De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Spreken wij dezelfde taal?

Een afstudeeronderzoek naar de eigen inbreng van vluchtelingkinderen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Spreken wij dezelfde taal?

Een afstudeeronderzoek naar de eigen inbreng van vluchtelingkinderen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit onderzoek is uitgevoerd bij de organisatie ‘Stichting Nidos’, een landelijk werkende en onafhankelijk gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming van alleenstaande minderjarige
vreemdelingen (amv), met of zonder status, die door de kinderrechter onder voogdij zijn gesteld. Onder de vluchtelingen en vreemdelingen bevindt zich een kwetsbare groep: de alleenstaande kinderen, welke zonder ouders en/of begeleiders zijn gevlucht uit het land van herkomst.
De onderzoekers zijn door de opdrachtgever gevraagd om onderzoek te doen naar mate van
eigen inbreng van het kind bij het gebruik van de VVV-methodiek. Het begrip ‘’eigen inbreng’’
is een term welke specifiek binnen Nidos wordt gebruikt, maar overeenkomt met de begrippen
zelfregie, zelfbeschikking en/of autonomie binnen de reguliere jeugdzorg. Nidos gebruikt voor
deze begrippen de overkoepelende term ‘’agency’’. De praktijk- en literatuuranalyse in het
vooronderzoek maakt duidelijk dat de eigen inbreng niet alleen voor amv’s, maar voor Nederlandse jeugdigen in het algemeen van belang is. Specifiek voor amv’s geldt echter dat de mate
van eigen inbreng tijdens het begeleidingsproces sterk afhankelijk is van diverse factoren, zoals veiligheid en het contact met diens jeugdbeschermer. Voor amv’s is het hebben van agency
erg belangrijk, omdat dit de veerkracht vergroot. Hierbij is het herkennen van eigen inbreng
een belangrijk element. Om de amv’s zo goed mogelijk te beschermen en te begeleiden is het
belangrijk dat jeugdbeschermers cultuursensitief werken.
Deze uitkomsten hebben geleid tot een kwalitatief onderzoek naar het stimuleren van de eigen
inbreng van het kind en manieren om dit zo herkenbaar mogelijk voor het kind zelf in beeld te
brengen. Met het oog op diverse belemmerende factoren die van invloed kunnen zijn op de
eigen inbreng van het kind, geven de onderzoekers in dit rapport antwoord op de hoofdvraag:
‘Hoe kan de eigen inbreng van het kind een centralere rol krijgen in het begeleidingsproces?’
Aan de hand van een literatuurstudie, interviews en vragenlijsten komen de onderzoekers tot
de conclusie dat jeugdbeschermers zélf een belangrijke schakel zijn om de eigen inbreng van
het kind een centralere rol te geven. Diverse belemmerende factoren en de noodzaak om
cultuursensitief te werken maakt echter dat zij zwaarder belast worden in hun functie. Het
faciliteren van extra ondersteuning komt de eigen inbreng van het kind volgens de onderzoekers dan ook ten goede. Wat hiertoe het meest werkzaam is, is vanwege de heersende diversiteit onder zowel jeugdbeschermers als amv’s en diens situaties echter niet concreet vast te
stellen. Visies, meningen en behoeften van jeugdbeschermers zelf lopen uiteen en die van het kind zelf zijn helaas niet meegenomen in het onderzoek. Desondanks hebben de onderzoekers getracht om de manieren te vinden welke de jeugdbeschermers zo goed mogelijk kunnen
ondersteunen en daarmee bijdrage te leveren aan organisatieontwikkeling.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingPedagogiek
AfdelingAcademie Mens en Maatschappij
PartnersStichting Nidos
Datum2021-01-04
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk