat ten onrechte aan bijstand is genoten (het benadelingsbedrag). De boete kan worden gematigd als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Echter, op basis van jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (hierna: Centrale Raad) is de boetehoogte ingrijpend afgezwakt. Voortaan dient de hoogte van de boete nadrukkelijk te worden afgestemd op de mate van verwijtbaarheid en de draagkracht van de overtreder. Dit in verband met het evenredigheidsbeginsel. De Centrale Raad heeft daartoe verschillende boetecategorieën geïntroduceerd met een bijbehorende boetehoogte. Door verschillende boetecategorieën te introduceren, heeft de Centrale Raad de hoogte van de boete bijgesteld en maatwerk willen afdwingen in de boetepraktijk. In hoeverre is dat gelukt? Hoe houdt de gemeentelijke boeteambtenaar rekening met de verwijtbaarheid en draagkracht van de overtreder? Tot welke boetes leidt dit? In dit artikel sta ik stil bij de voorziene en onvoorziene effecten van de jurisprudentie van de Centrale Raad. Daarvoor ga ik eerst in op het juridisch kader voor de boetepraktijk. Vervolgens ga ik nader in op de rechtspraktijk, om op basis daarvan een conclusie te trekken over maatwerk bij boetes voor uitkeringsfraude.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
LectoraatLectoraat Legal Management
Gepubliceerd inTijdschrift voor bijzonder strafrecht en handhaving Vol. 2019, Uitgave: 2, Pagina's: 93-96
Jaar2019
TypeArtikel
ISSN2295-6719
DOI10.5553/TBSenH/229567002019005002003
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk