De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De Nederlandse dividendbelasting

in strijd met het Europees recht?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

De Nederlandse dividendbelasting

in strijd met het Europees recht?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In het arrest van 10 juli 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een buitenlandse beleggingsinstelling niet objectief vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling. Hierdoor heeft een buitenlandse beleggingsinstelling geen recht op verrekening van de ingehouden Nederlandse dividendbelasting, terwijl een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling hier wel recht op heeft. De Hoge Raad is – kort gezegd – tot dit oordeel gekomen doordat een buitenlandse beleggingsinstelling niet inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting. De verrekening is opgenomen in artikel 11a Wet DB 1965 en is van toepassing wanneer een vennootschap in aanmerking komt voor het fbi-regime en inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting. Een buitenlandse beleggingsinstelling komt in aanmerking voor het fbi-regime wanneer het belastingsysteem, waaraan het is onderworpen, met betrekking tot de relevante onderdelen vergelijkbaar is met het fbi-regime. Buitenlandse beleggingsinstellingen menen verglijkbaar te zijn en doen een beroep op de vrijheid van kapitaal en derhalve het EU-recht. Het EU-recht verplicht een gelijke behandeling tussen gelijke situaties. Het HvJ EU heeft een aantal relevante kaders geschetst om te bepalen wanneer sprake is van objectieve vergelijkbaarheid. Zo kan de vestigingsplaats geen reden zijn van niet objectief vergelijkbare situaties wanneer het voorkomen van economisch dubbele belastingheffing het doel van de litigieuze regeling is. Aangezien de inhoudingsplicht is gebaseerd op de vestigingsplaats en het doel van het fbi-regime belastingneutraliteit voor de belegger is, kan Nederland de verrekening van Nederlandse dividendbelasting niet weigeren ingevolge de inhoudingsplicht. Nederland moet dan de buitenlandse beleggingsinstelling, als het in aanmerking komt voor het fbi-regime, op hetzelfde niveau als bij de fbi (het niveau van de beleggingsinstelling) neutralisatie verschaffen.

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
OpleidingFiscaal Recht en Economie
PartnersGerechtshof ’s-Hertogenbosch
Datum2017-06-12
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk