De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

ADHD, wat doe je ermee

Rechten: Alle rechten voorbehouden

ADHD, wat doe je ermee

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Omdat er tussen de literatuur en de onderwijs praktijk een hiaat zit in de manier waarop docenten omgaan met leerlingen met ADHD tijdens de les lichamelijke opvoeding (L.O.), is er geprobeerd om via dit onderzoek dit gat te dichten. De plaats waar het onderzoek heeft plaatsgevonden is op het Udens College, locatie Kleinveld sector VMBO te Uden. Op het Udens College sector VMBO wordt de verdeling gemaakt tussen onderbouw- en bovenbouw leerlingen. Onderbouw leerlingen zitten in het eerste en tweede studiejaar en de bovenbouw leerlingen zitten in het derde en vierde studiejaar (A.o., 2008). Tussen de leerlingen in de onderbouw en bovenbouw zitten verschillen in de ontwikkeling. Volgens Van Beemen (2006), Brakenhoff (1995), Delfos (2003), Verhulst (2005) en Rögels (2004) en de gehanteerde indeling binnen het onderwijs van Fontys Sporthogeschool te Tilburg is de ontwikkeling van kinderen/leerlingen onder te verdelen in biologische ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling, sociaal/emotionele ontwikkeling en morele ontwikkeling. Naast de leerlingen die de "normale" ontwikkeling volgen, zijn er ook leerlingen die achter blijven in de ontwikkeling. Er zijn op een school diverse redenen waarom een leerlingen extra zorg nodig heeft. Eén van de redenen kan zijn dat een leerling ADHD heeft. Een leerling met ADHD valt dan ook onder de term zorgleerlingen. ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands is dit een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Volgens literatuur (Baard & Van der Elst, 2006; Ghesquière & Grietens, 2006; Paternotte & Buitelaar 2005; Vaessen, 2003) is ADHD een neurobiologische stoornis in het remsysteem in de hersenen. Overigens is nog niet duidelijk wat nu precies de oorzaak is van ADHD. Wat wel duidelijk is, is dat ADHD te maken heeft met anders functionerende hersenen, dat erfelijkheid een grote rol speelt en dat ook de omgeving een rol speelt in de hevigheid van ADHD. De kenmerken van ADHD zijn aandachts- en concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Mede door deze kenmerken en of deze kenmerken in meer of mindere maat aanwezig zijn, is ADHD onder te verdelen in drie typen: het type met hoofdzakelijk het probleem van aandachtstekort, zonder hyperactiviteit; het type met vooral hyperactiviteit en impulsiviteit; en het type met een combinatie van aandachtstekort, hyperactiviteit en impulsiviteit. Wereldwijd gezien, worden per land gemiddeld percentages genoemd van 3% tot 10% van het voorkomen van kinderen met ADHD. In Nederland heeft de Gezondheidsraad zich uitgesproken over een percentage van 2% tot 8% van de schoolgaande kinderen tot 14 jaar, dat ADHD heeft (Paternotte & Buitelaar, 2005). Door medicatie wordt bij ongeveer 80% tot 90% van de kinderen met ADHD een sterke verbetering van het gedrag waargenomen (Paternotte & Buitelaar, 2005). De invloed van bewegen op het gedrag is dat bewegen voor een leerling met ADHD het concentratievermogen, de alertheid en de taakgerichtheid kan verbeteren en daarnaast kan het ook een ontspannende bezigheid zijn (Baard & Van der Elst, 2006). Daarbij wordt vaak de vergissing gemaakt, dat door deze lichamelijke activiteit de overbeweeglijkheid van een kind met ADHD verdwijnt of dat het ADHD geneest, maar dit is niet het geval.
5
Het literatuuronderzoek is gevolgd door een praktijk onderzoek. In het praktijk onderzoek zijn door middel van experimenten, aanbevelingen vanuit de literatuur in de praktijk getoetst. Aan deze experimenten hebben acht docenten L.O. van het Udens College sector VMBO meegewerkt. Ieder experiment werd door de docent een week lang uitgevoerd in een klas met een leerling met ADHD. Aan het einde van de week werd er door de docent een vragenlijst ingevuld. In totaal zijn er vier experimenten ten uitvoer gebracht. Experiment 1 is "De leerling met ADHD wordt, tijdens de uitleg aan de klas, structureel tussen dezelfde twee rustige leerlingen geplaatst, vlakbij de docent". Naar aanleiding van de resultaten van dit experiment kan geconcludeerd worden dat dit experiment als aanbeveling kan worden beschreven, maar dat het wel docent afhankelijk is. Experiment 2 is dat "Een leerling na een ondoordachte impulsieve (re)actie een Time-out ontvangt van de docent. Deze leerling vult dan in het kleedlokaal de bijgevoegde vragenlijst in en geeft die af bij de docent". Naar aanleiding van dit experiment kan geconcludeerd worden dat dit experiment voor de docent werkbaar is, maar dat het docent afhankelijk is. Door de afnamen en de resultaten van de time-out vragenlijsten aan leerlingen kan geconcludeerd worden, dat een time-out voor een leerling goed werkt. De conclusie van experiment 3, waarbij de docent zoveel als mogelijk het negatieve / ongewenste ADHD gedrag van de leerling met ADHD negeert, is dat alleen het negeren van negatief gedrag leidt tot meer gedragsproblemen van de leerling en het voor de docent niet werkbaar is. Conclusie daarbij is dat het zeer waarschijnlijk in combinatie met andere zaken werkbaar zou kunnen zijn. De conclusie van experiment 4, waarbij de leerling voor al het goede vertoonde gedrag (dus niet alleen voor de opdracht die hij uit moet voeren) een compliment ontvangt van de docent waarbij mogelijk gebruik gemaakt kan worden van fysiek contact door bijvoorbeeld een schouderklop, is dat het complimenteren voor de docent goed uitvoerbaar is. Daarbij is de reactie van de leerling positief. De conclusie over het fysiek contact is dat het in de praktijk werkt, maar dat het leerling- en docentafhankelijk is. Naar aanleiding van de resultaten van de experimenten zijn de volgende aanbevelingen aan docenten L.O. in de conclusie naar voren gekomen.
 Plaats tijdens de uitleg aan de klas de leerling met ADHD, structureel tussen dezelfde twee rustige leerlingen, vlakbij de docent.
 Geef een leerling na een ondoordachte impulsieve (re)actie een time-out, zodat deze leerling kan nadenken over zijn gedrag / actie.
 Geef de leerling met ADHD voor al het goede vertoonde gedrag (dus niet alleen voor de opdracht die hij uit moet voeren) een compliment. Maak daarbij mogelijk gebruik van fysiek contact (schouderklop).

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
AfdelingFontys Sporthogeschool
PartnersUdens College sector VMBO
Jaar2009
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk