Nederland krijgt de archeologie die zij verdient
Een onderzoek naar Artikel 9 van het Verdrag van Valletta naar aanleiding van het rapport van de Raad voor CultuurNederland krijgt de archeologie die zij verdient
Een onderzoek naar Artikel 9 van het Verdrag van Valletta naar aanleiding van het rapport van de Raad voor CultuurSamenvatting
Dit onderzoek richt zich op de vraag “Welke concrete middelen heeft de Nederlandse overheid nodig om artikel 9 van het Verdrag van Valletta duurzaam en toegankelijk uit te voeren?”.
Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden zijn zes deelvragen opgesteld, die samen de basis vormen voor de conclusie. Deze deelvragen zijn onderzocht met een combinatie van document- en beleidsanalyse, financiële analyse en interviews. Daarbij is gewerkt met een gerichte selectie van provincies en gemeenten (groot, middelgroot en klein), aangevuld met archeologische datasets en praktijkrapporten. Interviews met archeologen, beleidsmakers en erfgoedprofessionals zijn semigestructureerd uitgevoerd en thematisch geanalyseerd, met aandacht voor betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid.
De opzet van het onderzoek is gaandeweg aangepast: in plaats van afzonderlijke deelvragen zijn drie overkoepelende thema’s gevormd – beleid en wetgeving, lagere overheden en praktijk, en publieksbereik en maatschappelijke betrokkenheid – zodat een heldere rode draad ontstond. De scope is bewust beperkt tot Nederland, omdat een internationale vergelijking te breed bleek. Het onderzoek combineert zo beleidsmatige en juridische analyse met praktijkervaringen en maatschappelijke perspectieven, en vormt daarmee een stevig fundament voor de conclusie en aanbevelingen.
Artikel 9 verplicht lidstaten tot het bevorderen van publieksbereik en het zichtbaar maken van archeologisch erfgoed. In Nederland is dit artikel niet juridisch verankerd in de Erfgoedwet of de Omgevingswet.
Dit onderzoek laat zien dat de Nederlandse overheid vooral tekortschiet in structurele borging, proportionaliteit en maatschappelijke verankering. De middelen die nodig zijn, zijn niet abstract of vrijblijvend, maar concreet en uitvoerbaar. Het gaat om juridische verankering, structurele financiering, professionalisering en actieve betrokkenheid van de samenleving. Zonder deze pijlers blijft artikel 9 een papieren verplichting die in de praktijk afhankelijk is van toevallige initiatieven en vrijwillige inzet.
De kritische conclusie is dat Nederland verdragen ondertekent, maar hun kernwaarden niet structureel borgt. Zolang publieksbereik niet wettelijk en financieel verplicht wordt, blijft archeologie een fragmentarisch en elitair domein. De overheid moet kiezen: óf verdragen serieus nemen en publieksbereik structureel borgen, óf erkennen dat internationale erfgoedverplichtingen slechts retoriek zijn. Alleen door juridische verankering, structurele financiering en actieve maatschappelijke betrokkenheid kan archeologie werkelijk gedeeld erfgoed worden – toegankelijk, betekenisvol en toekomstbestendig.

| Organisatie | |
| Afdeling | |
| Datum | 2026-01-30 |
| Type | |
| Taal | Nederlands |




























