De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het effect van een opgelegde aandrijftechniek in een conventionele sportrolstoel

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het effect van een opgelegde aandrijftechniek in een conventionele sportrolstoel

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Doel: Dit onderzoek richt zich binnen het rolstoelrijden op het effect van aandrijftechniek op de sprintsnelheid. Heeft het aanleren van een techniek met de handen meer naar voren bij het aangrijpen van de hoepel een positief effect op de 10 meter sprint tijd, versnellingen en snelheden? Is een dergelijke techniek goed aan te leren? Methode: Het effect van een opgelegde plaats van aangrijpen op de hoepel is onderzocht door 16 proefpersonen over twee groepen te verdelen: een testgroep en een controlegroep. Na twee weken meten en trainen met de eigen aangrijpplaats werd de testgroep een aangrijpplaats opgelegd. De controlegroep bleef met de eigen techniek aandrijven. De opgelegde aangrijpplaats lag verder naar voren dan wanneer de proefpersoon vrij is om een aangrijpplaats te kiezen. Door middel van een x-IMU (x-io Technologies Limited) (o.a. accelerometer) zijn de 10 meter sprint tijden, frameversnellingen en framesnelheden bepaald. Aan de hand van de beelden van twee camera’s (Casio Exilim HS ex-fh100) zijn de plaats van aangrijpen, de plaats van loslaten en de afstand hiertussen bepaald. De proefpersonen uit de testgroep kregen mondelinge en visuele feedback op de aangrijpplaats. Resultaten: Bij de eindmeting was de was de 10 meter sprint tijd korter voor de controlegroep. De versnellingen van de testgroep zijn hoger op snelheden van 0 m/s tot 0,9 m/s en van 1,4 m/s tot 1,8 m/s. De hoek waarop de proefpersonen uit de testgroep moesten aangrijpen is vastgesteld (47°). Tijdens de eindmeting bleek de gemiddelde plaats waar de proefpersonen uit de testgroep daadwerkelijk aangrepen gemiddeld verder naar achteren te liggen: 57,5°(±8,5°). De plaats waar losgelaten werd lag gemiddeld op -1,7°(±7,8°). De totale pushlengte was 59,2°. Discussie: De versnellingen bleken lager bij de testgroep tussen 0,9 m/s en 1,4 m/s. Dit komt naar verwachting omdat de pushfrequentie van de testgroep hoger ligt, daardoor wordt de fase tussen twee aandrijffases eerder bereikt. Mogelijk is dat de 10 meter sprint sneller afgelegd wordt wanneer de persoon tot een snelheid van 1,8 m/s een aangrijpplaats gebruikt die verder naar voren ligt (57°), dan dat de persoon uit zichzelf zou doen. Een andere plaats van aangrijpen, dan de eigen plaats van aangrijpen, is trainbaar. De personen neigen wel naar een hogere aangrijpplaats dan is opgelegd.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingTISH Bewegingstechnologie
Jaar2014
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk