De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Lopen op de GRAIL met visuele feedback op de kniehoek

Zijn gezonde proefpersonen in staat om tijdens het lopen op een loopband de kniehoek aan te passen door middel van visuele feedback? Wat voor compensatiestrategieën treden er op ten gevolge van de aanpassing in het kniegewricht?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Lopen op de GRAIL met visuele feedback op de kniehoek

Zijn gezonde proefpersonen in staat om tijdens het lopen op een loopband de kniehoek aan te passen door middel van visuele feedback? Wat voor compensatiestrategieën treden er op ten gevolge van de aanpassing in het kniegewricht?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Het doel van het onderzoek is om te bepalen of gezonde proefpersonen tijdens het lopen op een loopband in staat zijn om de kniehoek aan te passen door middel van visuele feedback. Wanneer de opgelegde target voor de kniehoek behaald wordt, wordt er gekeken wat voor compensatiestrategieën er optreden in het heup- en enkelgewricht op dat moment. Daarnaast wordt er gekeken wat voor compensatiestrategieën er optreden in de heup en enkel in de gehele gangcyclus. Vervolgens wordt er gekeken of de gemiddelde loopsnelheid onder de compensatiestrategieën valt. Uiteindelijk wordt er gekeken of de ontwikkelde applicatie en de resultaten zijn toepasbaar zijn bij kinderen met CP(Cerebrale Parese) waarbij het looppatroon kan worden onderzocht en geanalyseerd. Aan dit onderzoek hebben elf proefpersonen deelgenomen. Er zijn verschillende condities gemeten waarbij er een aanpassing in het looppatroon is gevraagd. Bij elke conditie is er gedurende twee minuten op eigen tempo gelopen, hierbij is er constant feedback gegeven op de knie van het rechterbeen door middel van een bar plot. Elke conditie is er gevraagd aan de proefpersonen om een grotere flexie(F)- of extensie(E)beweging dan normaal te maken van de knie in de stand(stand)- of zwaaifase(zwaai). Hierbij moest er een vooraf bepaalde target behaald worden. Daarnaast zijn er twee normaalmetingen uitgevoerd(zes condities in totaal). Bij elke conditie is er per proefpersoon gekeken of er op het tijdstip van de maximaal of juist minimaal behaalde kniehoek een significant verschil was in de heup- en enkelhoek vergeleken met de tweede normaalmeting. Daarnaast is er gekeken of de heup en enkel op een ander moment in de gangcyclus significant anders waren. Als laatste is er gekeken of de loopsnelheid significant hoger of juist lager lag ten opzichte van de tweede normaalmeting.
In de resultaten is er gekeken of de proefpersonen de gevraagde target behaald hadden. Bij de proefpersonen waar dit het geval was, bleek dat er bij elke conditie compensatiestrategieën optraden in het looppatroon. Op het moment dat de knie hoek maximaal was bij de conditie Fstand was er meer dorsaalflexie in de enkel. Bij een minimale kniehoek van de conditie Estand zijn geen compensatiestrategie gevonden in de heup- en enkelhoek. Op het moment dat de knie hoek maximaal was bij de conditie Fzwaai was er meer flexie in de heup. Bij de minimale kniehoek van de conditie Ezwaai was er meer flexie in de heup en meer plantairflexie in de enkel. Daarnaast werden er op andere momenten in de gangcyclus ook verschillende compensatiestrategieën waargenomen.
De conclusie uit dit onderzoek is dat proefpersonen in staat zijn om het looppatroon te wijzigen in overeenstemming met de gewenste verandering in de kniehoek. Hierbij traden er een aantal compensatiestrategieën in de heup en enkel op. De ontwikkelde applicatie en de resultaten zijn een eerst stap naar toepassing bij kinderen met CP waarbij het looppatroon kan worden onderzocht en geanalyseerd.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingTISH Bewegingstechnologie
PartnersVUmc
Jaar2014
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk