De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

‘Voelen vanuit mijn tenen’

Een beeldende interventie voor mensen met Multiple Sclerose

Rechten: Alle rechten voorbehouden

‘Voelen vanuit mijn tenen’

Een beeldende interventie voor mensen met Multiple Sclerose

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Waar moet een beeldende interventie aan voldoen om aan te sluiten op de behoefte van cliënten met Multiple Sclerose in de leeftijdscategorie van 20 t/m 60 jaar, die vanuit de extramurale zorg worden aangemeld bij Siza te Arnhem.
Om aan te sluiten op de behoeften van mensen met de ziekte Multiple Sclerose moet de interventie afgestemd zijn op de resultaten van het onderzoek. De resultaten laten zien dat de doelgroep behoefte heeft aan:
Het contact maken met eigen gevoelens en emoties, zoals frustratie, verdriet, onmacht etc. en het leren uiten en reguleren hiervan; eigen grenzen leren kennen en uiten naar omgeving
- Het leren omgaan met de fysieke beperkingen en leren luisteren naar lichaamssignalen
- Meer vertrouwen krijgen in eigen lichaam
- Plezier, rust en ontspanning ervaren
- Het leren omgaan met hoe de situatie nu is
- Meer zelfvertrouwen ontwikkelen
De beeldende interventie moet erop gericht zijn om de cliënt, door middel van professionele methoden en de eigen professionaliteit van de therapeut, te helpen inzichten en vaardigheden in zichzelf te ontwikkelen ten behoeve van voornoemde behoeften.
- Het leren omgaan met het verlies; erkennen en aanvaarden van de gevolgen van MS en deze een plek geven
- Het versterken van eigenwaarde, identiteit en autonomie
- Positieve copingsvaardigheden ontwikkelen
- Het luisteren naar eigen lichaamssignalen en hierin de grenzen ontdekken
Uit dit onderzoek blijkt dat de therapiestructuur gebaseerd moet zijn op de vier verschillende rouwtaken, te weten:
1. De realiteit van het verlies aanvaarden
2. De pijn en het verdriet doorleven
3. Aanpassen aan de nieuwe situatie
4. Het verlies emotioneel een plaats geven en de draad van het leven weer oppakken.
Deze rouwtaken staan in de resultaten uitgebreid beschreven. Door middel van deze rouwtaken kunnen cliënten een rouwverwerkingsproces doorlopen.
“Het komen tot verliesverwerking door middel van het doorwerken van een creatief therapeutisch proces kan een meerwaarde zijn voor deze specifieke doelgroep”, aldus een respondent
Het Expressive Therapies Continuum (ETC), beschreven door Hinz (2009) kan gebruikt worden voor de eerste en tweede ‘taak’ van het rouwproces. Het ETC is opgebouwd uit drie ontwikkelingsniveaus die betrokken zijn bij de informatieverwerkingsprocessen in de hersenen; lichamelijk, emotioneel en cognitief. Het ETC gaat uit van de 6 verschillende componenten met het creatieve niveau ertussenin. De kinesthetische, de sensorische, de perceptuele, de affectieve, de cognitieve en de symbolische component. Elk niveau heeft twee componenten die elkaar wederzijds beïnvloeden, corresponderend met de linker -en rechterhersenhelft. De aangeboden beeldende materialen, variërend van vloeibaar tot weerbarstig worden ingezet vanwege de ervaring die ze per ontwikkelingsniveau oproepen. Het werken met gestructureerde materialen zoals hout, metaal, enzovoorts, of het creëren van gestructureerde werkstukken, geeft de patiënt een intern gevoel van structuur wat overzichtelijk en kalmerend werkt.
Aan de hand van dit model kan er gebruik gemaakt worden van een ‘frame-work’ bij het omgaan met therapeutische besluiten. Het is een middel om door middel van interactie met kunst en andere activiteiten informatie te verwerken en daar vorm aan te geven. Via deze weg kunnen emoties en gevoelens op een veilige manier en stapsgewijs doorlopen worden (Lusebrink, 2010).
Ten behoeve van de laatste twee rouwtaken is het van belang dat de cliënt leert omgaan met de huidige situatie. Om het leven weer op te pakken en de kracht uit zichzelf te halen is het belangrijk om in de laatste twee rouwtaken de positieve en negatieve emoties in balans te brengen en succeservaringen op te doen. Het (her)ontdekken van eigen sterktes en kracht stelt mensen in staat om actief om te gaan met de problematiek. Het positief beïnvloeden van het zelfbeeld is van belang om er voor te zorgen dat de cliënt zich meer voelt dan de ziekte alleen. De rol van de therapeut is hierin erg belangrijk. Door het benoemen van positieve aspecten bij de cliënt en het aansluiten op de mogelijkheden en onmogelijkheden geef je sturing aan de autonomie van de cliënt. Sombere gevoelens kunnen in evenwicht gebracht worden door het vinden van afleiding, het vinden van ontspanning in het creatief bezig zijn en het ervaren van positiviteit. Dit kan aan de hand van Positieve Psychologie.
Seligman en Mihaly Csikszentmihalyi (2000) introduceerden deze stroming in het tijdschrift van de American Psychologist. In dit artikel definieerden zij de Positieve Psychologie als volgt: “A science of positive subjective experience, of positive individual traits, and of positive institutions promises to improve the quality of life and also to prevent the various pathologies that arise when life is barren and meaningless.” Veerkracht is de vaardigheid om ingrijpende gebeurtenissen te ondergaan, te verdragen en ervan te herstellen. Hierdoor leert de cliënt om een proactieve copingstrategie te ontwikkelen die hem in staat stelt om een volgende ingrijpende gebeurtenis iets makkelijker aan te kunnen. Ook blijken mensen hierdoor beter om te leren gaan met chronische en ernstige lichamelijke ziektes. Deze benadering richt zich niet op het voorkomen of oplossen van problemen of disfunctioneren, maar op het opbouwen van wat leidt tot gezondheid en welbevinden. Interessant is de “broaden and build- theory” van Barbara Fredrickson stelt dat bij negatieve emoties onze aandacht focus versmalt en ons repertoire aan gedachten en acties wordt ingeperkt tot bijvoorbeeld stereotype vecht- en vluchtgedrag. De wetenschap roept creatieve therapeuten op om zich niet alleen te richten op het verlichten van het lijden, maar ook op de bevordering van positieve emoties, inspelende op de helende effecten door te focussen op sterke punten (Bohart & Greening, 2001).
Psychomotorische technieken en methodes, zoals de Sensory Awareness en de Voelen-Stop-Denk-Doe Methode dienen ingezet te worden binnen het hele Creatieve Therapeutische proces, zodat het ontwikkelen van het lichaamsbewustzijn bevorderd wordt. Dit dient een doorlopend proces te zijn. Dit draagt bij aan het leren signaleren van lichaamssignalen en gevoelens en het leren herkennen en begrijpen van gedragspatronen (Tielbaard, 2012).
Voor de beroepspraktijk is het van belang dat de behoeften van volwassenen met MS vanuit de extramurale zorg, die sinds kort een nieuwe doelgroep vormen, in dit onderzoek zijn onderzocht en geduid. Dit vormt de basis waarop de beschreven interventie is ontwikkeld. Door literatuurstudie is onderzocht welk bestaand, relevant behandelaanbod al wordt ingezet, wat de effecten daarvan zijn en welke inzichten hieraan toegevoegd kunnen worden. Deze nieuw ontwikkelde interventie biedt de beroepspraktijk Beeldende Therapie binnen Siza, concrete handvatten, om aan te sluiten bij de behoeften van ambulante MS-cliënten en bij te dragen aan het gehele behandelaanbod. In bredere zin levert dit onderzoek meer inzicht en een ruimer aanbod op voor het gehele vakgebied. Gezien het feit dat er voor de betrokken cliënten op psych-sociaal- en emotioneel gebied weinig voor handen is, is deze interventie een toegevoegde waarde binnen het huidige aanbod.
Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en de conclusie zijn er een aantal aanbevelingen.
Uit de resultaten van het onderzoek en de daaruit volgende conclusie komt naar voren dat het voor de betrokken doelgroep van belang is dat de beschreven interventie wordt geïmplementeerd bij de opdrachtgever. Creatieve Therapie Beeldend kan volgens het onderzoek een productieve bijdrage leveren aan het verwerken van het verlies, het leren omgaan met de beperkingen en het krijgen van een toekomstperspectief. Het is aan te bevelen om de therapie in zijn geheel te richten op de aandachtsfocus, omdat dat leidt tot het verlichten van lijden en het bevorderen van positieve emoties. Dit is belangrijk omdat het versmallen van de aandachtsfocus, volgens onderzoek, een gevolg is van Multiple Sclerose.
Uit de reacties van de respondenten komt naar voren dat Creatieve Therapie Beeldend nog niet of nauwelijks bekend is. Daarbij heeft de doelgroep weinig tot geen kennis over de mogelijkheden van deze therapievorm en wat het kan bijdragen aan de kwaliteit van hun leven met de ziekte MS. Het zou mooi zijn, nu er een specifieke interventie is beschreven, als deze wordt verspreid onder hulpverleners die werken met deze doelgroep om voor de cliënten het behandelaanbod te verbreden. Door verspreiding van een uitgebreide, aantrekkelijke folder bij huisartsen, fysiotherapeuten, revalidatiecentra, poliklinieken, etc. kan de bekendheid worden vergroot.
Daarnaast is uit de resultaten van de respondenten naar voren gekomen dat zowel groepstherapie als individuele therapie passend kan zijn. Groepstherapie biedt de mogelijkheid tot lotgenotencontact, herkenning en biedt een veilige plek waar geoefend kan worden met het aangeven van grenzen en het uiten van gevoelens en emoties. Daarbij biedt een groep de mogelijkheid tot sociaal verkeer, het opdoen van nieuwe contacten. Het kan een plek zijn waar op een ontspannen en plezierige manier ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Soms is groepstherapie gecontra-indiceerd en zal individuele therapie beter aansluiten. De beschreven interventie is voor beide vormen van therapie te gebruiken.
Om te meten of de beschreven interventie effectief is bij de doelgroep is het aan te bevelen om, bijvoorbeeld over een jaar, opnieuw onderzoek te doen. Dit kan aan de hand van een effectonderzoek. Binnen het effectonderzoek kan de verandering onderzocht worden, door kenmerken van cliënten voor en na de interventie te meten. Het verschil tussen de voor- en nameting geeft dan een eerste indicatie van de effectiviteit van de interventie (de Beurs & Barendregt, 2008).
Tot slot adviseer ik om ook op langere termijn de effecten van de interventie te meten bij een ruime groep gebruikers, om vast te kunnen stellen of de interventie ook een gunstig effect heeft op de WMO gelden doordat er minder beroep gedaan wordt op de bestaande zorg.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingVaktherapie
AfdelingAcademie Gezondheid en Vitaliteit
PartnersSiza
Datum2016-05-30
TypeBachelor
TaalOnbekend

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk