“Van gronden, via begeleiden, naar uitvliegen”: een inventarisatie van werkvormen en interventietechnieken binnen Affectregulerende Vaktherapie Muziek (ArVTm)
“Van gronden, via begeleiden, naar uitvliegen”: een inventarisatie van werkvormen en interventietechnieken binnen Affectregulerende Vaktherapie Muziek (ArVTm)
Samenvatting
Een aanzienlijk deel van de thuiswonende kinderen in Nederland vertoont onveilige hechtingspatronen. Vaak hangen deze samen met affectregulatieproblematiek. Affectregulerende Vaktherapie muziek (ArVTm) wordt in de praktijk toegepast bij deze doelgroep, maar ontbreekt nog in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut vanwege een tekort aan evidentie. Dit onderzoek beoogt inzicht te verkrijgen in de wijze waarop ArVT-geschoolde muziektherapeuten ArVTm inzetten bij kinderen van 4 tot 12 jaar met affectregulatieproblemen.
Hiervoor zijn semigestructureerde interviews (n=6) afgenomen bij muziektherapeuten die minimaal de basistraining ArVT hebben afgerond en werkzaam zijn met de doelgroep. De interviews zijn getranscribeerd en vervolgens deductief gecodeerd aan de hand van het theoretisch kader van ArVT en de basale therapeutische methoden van Wigram. Een kwantitatieve component is toegevoegd via co occurrence analysis.
De resultaten tonen aan dat de inzet van muziektherapeutische interventies per fase verschilt. In de spanningsregulatiefase domineren gronden, muzikale dialoog, matchen en begeleiden, met nadruk op ritme, tempo en percussieve instrumentatie ter bevordering van stabiliteit. In de aandachtsregulatiefase staan matchen, muzikale dialoog en spiegelen centraal, met meer variatie in muzikale parameters zoals dynamiek en toonhoogte ter ondersteuning van afstemming en bewustwording. In de affectregulatiefase verschuift de focus naar muzikale dialoog, begeleiden, matchen en empathisch improviseren. Hierbij is sprake van meer wederkerigheid in het muzikale contact. Parameters en instrumenten worden flexibel ingezet ter ondersteuning van emotionele expressie en betekenisverlening. De inzet van werkvormen is hierbij eveneens variabel. Niet de werkvorm zelf, maar de wijze van toepassing heeft effect. In de affectregulatiefase zijn werkvormen meer uniek ten opzichte van eerdere fasen. In deze fase worden eveneens meer verbale interventies ingezet.
De conclusie is dat ArVTm door muziektherapeuten wordt ingezet als een fasegericht en dynamisch interventiekader, waarin Wigram-methoden, muzikale parameters en instrumentkeuze in samenhang worden afgestemd op de regulatiebehoeften van het kind.
| Organisatie | |
| Opleiding | |
| Afdeling | |
| Partner | Kennisnetwerk ArVT |
| Datum | 2026-10-01 |
| Type | |
| Taal | Nederlands |






























