De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Samenwerking in uitvoering

Een onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de bruikbaarheid van de JAS ten aanzien van de alliantie tussen hulpverlener en jongere

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenwerking in uitvoering

Een onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de bruikbaarheid van de JAS ten aanzien van de alliantie tussen hulpverlener en jongere

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit onderzoeksrapport is gericht op de bruikbaarheid van de JAS binnen het leerhuis in Deventer, zodat de alliantie tussen hulpverlener en jongere wordt bevorderd en de effectiviteit van de hulpverlening binnen Pactum geoptimaliseerd kan worden. Het begrip jongere refereert in dit onderzoek naar individuen in de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar die op het leerhuis van Pactum in Deventer verblijven. Het onderzoek is in opdracht van het lectoraat 'Werkzame factoren in de zorg voor jeugd' en Pactum jeugd- en opvoedhulp uitgevoerd. Alliantie is één van de speerpunten van het lectoraat voor belangrijke werkzame factoren in de jeugdzorg (Pijnenburg, Rothman, Rijsingen, z.d.). Het begrip alliantie staat volgens Pijnenburg (2010a) voor de professionele werkrelatie tussen de cliënt en de hulpverlener. De werkrelatie tussen de hulpverlener en de cliënt is een belangrijk en werkzaam onderdeel voor succesvolle hulpverlening. Het is van belang dat de kwaliteit van de samenwerkingsrelatie duidelijk wordt en om deze zo nodig bij te sturen en te verbeteren door de hulpverlener in samenwerking met de jongere (Yperen, Steege & Boendermaker, 2010).
Om een alliantie te bevorderen zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld die de alliantie in kaart brengen. De vraag vanuit Pactum was welk instrument zou kunnen worden ingezet om de alliantie in kaart te brengen. Met name de Jeugdhulp Alliantie Schaal (JAS)-vragenlijst komt naar voren als een geschikte lijst om de alliantie tussen een hulpverlener en een jongere te meten en bespreekbaar te maken. Ook het lectoraat 'Werkzame factoren in de zorg voor jeugd' bevestigt dit. Met dit instrument wordt aan de hand van een aantal stellingen de samenwerkingsrelatie tussen hulpverlener en cliënt beoordeeld.
De onderzoekers hebben zich de vraag gesteld of de JAS daadwerkelijk past bij het team leerhuis en de jongeren. Daarnaast worden ook ouders betrokken bij het onderzoek, omdat het ook belang-rijk is dat er een alliantie wordt gesmeed met de ouders (Pijnenburg, 2010b). Om de onderzoeks-vraag en de vier deelvragen te kunnen beantwoorden is er gebruik gemaakt van verschillende on-derzoeksmethoden. Door middel van literatuuronderzoek, semigestructureerde interviews en enquêtes is ontdekt welke factoren van invloed zijn op de bruikbaarheid van de JAS op het leer-huis in Deventer. Er is naar voren gekomen hoe verschillende respondenten over dit thema den-ken. Er zijn twee jongeren, vijf pedagogisch medewerkers, één teamleider en één gedragsweten-schapper geïnterviewd. Daarnaast hebben acht jongeren de enquête ingevuld. De antwoorden van de interviews en de enquêtes zijn geanalyseerd en verwerkt tot onderzoeksresultaten. De onder-zoekers hebben geconcludeerd dat zowel het team leerhuis als de jongeren waarde hechten aan het opbouwen van een samenwerkingsrelatie en dat zij hier ook mee bezig zijn. Het verschilt per medewerker en per jongere hoe dit eruit ziet, wat zij belangrijk vinden aan een samenwerkingsrela-tie en hoe zij hier aan werken. Een hulpmiddel als de JAS kan ervoor zorgen dat de werkrelatie ex-plicieter wordt gemeten en besproken. Uit het onderzoek is gebleken dat de JAS een aantal aan-passingen nodig heeft om aan te sluiten bij het leerhuis. Er zijn aanpassingen nodig op het gebied van vorm, moment en begeleiding van het hulpmiddel om aan te sluiten bij de hulpverleners- en cliëntkenmerken.

Vanuit de discussieparagraaf komt naar voren dat er in het onderzoek slechts twee jongeren zijn geïnterviewd, ouders niet voldoende betrokken konden worden, de JAS door medewerkers op verschillende manieren geïnterpreteerd kan zijn, er enkel onderzoek is gedaan naar de JAS en deze vorm, de bruikbaarheid van de JAS nog niet in praktijk is getest en over de betrouwbaarheid van de aangepaste JAS. Bij de aanbevelingen wordt op een aantal discussiepunten teruggeko-men. Onderzoekers geven hier aanbevelingen op het gebied van het evalueren van de JAS, an-dere hulpmiddelen, andere vormen voor de JAS en betrokkenheid van ouders.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingPedagogiek
AfdelingAcademie Mens en Maatschappij
AfstudeerorganisatiePactum / Lectoraat ‘Werkzame Factoren in de Zorg voor Jeugd’
Datum2016-05-30
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk