De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De ranjatest als aanvulling op de pH-test

Rechten: Alle rechten voorbehouden

De ranjatest als aanvulling op de pH-test

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Bij het inbrengen van een sonde wordt de in te brengen lengte bepaald door de zogenaamde NEX-methode (Nose-Ear-Xiphoïd). De in te brengen afstand wordt vervolgens bepaald met bijbehorende tabel. Echter blijkt na het inbrengen van deze afstand vaak geen aspiraat1 opgetrokken te kunnen worden. Dit aspiraat is van belang omdat de pH-waarde hiervan bepaald of de sonde goed ligt. Misplaatsing van een sonde kan grote gevolgen hebben, van longontsteking tot zelfs overlijden.
In dit onderzoek is gekeken naar een eenvoudige en goedkope aanvulling op de huidige pH-meting, namelijk de ranjatest. Er werd gekeken hoe vaak het drinken van een beetje verdunde ranja uitsluitsel kan geven over de ligging van de sonde, waar de positiebepaling met de huidige methode niet lukte. Hiermee zou het maken van een röntgenfoto mogelijk kunnen worden voorkomen. Doel van dit onderzoek was dan ook om uitspraken te kunnen doen over in hoeverre de ranjatest als aanvulling op de pH-test het aantal röntgenfoto’s kan laten afnemen op de afdeling Heelkunde van het Radboudumc.
In dit kwantitatieve onderzoek werden door middel van observaties cijfers verkregen die een aantal deelvragen konden beantwoorden. Een gemakssteekproef maakte dat bij elke patiënt op de afdeling Heelkunde van het Radboudumc waarbij een neusmaagsonde werd ingebracht werd geobserveerd. In totaal zijn twintig observaties gedaan waarbij driemaal de ranjatest is uitgevoerd. Voor aanwezigheid van de onderzoekers werd mondelinge toestemming gevraagd, toestemming voor deelname aan de ranjatest werd schriftelijk vastgelegd. Patiënten met een slikstoornis of die niets mogen drinken werden geëxcludeerd, evenals patiënten bij wie de sonde niet door een verpleegkundige van de afdeling Heelkunde werd ingebracht. Tot slot werden de patiënten van één chirurg geëxcludeerd voor deelname aan de ranjatest omdat hij niet instemde met het onderzoek. Daarnaast kon middels deskresearch een beeld worden gegeven van de kosten van de ranjatest en van de röntgenfoto.
In 43% van de sondeplaatsingen was de positie van de sonde niet direct na plaatsing duidelijk, na ondernomen acties daalde dit naar 11%. Dit betekent dat volgens protocol in 11% van de sondeplaatsingen een röntgenfoto gemaakt moest worden. De onderzoekers vermoeden dat, bij goede uitvoering, de ranjatest in deze 11% de ligging had kunnen bevestigen.
Geconcludeerd kan worden dat een aanvulling als de ranjatest op de huidige pH-test, het aantal röntgenfoto’s kan laten verminderen. Door zowel patiënten als verpleegkundigen wordt deze als positief wordt ervaren. Tevens is dit naast patiëntvriendelijker ook 382 keer goedkoper dan het maken van een röntgenfoto. Echter heeft het door dit onderzoek geleverd bewijs, het kostenaspect hiervan uitgezonderd, geen hoge bewijslast in verband met de vele beperkingen. Het niet protocollair werken is de belangrijkste te noemen beperking.
Groter opgezet vervolgonderzoek zou meer kennis kunnen geven over de betrouwbaarheid, sensitiviteit en specificiteit van de ranjatest. Aan de afdeling wordt aanbevolen om op verschillende manieren meer aandacht te besteden aan het protocollair werken.
Trefwoorden: Neusmaagsonde, Ranjatest, pH-test, NEX-methode

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingVerpleegkunde
InstituutInstituut Verpleegkundige Studies
Lectoraat
PartnersAfdeling Heelkunde Radboudumc
Gepubliceerd in
Datum2017-01-16
TypeBachelorscriptie
TaalOnbekend

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk