Fragmenten uit de prehistorie van Colmschate
Uitwerking van werkput 17 van de ROB-opgraving op de Colmschater Enk in 1984Fragmenten uit de prehistorie van Colmschate
Uitwerking van werkput 17 van de ROB-opgraving op de Colmschater Enk in 1984Samenvatting
In 1982 vond lokale amateurarcheoloog J. H. Stanlein een inheems-Romeins crematiegraf in Colmschate. Twee jaar later ontdekte dezelfde amateurarcheoloog de eerste crematiegraven en vondsten van het inheems-Romeinse grafveld in een aantal uitgegraven bouwputten op ongeveer honderd meter ten zuidwesten van de eerste vondst. Deze vondsten waren het begin van meer dan vijf hectares aan opgravingen in Colmschate uitgevoerd door de ROB, tussen de jaren 1984 en 1986. Van deze onderzoeken zijn slechts een beperkt aantal publicaties uitgebracht.
Materiaalspecialist van prehistorisch aardewerk, drs. Ivo Hermsen, was op de hoogte van de enorme hoeveelheid vondstmateriaal van deze opgravingen, die in het provinciaal depot voor bodemvondsten van Overijssel lag, zonder dat deze was onderzocht. Het uitwerken van een van de werkputten voor een afstudeeronderzoek is een goede kans om een om een begin te maken aan het uitwerken van de opgravingen. Werkput 17 is uitgekozen voor dit afstudeeronderzoek om inzicht te krijgen in de bewoningsgeschiedenis in Oost-Nederland gedurende de late prehistorie.
Werkput 17 werd in 1984 als een van de eerste werkputten aangelegd, ongeveer 125 meter ten zuiden van het bovengenoemde inheems-Romeinse grafveld. Deze vindplaats staat in enkele artikelen vermeld als een vindplaats uit de IJzertijd met een boerderij van een zwerferf en een overdekte silokuil. Dat er in het complex ook aardewerk uit de Bronstijd aanwezig was, werd pas duidelijk tijdens het tellen van het vondstmateriaal in het depot. Dit wekte het vermoeden dat de vindplaats niet uitsluitend in de IJzertijd dateerde. Bij het analyseren van de sporen werd duidelijk dat er een huisplattegrond in de sporencluster aanwezig was, maar deze dateerde niet uit de IJzertijd. De huisplattegrond kwam overeen met een huistype dat lokaal in de Midden- en Late-Bronstijd voorkwam.
De overdekte silokuil uit deze vindplaats dateerde wel in de IJzertijd en is de meest opvallende structuur. Het vondstmateriaal uit de silokuil wekte vermoedens op dat hier sprake was van een rituele verlatingsdepositie. Dit vermoeden werd bevorderd door de combinatie van een kuil met een oorspronkelijke functie voor opslag, de grote hoeveelheid secundair verbrand aardewerk en één fragment van een verbrand weefgewicht.
De resultaten van dit afstudeeronderzoek laten zien hoe belangrijk het is om oude opgravingen uit te werken. Het brengt een heel ander beeld naar voren over de vindplaats dan oorspronkelijk in de beknopte omschrijvingen in verschillende publicaties werd geschetst. Het is sterk aan te raden om de overige werkputten van deze opgravingen ook uit te werken, voor de vele nieuwe inzichten die deze werkputten kunnen geven in de rijke lokale bewoningsgeschiedenis van Colmschate.

| Organisatie | |
| Afdeling | |
| Datum | 2026-06-30 |
| Type | |
| Taal | Nederlands |




























