De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Pronatie en Supinatie in de enkel

Een in studie naar de momentsarmen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Pronatie en Supinatie in de enkel

Een in studie naar de momentsarmen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Pronatie en supinatie zijn bewegingen om een fysiologische as in de enkel. Wanneer deze bewegingen plaatsvinden om de compromis-as zoals beschreven door Isman & Inman (1969) kunnen spieren worden ingedeeld in pronatoren en supinatoren. De momenten van de pronatoren en supinatoren bepalen het effect van de spier op de beweging van de enkel. Het accuraat kwantificeren van de momentsarmen is van groot belang bij het verplaatsen van pezen, het evalueren van behandelingen en het accuraat modeleren van voet- en enkel gedrag (McCullough, Ringleb, Arai, Kitoaka, & Kaufman, 2011). Daarnaast is het een interessant aspect uit
educatief oogpunt.

Het doel van dit onderzoek is om de momentsarmen van pronatoren en supinatoren in de enkel in situ te meten. Ter visuele ondersteuning van de ligging van de pezen en momentsarmen ten opzichte van de compromis as wordt een digitaal model van de voet gebouwd. In het computerprogramma Anim8or zijn de voet, de compromis-as en de pezen van alle pronatoren en supinatoren opgenomen.

Voor dit onderzoek is de methode van de doorsnede ontworpen Hierbij wordt een drie dimensionale analyse teruggebracht naar twee dimensies door doorsneden loodrecht op de compromis as te maken. Uit twee doorsneden worden de coördinaten van het intreden en uitreden van de pees ten opzichte van de compromis-as bepaald. Met deze twee coördinaten kan de werklijn van de pees worden bepaald en daarmee de momentsarm worden berekend. De momentsarmen van de pronatoren en supinatoren in de enkel worden met acht doorsneden uit negen voetpreparaten bepaald. Deze zijn opgedeeld in drie standen. Zo kan de momentsarm van de pezen worden bepaald in pronatie, neutrale en supinatie stand van de voet. Uit de resultaten is gebleken dat de methode van de doorsnede geschikt is om momentsarmen van spieren te bepalen. Zo zijn de verschillen tussen de gevonden momentsarmen van de flexor digitorum longus (verschil = ± 1-6 mm), flexor hallucis longus (verschil = ± 2-12 mm) en tibialis posterior (verschil = ± 3mm) en de referentiewaarden uit de literatuur klein. De verschillen tussen de gevonden momentsarmen van de overige pezen waren echter wel groot. De verschillen kunnen worden toegeschreven aan de locatie van de doorsneden. In dit onderzoek is geen rekening gehouden met het volledige peesverloop in de voet. Hierdoor is de richting van de werklijn van de spier geen correcte weergave van de realiteit. De afwijking van de werklijn heeft tot een overschatting van de momentsarmen geleid. In het vervolg zullen doorsneden moeten worden gekozen waarin de gehele werklijn van de spier wordt gerepresenteerd. Hiervoor wordt het intreden van de pees gemeten rond de malleoli en het uittreden kort voor de insertie plaats of phalanges.

De methode van de doorsnede is een mogelijke manier om meer data te verzamelen over de momentsarmen van spieren betrokken bij de pronatie en supinatie beweging van de enkel. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of de aangepaste locatie van de doorsnede leidt tot
momentsarmen die overeenkomen met de referentiewaarden. Daarnaast zal vervolgonderzoek ook de betrouwbaarheid en validiteit van deze methode moeten bewijzen.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGVS Mens en Techniek | Bewegingstechnologie
Jaar2018
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk