De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Asciteskwantificatie bij patiënten in het eindstadium van leverziekten met behulp van CT-scans

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Asciteskwantificatie bij patiënten in het eindstadium van leverziekten met behulp van CT-scans

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Inleiding: jaarlijks worden in het LUMC 25 tot 30 levertransplantaties verricht bij patiënten in het eindstadium van leverziekten. Vanuit de diëtetiek wordt veel aandacht besteed aan de voedingstoestand van deze patiënten gezien de prevalentie van ondervoeding bij hen varieert van 25% tot 80%. De verslechterde voedingstoestand wordt onder andere veroorzaakt door de aanwezigheid van ascites. Het is van belang dat de inschatting van ascites op nauwkeurige wijze verloopt. Als de hoeveelheid ascites bekend is, kan het werkelijke lichaamsgewicht berekend worden. Dit komt het vaststellen van de voedingstoestand en de dieetbehandeling ten goede. Computertomografie kan informatie verschaffen over de hoeveelheid ascites in het lichaam. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: In hoeverre is de hoeveelheid ascites bij patiënten in het eindstadium van leverziekten automatisch danwel handmatig te bepalen aan de hand van CT-scans en in welke mate hangt deze hoeveelheid samen met de huidige (in)schatting van de hoeveelheid ascites en met de voedingstoestand?
Methode: in de literatuur is gezocht naar bruikbare methoden om de hoeveelheid ascites te kunnen bepalen met computertomografie. In het praktijkonderzoek is met de vijfpuntsmethode en de volumeberekening bij 49 patiënten de hoeveelheid ascites berekend. De mate van overeenstemming tussen de classificering in graad van ascites door de schatting van de maag-darm-leverarts en die van de vijfpuntsmethode en volumebeperking is berekend met Cohen’s kappa. Van de patiënten die wel en niet ondervoed zijn, is de gemiddelde hoeveelheid ascites berekend en bekeken of deze significant van elkaar verschilden. Tot slot is gekeken naar het verschil tussen het gewicht gecorrigeerd naar schatting ascites en het berekende gewicht met de volumeberekening.
Resultaten: de mate van overeenstemming tussen de volumeberekening en de inschatting door de maag-darm-leverarts was matig (0,230). De mate van overeenstemming tussen de vijfpuntsmethode en de inschatting door de maag-darm-leverarts was redelijk (0,361). De hoeveelheid ascites gemeten met de vijfpuntsmethode was significant verschillend van de hoeveelheid ascites gemeten met de volumeberekening (939 versus 2152 ml; p<0,001). Gemiddeld detecteerde de volumeberekening een grotere hoeveelheid ascites dan de vijfpuntsmethode. Er was sprake van een positief verband tussen de twee methoden (R=0,934). Er was geen significant verschil tussen de gemiddelde hoeveelheid ascites bij ondervoede en niet ondervoede patiënten volgens de handknijpkracht, de MUAC en Campillo (resp. P=0,101, P=0,452, P=0,166) . Er was een significant verschil tussen de gemiddelde hoeveelheid ascites bij ondervoede en niet ondervoede patiënten volgens computertomografie (P=0,003). Het verschil in de indeling van patiënten in de klasse wel of niet ondervoed aan de hand van het gecorrigeerd geschat gewicht en het berekend gewicht met de volumeberekening was niet significant (P=0,453). Het gecorrigeerde geschatte gewicht verschilde niet significant van het berekende gewicht (82 versus 83; P=0,120).
Conclusie: de mate van overeenstemming tussen de asciteskwantificatie met de volumeberekening en de inschatting door de arts was matig. De mate van overeenstemming tussen de asciteskwantificatie met de vijfpuntsmethode en de inschatting door de arts was redelijk. De volumeberekening gaf gemiddeld een grotere hoeveelheid ascites dan de vijfpuntsmethode. De gemiddelde asciteskwantificatie volgens de volumeberekening bleek hoger bij ondervoede patiënten dan bij niet ondervoede patiënten, maar dit verschil was niet significant. Een klein deel van de patiënten bleek met het berekende gewicht anders geclassificeerd te worden dan met het gecorrigeerd geschatte gewicht. Het verschil tussen het gecorrigeerde geschatte gewicht en het berekende gewicht was niet significant. Het wordt aanbevolen de hoeveelheid ascites aan de hand van computertomografie te berekenen met de volumeberekening. Ook moet meer onderzoek gedaan worden naar de bruikbaarheid van de volumeberekening bij andere patiëntgroepen die te maken hebben met ascites.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGVS Voeding en Diëtetiek
PartnersLeids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Leiden
Jaar2016
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk