De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

'Op eigen benen'

Een kwalitatief onderzoek naar de werkzame aspecten van de therapeutische houding in de affectregulatiefase van de Affectregulerende vaktherapie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

'Op eigen benen'

Een kwalitatief onderzoek naar de werkzame aspecten van de therapeutische houding in de affectregulatiefase van de Affectregulerende vaktherapie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit onderzoek bedraagt een kwalitatief, beschrijvend en definiërend onderzoek, waarin werkzame aspecten van de therapeutische houding binnen affectregulerende vaktherapie bij kinderen in de leeftijd van 7 t/m 12 jaar met emotionele of gedragsproblemen en hechtingsproblematiek is onderzocht. Het antwoord op de hoofdvraag is ontstaan door literatuuronderzoek en interviews, waarbij vier beeldend vaktherapeuten zijn geïnterviewd. Bij de therapeutische basishouding binnen affectregulerende vaktherapie, waar veiligheid en spanningsregulatie belangrijk is, stemt de therapeut af, heeft een transparante houding en geeft herhaaldelijke erkenning aan de cliënt. Deze basishouding wordt doorgezet, waarbij de therapeut probeert de cliënt in kleine stapjes op eigen benen te zetten. In de affectregulatiefase wordt de therapeutische houding gekenmerkt door de volgende aspecten; het differentiëren van affecten en ‘ik en de ander’, het aanbrengen van nuances in affecten en emoties, het aanduiden van verschillen en overeenkomsten tussen de cliënt en de ander, het aanbrengen van verschillende perspectieven/invalshoeken en de wederzijdsheid in de relatie wordt gestimuleerd. Verder neemt de therapeut meer afstand ten opzichte van de eerdere fasen, waarbij de therapeut nu een meer ondersteunende rol neemt en in afstemming de cliënt uitdaagt, confronteert, prikkelt en doorvraagt. De therapeut introduceert de ‘ik’ van de therapeut en leert de cliënt hierin ruimte te pakken voor ‘zichzelf’. Gemarkeerde spiegeling en de ‘niet weten’ houding worden ingezet, waarbij de therapeut de cliënt helpt bij het onderzoeken, verbreden, verdiepen en doorwerken van de affecten. De afstemming tussen de emoties, gedrag en affecten worden daardoor gestimuleerd. De therapeut stuurt in deze fase de transfer naar het dagelijks leven. Ook blijkt, uit dit onderzoek dat de therapeutische houding binnen ArVT opgevat kan worden als een afspiegeling van de ontwikkeling in de ouder-kindrelatie.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingCreatieve Therapie
AfdelingInstituut voor Vaktherapeutische en Psychologische Studies
PartnersKennisnetwerk Affectregulerende Vaktherapie
Datum2016-05-01
TypeBachelorscriptie
TaalOnbekend

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk