De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het fysiologische effect van “MZI” mosselzaad onder een verhoogde slibconcentratie en met droogvalduur omstandigheden

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het fysiologische effect van “MZI” mosselzaad onder een verhoogde slibconcentratie en met droogvalduur omstandigheden

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

De intergetijdengebieden van de Oosterschelde worden bedreigd door zand honger problematiek. De aanleg van mosselbanken kunnen een zelf-onderhoudende, duurzame, geïntegreerde, en kosteneffectieve oplossing zijn voor dit probleem. Echter, de mosselbanken in de Oosterschelde nemen af. Voor het creëren van nieuwe mosselbanken is informatie nodig betreffende beoogde locaties gecombineerd met de karakteristieken van de mossel.
Het doel van dit onderzoek is inzicht krijgen in het fysiologische effect van mosselzaad wanneer ze onderhevig zijn aan een nieuwe situatie. Deze veranderende omstandigheden zijn een verhoogde slibconcentratie en met droogvalduur. Dit brengt stress met zich mee en vergt aanpassingen van het mosselzaad. De mosselen die onderzocht gaan worden is MZI mosselzaad. Dit is mosselzaad gewonnen uit hangculturen. Deze mosselen hangen in de waterkolom met een lage slibconcentratie. Dit zorgt voor meer opbrengst en brengt geen schade aan de natuur op de bodem zoals de traditionele mosselcultuurpercelen.

De hoofdvragen van dit onderzoek zijn: (1) Binnen welk tijdsbestek past de MZI mossel zich aan. (2) Welk effect hebben de veranderende omstandigheden op de scope for growth van een MZI mossel? (3) Welk effect hebben de veranderende omstandigheden op de conditie index van een MZI mossel? (4) Welk effect hebben de veranderende omstandigheden op de kieuw:palp ratio van een MZI mossel?

De MZI mosselen zijn blootgesteld aan verschillende omstandigheden door middel van een systeem gelegen bij het sea-lab te Vlissingen. Dit systeem bevatte 900 mosselen verdeeld over 18 bakken. De bakken hadden ieder een andere slibconcentratie (0mg/L, 100mg/L, 200mg/L) en droogvalduur (0uur, 4,5uur, 9uur). Na 18 dagen lopen is onderzocht in hoe verre en op welke manier de mosselen zich hebben aangepast. Dit is gedaan door te kijken naar de scope for growth, de conditie index en de kieuw:palp ratio. Deze fysiologische eindpunten geven een indicatie over het energiebudget en bij welke omstandigheden de mosselen het grootste vermogen tot aanpassing vertonen.

De Conditie Index is na afloop van het experiment in 66,7% van de behandelingen gedaald. De behandelingen hebben een negatief effect op het vleesgewicht van de mossel. De kieuw:palp ratio is extreem gedaald. De palpen zijn iets gegroeid maar vooral zijn de kieuwen zijn in oppervlakte gedaald na 18 dagen. Dit kost energie wat weer een slechte invloed heeft op de CI. De eerste 12 dagen is de respiratiesnelheid gedaald. Pas op dag 16 is er een positieve trend waarneembaar wat betreft de respiratiesnelheid. Tussen de behandelingen is het lastig om een verschil te vinden.



Toon meer
OrganisatieHZ University of Applied Sciences
OpleidingWatermanagement/ Aquatische Ecotechnologie
AfdelingDelta Academy
PartnersHZ University of Applied Science Onderzoeksgroep Aquacultuur, Vlissingen
Datum2017-03-07
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk