De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Inspelen op leerling-fluctuatie met flexibel vastgoed in het primair onderwijs

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Inspelen op leerling-fluctuatie met flexibel vastgoed in het primair onderwijs

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In het primair onderwijs heerst een fluctuatie in leerlingenaantallen. Afhankelijk van de regio, groeit of krimpt het aantal leerlingen. Hierdoor hebben basisscholen leegstaande lokalen of overvolle klassen. Bestaande onderwijshuisvesting kan hier slecht op inspelen. Ook is bij veel basisscholen sprake van een slecht binnenmilieu met onprettige binnentemperaturen of te hoge CO2-concentraties. Het huidige financiële systeem van het primair onderwijs houdt het probleem staande. De gemeente en het schoolbestuur hebben een gecompliceerde relatie. De verschillende verantwoordelijkheden van de twee partijen zorgen voor een belangenconflict. Hierdoor worden onnodige kosten en uren gemaakt. Dit alles gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs.
Er is een maatschappelijke behoefte voor een integrale oplossing. Tijd en geld kunnen efficiënter worden besteed voor een beter eindresultaat. Hiervoor is breed georiënteerd op de oplossingsmogelijkheden. Het overkoepelende doel is het verbeteren de kwaliteit van het onderwijs. Dit wordt gedaan door in te spelen op de behoeftes van de gebruiker en de beheerder. Ten eerste moet het gebouw kunnen inspelen op de leerlingfluctuatie. Daarnaast moet het gebouw zich mee kunnen ontwikkelen met de onderwijsvorm en de toekomstige behoeftes. De oplossing is om te ontwerpen met behulp van IFD-principes. Ten tweede moet het gebouw een gezond binnenmilieu met lage exploitatiekosten hebben. Dit kan worden behaald met behulp van diffuse ventilatie en het integreren van een gebouwbeheersysteem. De kwaliteitseisen van het gebouw worden gedefinieerd met behulp van het programma van eisen Frisse Scholen.
IFD staat voor Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen. Het belangrijkste onderdeel voor de gebruiker en het schoolbestuur is de flexibiliteit. Dit wordt behaald door industrieel en demontabel te bouwen. Flexibiliteit wordt onderverdeeld in ruimtelijke en technische flexibiliteit. Ruimtelijke flexibiliteit biedt de mogelijkheid om op korte termijn ruimtes aan te passen naar de behoeftes van de gebruiker en de beheerder. Hierdoor kunnen compartimenten worden geclusterd en kunnen lokalen verschillende klasgroottes opvangen. Technische flexibiliteit zorgt voor aanpasbaarheid van volume en beeld, met minimale inspanning en kosten. Hierdoor kan het gebouw uitbreiden of inkrimpen zonder structurele veranderingen. Zo sluit de grootte van het gebouw aan op het aantal leerlingen. Voorheen paste het schoolbestuur zich aan op het gebouw, nu past het gebouw zich aan op het schoolbestuur.
Om de kwaliteit van het binnenmilieu te verbeteren is onderzocht welke installaties het beste presteren binnen het programma van eisen Frisse Scholen. De prestatie wordt beoordeeld aan de hand van de kwaliteitsklassen: A, B of C. Hiervoor is gekeken naar referentieprojecten met soortgelijke ambities. Het grootste gebrek bij nieuwbouw ligt bij ventilatie, met te hoge CO2-concentraties. Dit komt mede door de toenemende luchtdichtheid van nieuwbouw. Slechts vijfentwintig procent van de onderzochte scholen heeft de gestelde kwaliteitsambitie klasse A in praktijk behaald. Het gekozen innovatieve ventilatieconcept speelt in op deze luchtdichtheid en creëert een luchtdrukverschil tussen de luchtdruk in een ruimte en de buitenluchtdruk. Hierdoor bewegen luchtdeeltjes zich chaotisch in een ruimte en ontstaat diffuse ventilatie. Dit bevordert de luchtkwaliteit, het thermisch binnenklimaat en verlaagt de exploitatiekosten. Daarnaast werken goed presterende installaties niet altijd goed samen. Het gebouwbeheersysteem dient als communicatieplatform tussen installaties om een optimaal resultaat te behalen. Hiervoor is een programma van eisen opgesteld waaraan ons gebouwbeheersysteem moet voldoen. Om dit te implementeren ligt een opgave voor samenwerking tussen de bouwkundige en ICT’ers. Het gebouwbeheersysteem dient de kwaliteit van het binnenmilieu en de exploitatiekosten te bevorderen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingBouwkunde
AfdelingAcademie Built Environment
PartnersPeter van Aarsen Architect
Datum2018-06-11
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk