De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De onbillijke vergoeding?

Rechten:

De onbillijke vergoeding?

Rechten:

Samenvatting

De inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (hierna: WWZ) op 1 juli 2015 heeft voor ingrijpende veranderingen in het Nederlandse arbeidsrecht gezorgd, met name het stelsel van ontslagvergoedingen. Het stelsel van ontslagvergoedingen bestaat tegenwoordig uit een tweetal vergoedingen, namelijk de transitievergoeding en de additionele billijke vergoeding. De additionele billijke vergoeding kan aan de werknemer worden toegekend, indien er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De WWZ is relatief eenduidig over de aan de werknemer uit te keren transitievergoeding. Wat de additionele billijke vergoeding betreft, biedt de WWZ minder houvast en duidelijkheid. Met de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel van ontslagvergoedingen zijn er ook bij TAF verschillende discussies en onduidelijkheden ontstaan. De onduidelijkheid die bestaat omtrent de additionele billijke vergoeding heeft ertoe geleid dat TAF geconfronteerd wordt met rechtsonzekerheid. Om deze reden is TAF op zoek naar meer duidelijkheid over wanneer zij gehouden is om een additionele billijke vergoeding toe te kennen aan een werknemer en hoe de hoogte van deze vergoeding wordt bepaald.

De vraag die centraal staat in dit onderzoeksrapport luidt als volgt: welk advies kan gegeven worden aan TAF op basis van wet- en regelgeving, literatuuronderzoek en jurisprudentieonderzoek ten aanzien van de toekenning en de hoogte van de billijkheidsvergoeding bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst?

De doelstelling van dit onderzoeksrapport is TAF adviseren of en zo ja in welke gevallen zij op basis van wet- en regelgeving, literatuuronderzoek en jurisprudentieonderzoek een billijke vergoeding aan de werknemer moet toekennen bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Daarbij zal een indicatie worden gegeven over hoe de hoogte van de billijkheidsvergoeding moet worden bepaald. Wetsanalyse gecombineerd met literatuuronderzoek en jurisprudentieonderzoek zal ertoe leiden dat er een juridisch overzicht kan worden geschetst ten aanzien van het praktijkprobleem dat zich voordoet bij TAF. Hiertoe is op basis van dertig uitspraken, afkomstig van de Rechtbank, onderzocht welke feiten, omstandigheden en overwegingen kunnen leiden tot toekenning van een additionele billijke vergoeding bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Daarbij is voor dit onderzoeksrapport onderzocht welke feiten en omstandigheden invloed hebben bij het bepalen van de hoogte van de billijkheidsvergoeding.

Uit dit onderzoek is gebleken dat de kantonrechter het verzoek tot toekenning van een additionele billijke vergoeding aan de werknemer kan weigeren, indien de werknemer niet of onvoldoende heeft gesteld dat er sprake is van het criterium ernstige verwijtbaarheid van de werkgever. De kantonrechter kan wel een additionele billijke vergoeding aan de werknemer toekennen in het geval de verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst door de werkgever in ernstige mate zijn geschonden, waardoor een verstoorde arbeidsrelatie tussen de contractspartijen is ontstaan. Daarnaast kan de kantonrechter een additionele billijke vergoeding toekennen in het geval de werkgever, zonder toestemming van de werknemer, maatregelen heeft getroffen. Hierbij kan gedacht worden aan het non-actief stellen van de werknemer. Verder is uit dit onderzoek gebleken dat voor de bepaling van de hoogte van de additionele billijke vergoeding er verschillende aanknopingspunten zijn, te weten: het punitieve karakter van de additionele billijke vergoeding, het dienstverband, maandloon en de transitievergoeding. De hierboven benoemde aanknopingspunten vormen, zoals uit de rechtspraktijk is gebleken, geen duidelijke richtlijnen. Hierdoor is het niet mogelijk om de hoogte van de additionele billijke vergoeding te bepalen.

Aan TAF kan worden geadviseerd om de stelling van de werknemer te ontkrachten, indien de werknemer de kantonrechter om een additionele billijke vergoeding verzoekt op grond van het criterium ernstig verwijtbaarheid van de werkgever. In dit geval heeft de werknemer de stelplicht en bewijslast voor zijn verzoek tot toekenning van een additionele billijke vergoeding. Indien de kantonrechter van mening is dat het verzoek van de werknemer moet worden toegekend, kan aan TAF worden geadviseerd om de kantonrechter te verzoeken om de hoogte van de additionele billijke vergoeding te matigen. Dit kan TAF de kantonrechter verzoeken, aangezien zij een kleine onderneming is.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Leiden
OpleidingHBO-Rechten
PartnersTAF
Gepubliceerd in
Datum2017-08-01
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk